Bijkomende vragen over hoofdstuk 7 'socialisatie en methoden
van samenleven'
Welke 2 van onderstaande stellingen zijn correct?*
A. Goffman analyseert in ‘Territories of the Self’ de discursieve kennis
die personen gebruiken om hun persoonlijke ruimtes veilig te
stellen.
B. Garfinkel laat met zijn concept van ‘interactioneel vandalisme’ zien
dat het sociale leven gebaseerd is op algemeen bekende regels, en dat
het overtreden van deze regels de normale gang van interacties
verstoort.
C. De ‘blauwdruktheorie’ stelt dat impliciete regels het gedrag van
mensen oriënteren, wat zorgt voor een grote voorspelbaarheid van
het sociale leven.
D. Socialisatie zorgt ervoor dat sociale verwachtingen geïntegreerd worden
in de persoonlijkheid.
E. Het symbolisch interactionisme legt veel nadruk op de invloed van
cultuur en context op het handelen van individuen.
Welke 2 van onderstaande stellingen zijn correct?*
A. De exchange theory veronderstelt dat een spontane orde ontstaat door
rationeel handelende individuen.
B. Conflictsociologie en functionalisme veronderstellen dat orde ontstaat
door sociale controle en normatief handelende individuen.
C. Het functionalisme veronderstelt dat orde ontstaat door normatief
handelende individuen
D. Het functionalisme veronderstelt dat orde ontstaat door sociale controle en
normatief handelende individuen.
E. Het symbolisch interactionisme gaat uit van spontane orde en rationeel
handelende individuen als basisprincipes.
Wat wordt bedoeld met ‘de robuustheid van het sociale’ en welke
mechanismen dragen hieraan bij?
Welke 2 fundamentele tegenstellingen ziet J. Alexander in sociologische
theorieën?
Is er een verband tussen sociologische theorieën en ideologische posities? Leg uit
aan de hand van de twee tegenstellingen die J. Alexander in de sociologische
theorieën ziet.
*Correcte antwoorden eerste 2 vragen: C en D; A en D
van samenleven'
Welke 2 van onderstaande stellingen zijn correct?*
A. Goffman analyseert in ‘Territories of the Self’ de discursieve kennis
die personen gebruiken om hun persoonlijke ruimtes veilig te
stellen.
B. Garfinkel laat met zijn concept van ‘interactioneel vandalisme’ zien
dat het sociale leven gebaseerd is op algemeen bekende regels, en dat
het overtreden van deze regels de normale gang van interacties
verstoort.
C. De ‘blauwdruktheorie’ stelt dat impliciete regels het gedrag van
mensen oriënteren, wat zorgt voor een grote voorspelbaarheid van
het sociale leven.
D. Socialisatie zorgt ervoor dat sociale verwachtingen geïntegreerd worden
in de persoonlijkheid.
E. Het symbolisch interactionisme legt veel nadruk op de invloed van
cultuur en context op het handelen van individuen.
Welke 2 van onderstaande stellingen zijn correct?*
A. De exchange theory veronderstelt dat een spontane orde ontstaat door
rationeel handelende individuen.
B. Conflictsociologie en functionalisme veronderstellen dat orde ontstaat
door sociale controle en normatief handelende individuen.
C. Het functionalisme veronderstelt dat orde ontstaat door normatief
handelende individuen
D. Het functionalisme veronderstelt dat orde ontstaat door sociale controle en
normatief handelende individuen.
E. Het symbolisch interactionisme gaat uit van spontane orde en rationeel
handelende individuen als basisprincipes.
Wat wordt bedoeld met ‘de robuustheid van het sociale’ en welke
mechanismen dragen hieraan bij?
Welke 2 fundamentele tegenstellingen ziet J. Alexander in sociologische
theorieën?
Is er een verband tussen sociologische theorieën en ideologische posities? Leg uit
aan de hand van de twee tegenstellingen die J. Alexander in de sociologische
theorieën ziet.
*Correcte antwoorden eerste 2 vragen: C en D; A en D