100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Probleem 3: Opvoedingsproblemen in de Werkelijkheid; Autisme

Rating
-
Sold
1
Pages
17
Uploaded on
26-01-2021
Written in
2020/2021

Voor Probleem 3 over Autisme zijn de hoofdstukken over autisme uit Grietens en Verhulst en de artikelen van Freedman, Stuart, Boyd, Brobst, Estes, Hall en Singh samengevat.

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 26, 2021
Number of pages
17
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

Probleem 3 : AU! T IS ME wat
Literatuur :
 Grietens. (2005) Deel 1 Kinderen en Jongeren met een autismespectrumstoornis.
Handboek orthopedagogische hulpverlening
 Verhulst et al., (2014) Kinder en jeugdpsychiatrie psychopathologie. H9 (deel) en
H10
 Freedman, Kalb, Luther, Zablotsky, Stuart (2011). Relation ship status among parents
of children with autism spectrum disorders: a population-based study,
 Stuart & McGrew. (2009). Caregiver burden after receiving a diagnosis of an autism
spectrum disorder.
 Boyd. (2002). Examining the relationship between stress and lack of social support in
mothers of children with autism.
 Brobst, Clopton, Hendrick (2008). Parenting Children with autism spectrum
disorders: The couple’s Relationship.
 Estes, Munson, Dawson, Koehler, Zhou & Abbott. (2009). Parenting stress and
psychological functioning among mothers of preschool children with autism and
developmental delay.
 Hall & Graff. (2011). The relationships among adaptive behaviors of children with
autism, family support, parenting stress and coping.
 Singh, Lancioni, Winton, Fisher, Barbara, Wahler, Mcaleavey, Singh, Sabaawi (2006)
Mindful Parenting decreases aggression, noncompliance and self-injury in children
with autism.
1. Met welke psychopathologie hebben we te maken?
- Wat zijn tantrums en komen ze vaak voor bij kinderen met autisme?
- Wat is Stereotiep gedrag en komt het vaak voor bij kinderen met autisme?
Classificatie en terminologie
Grietens., 2005
Autisme is een stoornis op een breed spectrum. Van ernstig verstandelijk beperkte en contact
afwerende kinderen tot hoogbegaafde, verbaal vlotte en schijnbaar sociale kinderen en
jongeren.

In de DSM-IV zijn vijf verschillende classificaties:
- Autistische stoornis  kwalitatieve beperkingen in sociale interactie, in de communicatie,
beperkte, zich herhalende stereotiepe patronen van gedrag belangstelling en activiteiten,
vertragingen of abnormaal functioneren binnen de eerste drie levensjaren en de stoornis is
niet toe te schrijven aan Rett of desintegratiestoornis. Stereotiep gedrag = beperkte interesse
gebieden, vast zitten in specifieke (niet-functionele) routine, stereotiepe en repetitieve
lichaamsbewegingen etc.
 Stoornis van RETT en de desintegratiestoornis  dit zijn stoornissen die gepaard
gaan met een verstandelijke beperking. Deze kinderen vertonen na een periode van
normale ontwikkeling (minimaal 2 maar meestal 3 of 4 jaar) regressie in bepaalde
vaardigheden zoals ; taal, spel, sociale vaardigheden, zindelijkheid en motoriek. Dit
lijkt vaak op autisme. Bij RETT treedt de regressie op na 6 tot 18 maanden. En komen

, er fysieke problemen zoals ruggengraat verkromming en afnemende groeisnelheid
van het hoofd.
 Stoornis van Asperger  Asperger verschilt van de autistische stoornis door
afwezigheid van vertraging in de taal. Net als de cognitieve ontwikkeling,
nieuwsgierigheid en adaptieve vaardigheden. Er is veel discussie over de exacte
classificatie van deze stoornis. Het wordt ook wel is ingevuld als de lichtere vorm van
autisme.
 PDD-NOS  er zijn hier ernstige tekorten op het vlak van de sociale omgang die
voorkomen met OF communicatieve afwijkingen OF stereotiepe interesses
gedragingen en activiteiten
 Autismespectrumstoornis  verschillende pogingen werden gedaan om subgroepen
of categorieën af te bakenen binnen de pervasieve ontwikkelingsstoornissen. Dit gaf
weinig positiefs voor de aanpak of behandeling van autisme. Voor de hulpverlening is
het sterke onderscheid niet nodig en de symptomen (kenmerken) kunnen met de jaren
ook veranderen daarom werd het autisme spectrum geïntroduceerd.
Symptomen
Verhulst et al., 2014
Bij autisme wordt er onderscheid gemaakt in twee grote symptoom domeinen het sociale en
non-sociale domein.
 Deficiënties in sociale communicatie en interactie  kinderen met ASS kunnen
sociaal contact hebben soms teveel. Het gaat dus niet zozeer om een kwantitatief maar
kwalitatief probleem; de communicatie is vaak niet afgesteld op de andere persoon.
Signalen van de ander zijn namelijk moeilijk op te vangen ook de context begrijpen is
moeilijk.
 Beperkte, repetitieve gedragspatronen, interesse of activiteiten  voor ieder kind is
dit een andere combinatie van dingen. Er is vaak ook een storing in de verwerking van
zintuigelijke prikkels. Bij jongeren/kinderen met ASS die beter functioneren worden
vaak symptomen over het hoofd gezien.
Beschermende factoren
- geslacht
- leeftijd
- inname foliumzuur
Risicofactoren
- sociale steun
- coping diagnose
- leeftijd ouder
- Broers en zussen met ASS
- Vroeggeboorte
- Medicatie zwangerschap
- Problemen geboorte
- Ontwikkeling hersenen
- Vroeg kinderlijke infecties

Verklaringsmodellen autisme (gedragsmatig, cognitief-psychologische en biologisch)
Grietens., 2005
Biologie

, Tot op heden blijkt het moeilijk een specifieke oorzaak aan te tonen voor autisme. De
etiologie is multifactorieel.

Erfelijkheid
Speelt een belangrijke rol. Een autistische stoornis komt zestig tot honderd keer vaker voor
bij siblings dan in de algemene populatie. De overerving gaat niet via een gen maar via
meerdere genen. Hoe de overerving precies werkt is onduidelijk.
Neurobiologie
Ook pogingen om te kijken waar autisme in de hersenen zit heeft tot nu toe geen duidelijke
antwoorden geleverd. Waarschijnlijk zijn meerdere hersenzones beschadigd. De functies die
beperkt zijn door autisme (sociaal inzicht, verbeelding, communicatie) zitten verspreid door
de hersenen. Per persoon met autisme verschilt dit. Ook de neurochemie is nog onduidelijk.

Een opvallende bevinding gaat over het vergrootte hersenvolume. Uit een studie over autisme
bleek dat personen met autisme vaker een grotere hoofd omtrek had. Bij de geboorte is dit
nog niet aanwezig maar er is versnelde hersengroei in het eerste levensjaar. Er lijkt een
probleem in het snoeiproces dat normaal plaats vindt op deze jonge leeftijd

Neuropsychologisch
Er zijn drie belangrijke psychologische theorieën die autisme verklaren.
Theory of mind Verwijst naar de vaardigheid om gedachten, intenties, gevoelens en
ideeën toe te schrijven aan jezelf en de anderen. En op basis daarvan
voorspellen en anticiperen. Het wordt ook wel ‘mind reading’
genoemd.

De problemen van autisme worden in deze theorie gezien als gevolg
van een cognitief probleem; het onvermogen om mentale toestanden
toe te kennen aan zichzelf en de anderen.

Er wordt ook wel is gesproken over de EMB theorie. Die zegt dat het
brein van iemand met autisme een extremere vorm is van het
mannelijk brein. Wat een verschil in empathie zou verklaren.

Toch blijken oudere of begaafde personen veel aspecten van TOM
wel te kunnen leren. Er is in dat geval geen tekort aan TOM maar
gewoon een vertraagde ontwikkeling ervan
Executieve functies Verwijst naar de hersenfuncties in de frontale hersenlob;
oplossingsvaardigheden. Executieve functies zijn belangrijk bij
impulscontrole, planning, georganiseerd zoeken en flexibiliteit. Bij
autisme is er een stoornis in deze executieve functies.
Centrale coherentie Dit is de samenhang tussen verschillende stimuli zien en de
informatie te integreren. Bij autisme is de waarneming eerder
gekenmerkt door loskoppeling dan samenhang. Ze zijn detailgericht
en vinden het moeilijk om dingen met elkaar in verband te brengen.

Dit zou ook de stereotypieën, weerstand tegen verandering en
speciale interesses kunnen verklaren. Een zwakke coherentie heeft
niet alleen nadelen want er is bijvoorbeeld ook veel oog voor detail.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
anneeeltink Haagse Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
228
Member since
10 year
Number of followers
158
Documents
67
Last sold
2 months ago

3.7

31 reviews

5
5
4
16
3
8
2
1
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions