Leertaak 1
Preventie is zorgen dat mensen gezond blijven door hun gezondheid te bevorderen en te
beschermen.
Indelingen van preventie:
Universeel: bevordert en beschermt actief de gezondheid van de gezonde bevolking.
Selectief: probeert te voorkomen dat personen met 1 of meerdere risicofactoren voor een
bepaalde aandoening daadwerkelijk ziek worden.
Geïndiceerd: probeert te voorkomen dat beginnende klachten verergeren tot een
aandoening.
Zorggerelateerd: voorkomen dat een bestaande aandoening leidt tot complicaties
beperkingen, een lagere kwaliteit van leven of sterfte.
Leertaak 2
Intervention mapping:
1. Gezondheidskundige analyse -> Wat is er aan de hand?
2. Doelen stellen
3. Methodieken en praktische toepassingen -> Weten wat werkt en het juiste materiaal
4. Ontwikkeling gezondheid bevorderende interventie -> Programma samenstellen
5. Programma implementeren
6. Evaluatie -> Zijn de doelen bereikt en op welke manier?
Prevalentie = aantal gevallen per 1000 inwoners op een bepaald moment
Incidentie = het relatieve aantal nieuwe gevallen van een aandoening per tijdseenheid
Meest voorkomende gezondheidsproblemen: artrose, diabetes en nek- & rugklachten
Meest voorkomende leefstijlfactoren: ongezonde voeding, te weinig beweging en alcohol
Leertaak 3
Neuman: nadruk op relatie tussen cliënt en omgeving.
Systeemtheorie = mens voortdurend in interactie met omgeving. Uitwisselen informatie ->
systeem krijgt feedback -> systeem kan zich aanpassen. Gezond als er voldoende uitwisseling
is.
Stress- en copingtheorie = interactionele benadering van stresscoping. Hoeveelheid stress
kan niet worden vastgesteld, maar is een resultaat van de wijze waarop het individu de stress
inschat. De wijze waarop iemand zijn stress inschat, wordt beïnvloed door
persoonsgebonden en situatiegebonden factoren.
Preventietheorie = primaire preventie (gezonde mensen helpen gezond te blijven),
secundaire preventie (tijdig opsporen nieuwe ziektegevallen) en tertiaire preventie
(beperken disfunctioneren als gevolg van ziekte).
Orem: Niet de medische diagnose of behandeling bepaalt de verpleegkundige diagnose, maar het
zorgzelftekort dat wordt ervaren door de patiënt. Zelfvermogen kan worden gemeten met de ASA-
schaal.
Preventie is zorgen dat mensen gezond blijven door hun gezondheid te bevorderen en te
beschermen.
Indelingen van preventie:
Universeel: bevordert en beschermt actief de gezondheid van de gezonde bevolking.
Selectief: probeert te voorkomen dat personen met 1 of meerdere risicofactoren voor een
bepaalde aandoening daadwerkelijk ziek worden.
Geïndiceerd: probeert te voorkomen dat beginnende klachten verergeren tot een
aandoening.
Zorggerelateerd: voorkomen dat een bestaande aandoening leidt tot complicaties
beperkingen, een lagere kwaliteit van leven of sterfte.
Leertaak 2
Intervention mapping:
1. Gezondheidskundige analyse -> Wat is er aan de hand?
2. Doelen stellen
3. Methodieken en praktische toepassingen -> Weten wat werkt en het juiste materiaal
4. Ontwikkeling gezondheid bevorderende interventie -> Programma samenstellen
5. Programma implementeren
6. Evaluatie -> Zijn de doelen bereikt en op welke manier?
Prevalentie = aantal gevallen per 1000 inwoners op een bepaald moment
Incidentie = het relatieve aantal nieuwe gevallen van een aandoening per tijdseenheid
Meest voorkomende gezondheidsproblemen: artrose, diabetes en nek- & rugklachten
Meest voorkomende leefstijlfactoren: ongezonde voeding, te weinig beweging en alcohol
Leertaak 3
Neuman: nadruk op relatie tussen cliënt en omgeving.
Systeemtheorie = mens voortdurend in interactie met omgeving. Uitwisselen informatie ->
systeem krijgt feedback -> systeem kan zich aanpassen. Gezond als er voldoende uitwisseling
is.
Stress- en copingtheorie = interactionele benadering van stresscoping. Hoeveelheid stress
kan niet worden vastgesteld, maar is een resultaat van de wijze waarop het individu de stress
inschat. De wijze waarop iemand zijn stress inschat, wordt beïnvloed door
persoonsgebonden en situatiegebonden factoren.
Preventietheorie = primaire preventie (gezonde mensen helpen gezond te blijven),
secundaire preventie (tijdig opsporen nieuwe ziektegevallen) en tertiaire preventie
(beperken disfunctioneren als gevolg van ziekte).
Orem: Niet de medische diagnose of behandeling bepaalt de verpleegkundige diagnose, maar het
zorgzelftekort dat wordt ervaren door de patiënt. Zelfvermogen kan worden gemeten met de ASA-
schaal.