OWE4: Leerpsychologie
Hoorcollege 1/7
Eerste 7 hoofdstukken toets (basisboek psychologie)
Doelen:
-begrippen ontwikkeling en leren
-verschil ontwikkeling kind en volwassene
Relatie tussen docent en kind belangrijk voor leren
Drie basisbehoeften
Autonomie (zelf kunnen)
Competentie (het kunnen)
Relatie (erbij horen)
Interactie tussen aanleg en omgeving
Nature-nurture debat
Bijvoorbeeld: ouders zijn muzikaal dus genetisch aanleg als kind, maar ook muzikale omgeving door
ouders die muziek maken
Genetische eigenschappen lokken reacties uit omgeving (vrolijk persoon krijgt vrolijke reacties terug)
Omgeving kiezen die bij aanleg past (matilde roald dahl)
Ontwikkeling afhankelijk 3 factoren
-erfelijkheid (nature)
-omgeving (nurture)
-oefening( oefening heeft invloed op ontwikkeling hersenen)
Interactie tussen de 3
Bewegend leren (kinderen willen bewegen en niet stilzitten) bewegen goed voor ontwikkeling
hersenen (springend sommen maken)
Plasticiteit hersenen
Hersenen veranderen als we iets nieuws leren (flexibel)
Oefenen
Voorbeeld: echolocatie ipv kijken: 1 zintuig kapot, anderen worden sterker
Sensitieve periode hersenen
Gevoelige periode waarin een kind het beste leert (snel)
-zwangerschap
-eerste levensjaren
-hoe ouder je wordt hoe minder sensitieve periodes
-na 25e jaar geen sensitieve periodes meer (hersenen uitontwikkeld) je kunt altijd nog leren
Ontwikkeling zicht: tussen 3 en 8 maanden
Ontwikkeling taal: tussen 3 en 6 jaar
,In die periodes veel hiermee doen
Tastzintuig
Als je niet wordt aangeraakt als baby is kans groot dat je sterft
Heel belangrijk voor eerste ontwikkeling
Aanraken van materialen in de kleuterklas
Je traint je hersenen en niet je zintuigen
Tastzintuig allerbelangrijkst
https://shop.coutinho.nl/store.nl/basisboek-psycholgie.html
Hoorcollege 2/7
Leren door ervaring en nadoen H4
-Sociaal leren: nadoen van anderen
Leren resulteert in verandering -> in gedrag, kennis of waarden als gevolg van ervaring. Nieuwe
verbindingen tussen neuronen.
-verandering in hersenen (onzichtbaar)
-verandering in gedrag (zichtbaar)
Aspecten van leren
-leren veroorzaakt verandering (neuronen in je hoofd of ander gedrag)
-leren veroorzaakt nieuwe gedragsmogelijkheden en nieuwe kennis
-bij leren spelen gevolgen, belonen en straffen, een rol
-bij leren speelt oefening en herhaling vaak een rol
Levenslang leren
-de rol van leren bij mensen is groter dan bij andere dieren
Komt doordat hersenen mens zich langer ontwikkelen (worden ouder) De mens heeft lange baby en
kind fase voor volwassenheid
Lijkt op leren maar is het niet
-instinct (soort specifiek gedrag, bijv egel die stekels uitzet)
Heeft nauwelijks vermogen tot leren
Is aangeboren gedrag en heeft als doel overlevingskansen vergroten
Instinct wordt door bepaalde prikkel in werking gezet
Instinct is niet gevoelig voor consequenties gedrag, kan zich niet aanpassen.
Mensen kunnen door reflectie meester worden over hun instincten.
-reflex
Mechanische reactie van lichaam op specifieke prikkels
Aangeboren en gaan automatisch
Overeenkomst met instinct is dat beiden automatisch gaan, ze zijn aangeboren en hoeven niet
geleerd te worden.
, Een reflex kan je niet tegenhouden: ‘wil-loos’
Een reflex vindt plaats voor je je van het gedrag bewust wordt
Reflexen spelen grote rol bij klassieke conditionering
-rijping
Ontwikkeling van een persoon in de loop der tijd. Verloopt onafhankelijk van omgevingsinvloeden.
Bepaald gedrag is pas mogelijk aan te leren na rijping: baby kan nog niet leren lopen.
Bij rijping is tijdstip waarop leerprocessen nut hebben belangrijk
Rijping maakt leren op later tijdstip mogelijk
Stimulus: prikkel
Respons: reactie
Overte respons: reactie die tot uitdrukking komt in (zichtbaar) gedrag
Coverte respons: reactie die tot uitdrukking komt in onzichtbaar gedrag: gedachte of gevoel
bijvoorbeeld
Stimulus-respons psychologie: verklaart leren vanuit associaties tussen stimuli en responsen
Behaviorisme: stroming binnen psychologie die objectiviteit in wetenschap benadrukte. Richtte zich
vooral op bestuderen van gedrag. Bij gedrag spelen leerprocessen een grote rol. Leggen nadruk op
waarneembare oorzaken en gevolgen van gedrag. Hersenprocessen werden dus niet bestudeerd.
Klassiek conditioneren: een stimulus wordt met andere geassocieerd doordat ze gelijktijdig
plaatsvinden, vervolgens lokken ze dezelfde respons uit.
Associatie: twee situaties of gedragingen worden met elkaar verbonden. Relaties leggen.
Ongeconditioneerde stimulus: prikkel die een reflex in gang zet.
Ongeconditioneerde respons: reflex die volgt op een prikkel
Geconditioneerde stimulus: geleerde prikkel. Prikkel die verbonden wordt met ongeconditioneerde
stimulus.
Geconditioneerde respons: geleerde reactie. Wordt opgeroepen door geconditioneerde stimulus.
Deze respons is hetzelfde als de reflex maar nu op een andere stimulus.
Verschillende vormen van leren
Associatief leren (verbindingen leggen) (gedragstheorie, verbonden met behaviorisme)
-klassiek conditioneren. stimulans roept respons (een onbewuste reactie) op. Gedrag kan ook
afgeleerd worden, maar dit is best moeilijk. (bijv bij aangeleerde angsten) fobie: irreële angst
Ongeconditioneerde (aangeboren) stimulans: hard geluid
Ongeconditioneerde respons/reflex: schrik
Geconditioneerde (aangeleerd) stimulans: zien kat
Geconditioneerde respons: schrikken
Ondekt door pavlov.
Generaliseren
Stimulusgeneralisatie: respons die geassocieerd wordt met bepaalde prikkel, ook gaat verschijnen bij
prikkels die lijken op oorspronkelijke prikkel.
Vooral bij angsten komt generalisatie voor: angst voor 1 hond wordt angst voor alle honden.
Discrimineren
Hier wordt juist geleerd de geconditioneerde stimulus die reactie uitlokt te specificeren.
Hoorcollege 1/7
Eerste 7 hoofdstukken toets (basisboek psychologie)
Doelen:
-begrippen ontwikkeling en leren
-verschil ontwikkeling kind en volwassene
Relatie tussen docent en kind belangrijk voor leren
Drie basisbehoeften
Autonomie (zelf kunnen)
Competentie (het kunnen)
Relatie (erbij horen)
Interactie tussen aanleg en omgeving
Nature-nurture debat
Bijvoorbeeld: ouders zijn muzikaal dus genetisch aanleg als kind, maar ook muzikale omgeving door
ouders die muziek maken
Genetische eigenschappen lokken reacties uit omgeving (vrolijk persoon krijgt vrolijke reacties terug)
Omgeving kiezen die bij aanleg past (matilde roald dahl)
Ontwikkeling afhankelijk 3 factoren
-erfelijkheid (nature)
-omgeving (nurture)
-oefening( oefening heeft invloed op ontwikkeling hersenen)
Interactie tussen de 3
Bewegend leren (kinderen willen bewegen en niet stilzitten) bewegen goed voor ontwikkeling
hersenen (springend sommen maken)
Plasticiteit hersenen
Hersenen veranderen als we iets nieuws leren (flexibel)
Oefenen
Voorbeeld: echolocatie ipv kijken: 1 zintuig kapot, anderen worden sterker
Sensitieve periode hersenen
Gevoelige periode waarin een kind het beste leert (snel)
-zwangerschap
-eerste levensjaren
-hoe ouder je wordt hoe minder sensitieve periodes
-na 25e jaar geen sensitieve periodes meer (hersenen uitontwikkeld) je kunt altijd nog leren
Ontwikkeling zicht: tussen 3 en 8 maanden
Ontwikkeling taal: tussen 3 en 6 jaar
,In die periodes veel hiermee doen
Tastzintuig
Als je niet wordt aangeraakt als baby is kans groot dat je sterft
Heel belangrijk voor eerste ontwikkeling
Aanraken van materialen in de kleuterklas
Je traint je hersenen en niet je zintuigen
Tastzintuig allerbelangrijkst
https://shop.coutinho.nl/store.nl/basisboek-psycholgie.html
Hoorcollege 2/7
Leren door ervaring en nadoen H4
-Sociaal leren: nadoen van anderen
Leren resulteert in verandering -> in gedrag, kennis of waarden als gevolg van ervaring. Nieuwe
verbindingen tussen neuronen.
-verandering in hersenen (onzichtbaar)
-verandering in gedrag (zichtbaar)
Aspecten van leren
-leren veroorzaakt verandering (neuronen in je hoofd of ander gedrag)
-leren veroorzaakt nieuwe gedragsmogelijkheden en nieuwe kennis
-bij leren spelen gevolgen, belonen en straffen, een rol
-bij leren speelt oefening en herhaling vaak een rol
Levenslang leren
-de rol van leren bij mensen is groter dan bij andere dieren
Komt doordat hersenen mens zich langer ontwikkelen (worden ouder) De mens heeft lange baby en
kind fase voor volwassenheid
Lijkt op leren maar is het niet
-instinct (soort specifiek gedrag, bijv egel die stekels uitzet)
Heeft nauwelijks vermogen tot leren
Is aangeboren gedrag en heeft als doel overlevingskansen vergroten
Instinct wordt door bepaalde prikkel in werking gezet
Instinct is niet gevoelig voor consequenties gedrag, kan zich niet aanpassen.
Mensen kunnen door reflectie meester worden over hun instincten.
-reflex
Mechanische reactie van lichaam op specifieke prikkels
Aangeboren en gaan automatisch
Overeenkomst met instinct is dat beiden automatisch gaan, ze zijn aangeboren en hoeven niet
geleerd te worden.
, Een reflex kan je niet tegenhouden: ‘wil-loos’
Een reflex vindt plaats voor je je van het gedrag bewust wordt
Reflexen spelen grote rol bij klassieke conditionering
-rijping
Ontwikkeling van een persoon in de loop der tijd. Verloopt onafhankelijk van omgevingsinvloeden.
Bepaald gedrag is pas mogelijk aan te leren na rijping: baby kan nog niet leren lopen.
Bij rijping is tijdstip waarop leerprocessen nut hebben belangrijk
Rijping maakt leren op later tijdstip mogelijk
Stimulus: prikkel
Respons: reactie
Overte respons: reactie die tot uitdrukking komt in (zichtbaar) gedrag
Coverte respons: reactie die tot uitdrukking komt in onzichtbaar gedrag: gedachte of gevoel
bijvoorbeeld
Stimulus-respons psychologie: verklaart leren vanuit associaties tussen stimuli en responsen
Behaviorisme: stroming binnen psychologie die objectiviteit in wetenschap benadrukte. Richtte zich
vooral op bestuderen van gedrag. Bij gedrag spelen leerprocessen een grote rol. Leggen nadruk op
waarneembare oorzaken en gevolgen van gedrag. Hersenprocessen werden dus niet bestudeerd.
Klassiek conditioneren: een stimulus wordt met andere geassocieerd doordat ze gelijktijdig
plaatsvinden, vervolgens lokken ze dezelfde respons uit.
Associatie: twee situaties of gedragingen worden met elkaar verbonden. Relaties leggen.
Ongeconditioneerde stimulus: prikkel die een reflex in gang zet.
Ongeconditioneerde respons: reflex die volgt op een prikkel
Geconditioneerde stimulus: geleerde prikkel. Prikkel die verbonden wordt met ongeconditioneerde
stimulus.
Geconditioneerde respons: geleerde reactie. Wordt opgeroepen door geconditioneerde stimulus.
Deze respons is hetzelfde als de reflex maar nu op een andere stimulus.
Verschillende vormen van leren
Associatief leren (verbindingen leggen) (gedragstheorie, verbonden met behaviorisme)
-klassiek conditioneren. stimulans roept respons (een onbewuste reactie) op. Gedrag kan ook
afgeleerd worden, maar dit is best moeilijk. (bijv bij aangeleerde angsten) fobie: irreële angst
Ongeconditioneerde (aangeboren) stimulans: hard geluid
Ongeconditioneerde respons/reflex: schrik
Geconditioneerde (aangeleerd) stimulans: zien kat
Geconditioneerde respons: schrikken
Ondekt door pavlov.
Generaliseren
Stimulusgeneralisatie: respons die geassocieerd wordt met bepaalde prikkel, ook gaat verschijnen bij
prikkels die lijken op oorspronkelijke prikkel.
Vooral bij angsten komt generalisatie voor: angst voor 1 hond wordt angst voor alle honden.
Discrimineren
Hier wordt juist geleerd de geconditioneerde stimulus die reactie uitlokt te specificeren.