Inleiding Gedrag in Organisaties en Werk
Hoorcollege 1: Introductie
Benadering
- Sociaal-maatschappelijke bedrijfskunde: werk en organisaties in het sociaal
maatschappelijk systeem
- Integrale bedrijfskunde: integratie en toepassen van kennis uit verschillende
bedrijfskundige disciplines
Naast het vergaren van kennis richt deze cursus zich ook op de toepassing en reflectie van
de basis begrippen en theorien.
IGOW en de SDG (Sustainable Development Goals)
3,5,8,10,12 erg belangrijk in IGOW
Benadering van het boek
Academische/wetenschappelijke benadering:
1. Er bestaan in de bedrijfskunde verschillende theorieën en perspectieven
2. Deze zijn alleen ‘waar’, er is bewijs voor, hebben waarde
3. Deze hebben limitaties, tekortkomingen en tegenstrijdigheden
Doel: verschillende perspectieven weergeven!
1. Wetenschapsfilosofische perspectieven
2. Vertegenwoordiging van verschillende groepen (de manager, de organisatie, de
werknemer, maar ook: de werkloze, de economie, de maatschappij, het bestuur)
1. Er is niet 1 beste manier van managen of algemeen geldende
managementvaardigheden
2. Er bestaan geen simpele antwoorden
3. Door kritisch te kijken naar onderzoek en onderzoek op waarde te schatten krijgen
we inzicht
Doel: Het ontwikkelen van een kritisch academisch perspectief met het in acht nemen van
de sociale, politieke en historische context
1
,Hoorcollege 2: De geschiedenis van onderzoek naar management
Hoofdstuk 1: Setting the scene
Dit hoofdstuk introduceert een aantal centrale thema’s
Globalisatie
Globalisatie:
- “The gradual connection between different societies.” (steeds stap voor stap sterker
wordende connecties binnen verschillende groepen in maatschappijen)
- “Global circulation of good, services, and capital; information, ideas and people.” (iets
specifieker)
De ‘goede effecten’ van globalisatie:
- Toegang tot grotere afzetmarkt (je kan aan meer mensen je goederen verkopen)
- Schaalvoordeel in productie (meer productie dus goedkoper per product)
- Toegang to kapitaal, technologie, werknemers
- Goedkopere import producten en een grotere afzetmarkt (internationaal, voor export)
- Internationalisatie
- Carrièremogelijkheid
- Mobiliteit
De keerzijde van globalisatie:
- Macht bij de grote internationale bedrijven (sterkere concurrentie, er blijven maar
paar ‘grote spelers’ over, is negatief voor de consument)
- Producten die er overal hetzelfde uitzien
- Verlies van cultureel erfgoed (want lokale producten zijn duurder)
- Verlies van traditionele beroepen
- Verlies traditionele manieren
- Milieuvervuiling
- Urbanisatie (verstedelijking, heeft negatief effect op sociale cohesie)
Een productieketen: “A supply chain is the network of all the individuals, organizations,
resources, activities and technology involved in the creation and sale of a product, from the
delivery of source materials from the supplies to the manufacturer, through to its eventual
delivery to the end user.”
Globalisatie zorgt voor een langere en minder zichtbare/onzichtbare productieketen, dit heeft
keerzijdes:
- Weinig zichtbaarheid op processen binnen de keten (door outsourcing etc)
- De consument is verder verwijderd van de producent (consument ziet alleen het
eindproduct, niet wat er onderweg gebeurt, dat maakt het moeilijker om eerlijke en
duurzame keuzes te maken)
- Vergroot de kans op uitbuiting, oneerlijke behandeling, en slavernij
→ Voorbeeld Tony’s Chocolonely, slaafvrije chocolade
Aanvulling uit boek h1:
Mensenhandel en moderne slavernij
2
, - Globalisering heeft ook een schaduwzijde: mensenhandel voor prostitutie,
dwangarbeid, bedelarij, huishoudelijk werk, landbouw, bouw en gewapende
conflicten.
- Jaarlijks worden minstens 700.000 mensen slachtoffer; wereldwijd leven naar
schatting >45 miljoen mensen in moderne slavernij.
- Slachtoffers worden misleid, onderbetaald, geïntimideerd of zonder documenten
gedwongen te werken.
- Internationale organisaties en initiatieven zoals de Gangmasters Licensing
Authority proberen dit tegen te gaan.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen (Corporate Social Responsibility, CSR)
- Bedrijven worden aangespoord om mensenrechten en armoedebestrijding op te
nemen in hun beleid.
- Toch is de impact beperkt: vaak ligt de nadruk op rapportage i.p.v. echte
verandering. (ze zeggen het maar doen het niet; bijv. greenwashing)
- Kritiek: CSR wordt soms gezien als ‘praat’ zonder wezenlijke gedragsverandering.
Groei van de ondernemerseconomie
- Globalisering heeft ondernemerschap gestimuleerd; kleine en middelgrote
ondernemingen (MKB) vormen 99,3% van bedrijven in het VK en bieden 60% van
de banen.
- Succes van deze economie hangt af van individuen die nieuwe bedrijven starten.
- Ondernemerschap blijft mannelijk gedomineerd: slechts 14% van MKB’s is
vrouwelijk geleid.
Trends in de werkende bevolking
- Leeftijd: de bevolking vergrijst; meer ouderen zullen actief blijven of met
discriminatie te maken krijgen. Ouderen worden vaak onderschat, maar hebben
ook sterke kwaliteiten. Ageism (leeftijdsdiscriminatie) blijft een probleem.
- Handicap: werkgelegenheid onder gehandicapten is lager (46% vs. 76% bij
niet-gehandicapten). Organisaties zijn verplicht aanpassingen te doen, maar
barrières blijven bestaan.
- Employability: afgestudeerden hebben hogere werkgelegenheidskansen, maar
ongelijkheid (geslacht, etniciteit) beïnvloedt uitkomsten. Werkervaring via stages
en plaatsingen wordt steeds belangrijker.
- Werkloosheid: na daling tot 2008 steeg werkloosheid weer; ongelijkheid tussen
werk-rijke en werk-arme huishoudens groeit.
- Etniciteit en religie: raciale en religieuze ongelijkheid blijft bestaan. Moslims
hebben het laagste werkgelegenheidspercentage en grootste loonkloof.
BAME-groepen (Black, Asian and Minority Ethnic) zijn sterk
ondervertegenwoordigd in managementposities.
Naast globalisatie, een ander aspect van de maatschappij wat effect heeft op hoe wij ons
gedragen in werk:
Sociale mobiliteit
3
, Sociale mobiliteit: “The relative changes of people from different social backgrounds moving
into a given social class” (“De relatieve veranderingen waarbij mensen uit verschillende
sociale achtergronden zich verplaatsen naar een bepaalde sociale klasse.”)
→ Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje…
Is het makkelijk om te ontwikkelen naar een hogere klasse? (als je in een lagere klasse
wordt geboren)
Hogere klasse houdt in veel financieel maar ook sociaal kapitaal en kennis
Per land verschilt het hoe sterk de mobiliteit is:
→ Van laag naar gemiddeld (een manier om sociale mobiliteit te meten)
Dus in Scandinavië Canada etc. hoge sociale mobiliteit (makkelijker om naar gemiddeld te
gaan)
Maar in Colombia etc. blijven armoede of rijkdom langer ‘erfelijk’
Hoge sociale mobiliteit = “je afkomst bepaalt minder je toekomst”
Lage sociale mobiliteit = “je afkomst bepaalt sterk je toekomst”
Voorbeeld van factoren die daar invloed op hebben:
- Prijs van onderwijs
- Prijs van gezondheidszorg
- Culturele acceptatie
- Durfkapitaal
→ Een van de beste indicatoren van mobiliteit is collegegeld
Maar waarom is sociale mobiliteit relevant?
- Het bepaald heel sterk hoe we ons gedragen op werk
- Sociale mobiliteit beïnvloedt (negatieve) houding ten opzichte van werk
Uitzichtloze situatie → geen kans op “beter” (ontwikkeling/promotie bijv.)
- Sociale mobiliteit geeft grotere kans op sociale ontevredenheid en sociale onrust
→ Brexit als reactie op klassenongelijkheid
4
Hoorcollege 1: Introductie
Benadering
- Sociaal-maatschappelijke bedrijfskunde: werk en organisaties in het sociaal
maatschappelijk systeem
- Integrale bedrijfskunde: integratie en toepassen van kennis uit verschillende
bedrijfskundige disciplines
Naast het vergaren van kennis richt deze cursus zich ook op de toepassing en reflectie van
de basis begrippen en theorien.
IGOW en de SDG (Sustainable Development Goals)
3,5,8,10,12 erg belangrijk in IGOW
Benadering van het boek
Academische/wetenschappelijke benadering:
1. Er bestaan in de bedrijfskunde verschillende theorieën en perspectieven
2. Deze zijn alleen ‘waar’, er is bewijs voor, hebben waarde
3. Deze hebben limitaties, tekortkomingen en tegenstrijdigheden
Doel: verschillende perspectieven weergeven!
1. Wetenschapsfilosofische perspectieven
2. Vertegenwoordiging van verschillende groepen (de manager, de organisatie, de
werknemer, maar ook: de werkloze, de economie, de maatschappij, het bestuur)
1. Er is niet 1 beste manier van managen of algemeen geldende
managementvaardigheden
2. Er bestaan geen simpele antwoorden
3. Door kritisch te kijken naar onderzoek en onderzoek op waarde te schatten krijgen
we inzicht
Doel: Het ontwikkelen van een kritisch academisch perspectief met het in acht nemen van
de sociale, politieke en historische context
1
,Hoorcollege 2: De geschiedenis van onderzoek naar management
Hoofdstuk 1: Setting the scene
Dit hoofdstuk introduceert een aantal centrale thema’s
Globalisatie
Globalisatie:
- “The gradual connection between different societies.” (steeds stap voor stap sterker
wordende connecties binnen verschillende groepen in maatschappijen)
- “Global circulation of good, services, and capital; information, ideas and people.” (iets
specifieker)
De ‘goede effecten’ van globalisatie:
- Toegang tot grotere afzetmarkt (je kan aan meer mensen je goederen verkopen)
- Schaalvoordeel in productie (meer productie dus goedkoper per product)
- Toegang to kapitaal, technologie, werknemers
- Goedkopere import producten en een grotere afzetmarkt (internationaal, voor export)
- Internationalisatie
- Carrièremogelijkheid
- Mobiliteit
De keerzijde van globalisatie:
- Macht bij de grote internationale bedrijven (sterkere concurrentie, er blijven maar
paar ‘grote spelers’ over, is negatief voor de consument)
- Producten die er overal hetzelfde uitzien
- Verlies van cultureel erfgoed (want lokale producten zijn duurder)
- Verlies van traditionele beroepen
- Verlies traditionele manieren
- Milieuvervuiling
- Urbanisatie (verstedelijking, heeft negatief effect op sociale cohesie)
Een productieketen: “A supply chain is the network of all the individuals, organizations,
resources, activities and technology involved in the creation and sale of a product, from the
delivery of source materials from the supplies to the manufacturer, through to its eventual
delivery to the end user.”
Globalisatie zorgt voor een langere en minder zichtbare/onzichtbare productieketen, dit heeft
keerzijdes:
- Weinig zichtbaarheid op processen binnen de keten (door outsourcing etc)
- De consument is verder verwijderd van de producent (consument ziet alleen het
eindproduct, niet wat er onderweg gebeurt, dat maakt het moeilijker om eerlijke en
duurzame keuzes te maken)
- Vergroot de kans op uitbuiting, oneerlijke behandeling, en slavernij
→ Voorbeeld Tony’s Chocolonely, slaafvrije chocolade
Aanvulling uit boek h1:
Mensenhandel en moderne slavernij
2
, - Globalisering heeft ook een schaduwzijde: mensenhandel voor prostitutie,
dwangarbeid, bedelarij, huishoudelijk werk, landbouw, bouw en gewapende
conflicten.
- Jaarlijks worden minstens 700.000 mensen slachtoffer; wereldwijd leven naar
schatting >45 miljoen mensen in moderne slavernij.
- Slachtoffers worden misleid, onderbetaald, geïntimideerd of zonder documenten
gedwongen te werken.
- Internationale organisaties en initiatieven zoals de Gangmasters Licensing
Authority proberen dit tegen te gaan.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen (Corporate Social Responsibility, CSR)
- Bedrijven worden aangespoord om mensenrechten en armoedebestrijding op te
nemen in hun beleid.
- Toch is de impact beperkt: vaak ligt de nadruk op rapportage i.p.v. echte
verandering. (ze zeggen het maar doen het niet; bijv. greenwashing)
- Kritiek: CSR wordt soms gezien als ‘praat’ zonder wezenlijke gedragsverandering.
Groei van de ondernemerseconomie
- Globalisering heeft ondernemerschap gestimuleerd; kleine en middelgrote
ondernemingen (MKB) vormen 99,3% van bedrijven in het VK en bieden 60% van
de banen.
- Succes van deze economie hangt af van individuen die nieuwe bedrijven starten.
- Ondernemerschap blijft mannelijk gedomineerd: slechts 14% van MKB’s is
vrouwelijk geleid.
Trends in de werkende bevolking
- Leeftijd: de bevolking vergrijst; meer ouderen zullen actief blijven of met
discriminatie te maken krijgen. Ouderen worden vaak onderschat, maar hebben
ook sterke kwaliteiten. Ageism (leeftijdsdiscriminatie) blijft een probleem.
- Handicap: werkgelegenheid onder gehandicapten is lager (46% vs. 76% bij
niet-gehandicapten). Organisaties zijn verplicht aanpassingen te doen, maar
barrières blijven bestaan.
- Employability: afgestudeerden hebben hogere werkgelegenheidskansen, maar
ongelijkheid (geslacht, etniciteit) beïnvloedt uitkomsten. Werkervaring via stages
en plaatsingen wordt steeds belangrijker.
- Werkloosheid: na daling tot 2008 steeg werkloosheid weer; ongelijkheid tussen
werk-rijke en werk-arme huishoudens groeit.
- Etniciteit en religie: raciale en religieuze ongelijkheid blijft bestaan. Moslims
hebben het laagste werkgelegenheidspercentage en grootste loonkloof.
BAME-groepen (Black, Asian and Minority Ethnic) zijn sterk
ondervertegenwoordigd in managementposities.
Naast globalisatie, een ander aspect van de maatschappij wat effect heeft op hoe wij ons
gedragen in werk:
Sociale mobiliteit
3
, Sociale mobiliteit: “The relative changes of people from different social backgrounds moving
into a given social class” (“De relatieve veranderingen waarbij mensen uit verschillende
sociale achtergronden zich verplaatsen naar een bepaalde sociale klasse.”)
→ Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje…
Is het makkelijk om te ontwikkelen naar een hogere klasse? (als je in een lagere klasse
wordt geboren)
Hogere klasse houdt in veel financieel maar ook sociaal kapitaal en kennis
Per land verschilt het hoe sterk de mobiliteit is:
→ Van laag naar gemiddeld (een manier om sociale mobiliteit te meten)
Dus in Scandinavië Canada etc. hoge sociale mobiliteit (makkelijker om naar gemiddeld te
gaan)
Maar in Colombia etc. blijven armoede of rijkdom langer ‘erfelijk’
Hoge sociale mobiliteit = “je afkomst bepaalt minder je toekomst”
Lage sociale mobiliteit = “je afkomst bepaalt sterk je toekomst”
Voorbeeld van factoren die daar invloed op hebben:
- Prijs van onderwijs
- Prijs van gezondheidszorg
- Culturele acceptatie
- Durfkapitaal
→ Een van de beste indicatoren van mobiliteit is collegegeld
Maar waarom is sociale mobiliteit relevant?
- Het bepaald heel sterk hoe we ons gedragen op werk
- Sociale mobiliteit beïnvloedt (negatieve) houding ten opzichte van werk
Uitzichtloze situatie → geen kans op “beter” (ontwikkeling/promotie bijv.)
- Sociale mobiliteit geeft grotere kans op sociale ontevredenheid en sociale onrust
→ Brexit als reactie op klassenongelijkheid
4