Agogiek is de theorie over het doen veranderen van mensen, ervaringskennis, gewoonte
en gebruiken.
H1
Directe voorwaarde:
- Psychosociale verandering
- Gewenst
- Beïnvloeding vindt beroepsmatig plaats
- Is doelgericht, systematisch, bewust, vrijwillig, niet wederzijds
- (jong) volwassenen
Psychosociaal veranderen kan op verschillende niveaus:
Individueel/groep/organisatie/grotere samenlevingsverbanden
Verdeeld in 3 niveaus:
- Micro: client/kleine groep
- Meso: organisatie/kleine samenlevingsverbanden (buurt)
- Macro: Maatschappij/grotere samenlevingsverbanden
Verschillende soorten veranderingen:
- Incidentele verandering (kort durende verandering)
- Structurele verandering (lang durende verandering)
Verandering kan betekenen vervangen (iets verdwijnen ten gunste van iets nieuws) of
toevoegen (iets nieuws komt erbij, het oude blijft)
Begrippen:
- Fixed mindset: overtuiging dat men zelf, of de men in het algemeen niet, of
slechts moeilijk kan veranderen.
- Growth mindset: overtuiging dat mens zelf of de mens in het algemeen kan
veranderen.
- Incidentele verandering: verandering die eenmalig is
- Structurele verandering: verandering die gericht is op het vermogen van de cliënt
opnieuw te veranderen of zich opnieuw aan te passen bij soortgelijke wijzigingen
van situaties.
,H2
Bronnen van verandering:
- Eigen ontwikkeling
- Idealen
- Innerlijke drang/ behoefte aan groei
- Onvrede
- Informatie in strijd met het gedrag
- Geheel nieuwe informatie
- Verwachtingen van anderen
- Belangen
- Bedreiging van buitenaf (iemand zegt iets met daarbij het vaak negatieve gevolg)
- (Plotselinge) wijziging in omstandigheden
- Indrukwekkende ervaringen
Voor een agoog is het van belang om te onderzoeken wat juist de cliënt beweegt om te
veranderen, welke bron of combinatie van bronnen actief is. Dit helpt om interventies
beter te laten aansluiten bij de motivatie van de cliënt.
Motivatie: Is nodig om aan een veranderingsproces te beginnen, maar ook om daarin
door te zetten.
Motivatie is sterker naarmate:
- Deze intrinsiek is
- Men zich minder bedreigd voelt
- Meer wenselijks valt te bereiken
- Meer steun uit omgeving is
- Extrinsieke motivatie: Motivatie voor bepaald gedrag op basis van de verwachte
gunstige gevolgen die dat gedrag in de ogen van de betrokkene kan hebben.
- Intrinsieke motivatie: Motivatie voor bepaald gedrag op basis van de bevrediging
die dat gedrag de betrokkene zelf geeft.
, Terugkoppeling (feedback) is een belangrijk onderdeel van elk veranderingsproces,
omdat het mensen helpt te leren van hun gedrag en te zien of ze op de goede weg zijn.
Zonder terugkoppeling is het moeilijk om te weten of een verandering echt effect heeft
gehad.
- Positieve feedback is bevestigende, waarderende informatie die iemand krijgt
over zijn gedrag, houding of prestaties.
Het benadrukt wat goed gaat, en versterkt gewenst gedrag.
- Zelfvertrouwen vergroten
- Motivatie stimuleren
- Gewenst gedrag bestendigen
- Negatieve feedback is corrigerende of kritische informatie: het richt zich op
gedrag dat verbeterd kan worden.
Het doel is niet om iemand af te straffen, maar om bewustwording en groei te
bevorderen.
- Inzicht geven in wat nog niet goed werkt
- Leren en bijsturen stimuleren
- Grenzen en verwachtingen verduidelijken