Week 6 : Rechterlijk beslissingsschema
______________________________________________________________________________________
Literatuur : Koopmans
- Hoofdstuk 1 ™ 4
Kennisclip : Vragen 348 en 350 Sv (Brightspace)
______________________________________________________________________________________
Algemene vragen : Het rechterlijke beslissingsschema
1. Stel: bij aanvang van het onderzoek ter terechtzitting is noch de verdachte, noch de raadsman
aanwezig. Er blijkt iets verkeerd te zijn gegaan bij de betekening. Wat zal de uitspraak van de
rechter zijn?
Vraag 1 (formele vragen) : Dagvaarding geldig ?
De dagvaarding is niet geldig betekend, dus niet geldig. De zaak houdt in principe op, maar het
openbaar ministerie kan nog herstellen.
Art. 349 Sv : Dagvaarding is niet geldig.
2. Stel: de officier van justitie dagvaardt een verdachte bij de rechtbank voor een klachtdelict. Er
is echter noch een klachtformulier in het dossier opgenomen, noch blijkt uit het dossier dat
het slachtoffer expliciet de wens te kennen heeft gegeven dat de verdachte zal worden
vervolgd. Wat zal de uitspraak van de rechter zijn?
Vraag 3 (formele vragen) : OM ontvankelijk ?
Het openbaar ministerie heeft, in het geval dat de klacht ontbreekt, geen vervolgingsrecht.
Art. 349 Sv : OM is niet ontvankelijk.
3. Stel: de verdachte wordt vervolgd wegens een diefstal (art. 310 Sr). Op het onderzoek ter
terechtzitting blijkt dat hij niet de dader is. Wat zal de uitspraak van de rechter zijn?
Vraag 1 (materiële vragen) : Is het feit door de verdachte begaan ?
Art. 352 Sv : Vrijspraak.
4. Stel: de tenlastelegging is gebaseerd op een strafbepaling die nadien door de rechter
onverbindend is verklaard. Wat zal de uitspraak van de rechter zijn, indien hij meent dat het
tenlastegelegde op zichzelf wel kan worden bewezen?
Vraag 2 (materiële vragen) : kwalificatievraag ?
Het ten laste gelegde feit kan niet worden gekoppeld aan een wettelijke strafbepaling.
Art. 352 : Ontslag van alle rechtsvervolging.
5. Stel: een vrouw wordt vervolgd wegens doodslag op haar echtgenoot (art. 287 Sr). Ter
terechtzitting blijkt dat zij die doodslag weliswaar heeft gepleegd, maar dat haar een beroep
op de schulduitsluitingsgrond psychische overmacht toekomt. Wat zal de uitspraak van de
rechter zijn?
Vraag 3 (materiële vragen) : Is de dader strafbaar ?
Art. 352 : Ontslag van alle rechtsvervolging.
6. Stel: een verdachte wordt vervolgd wegens vernieling van een hekwerk (art. 350 Sr). Ter
terechtzitting blijkt dat hem een beroep op de rechtvaardigingsgrond overmacht in de zin van
noodtoestand toekomt. Wat zal de uitspraak van de rechter zijn?
Zie art. 350 Sr : Wederrechtelijkheid is een bestanddeel. De officier moet de wederrechtelijkheid
opnemen in de tenlastelegging. Rechtvaardigingsgrond —> wederrechtelijkheid valt weg en kan
dus niet meer bewezen worden —> tenlastelegging kan niet meer worden bewezen —> vraag 1
materiële vragen : is het tenlastegelegde bewezen ?
Art. 352 : Vrijspraak.
7. Wat is een preliminair verweer? Wanneer kan een preliminair verweer worden gevoerd?
Verweren die zien op 1 van de eerste 3 voorvragen.
______________________________________________________________________________________
Literatuur : Koopmans
- Hoofdstuk 1 ™ 4
Kennisclip : Vragen 348 en 350 Sv (Brightspace)
______________________________________________________________________________________
Algemene vragen : Het rechterlijke beslissingsschema
1. Stel: bij aanvang van het onderzoek ter terechtzitting is noch de verdachte, noch de raadsman
aanwezig. Er blijkt iets verkeerd te zijn gegaan bij de betekening. Wat zal de uitspraak van de
rechter zijn?
Vraag 1 (formele vragen) : Dagvaarding geldig ?
De dagvaarding is niet geldig betekend, dus niet geldig. De zaak houdt in principe op, maar het
openbaar ministerie kan nog herstellen.
Art. 349 Sv : Dagvaarding is niet geldig.
2. Stel: de officier van justitie dagvaardt een verdachte bij de rechtbank voor een klachtdelict. Er
is echter noch een klachtformulier in het dossier opgenomen, noch blijkt uit het dossier dat
het slachtoffer expliciet de wens te kennen heeft gegeven dat de verdachte zal worden
vervolgd. Wat zal de uitspraak van de rechter zijn?
Vraag 3 (formele vragen) : OM ontvankelijk ?
Het openbaar ministerie heeft, in het geval dat de klacht ontbreekt, geen vervolgingsrecht.
Art. 349 Sv : OM is niet ontvankelijk.
3. Stel: de verdachte wordt vervolgd wegens een diefstal (art. 310 Sr). Op het onderzoek ter
terechtzitting blijkt dat hij niet de dader is. Wat zal de uitspraak van de rechter zijn?
Vraag 1 (materiële vragen) : Is het feit door de verdachte begaan ?
Art. 352 Sv : Vrijspraak.
4. Stel: de tenlastelegging is gebaseerd op een strafbepaling die nadien door de rechter
onverbindend is verklaard. Wat zal de uitspraak van de rechter zijn, indien hij meent dat het
tenlastegelegde op zichzelf wel kan worden bewezen?
Vraag 2 (materiële vragen) : kwalificatievraag ?
Het ten laste gelegde feit kan niet worden gekoppeld aan een wettelijke strafbepaling.
Art. 352 : Ontslag van alle rechtsvervolging.
5. Stel: een vrouw wordt vervolgd wegens doodslag op haar echtgenoot (art. 287 Sr). Ter
terechtzitting blijkt dat zij die doodslag weliswaar heeft gepleegd, maar dat haar een beroep
op de schulduitsluitingsgrond psychische overmacht toekomt. Wat zal de uitspraak van de
rechter zijn?
Vraag 3 (materiële vragen) : Is de dader strafbaar ?
Art. 352 : Ontslag van alle rechtsvervolging.
6. Stel: een verdachte wordt vervolgd wegens vernieling van een hekwerk (art. 350 Sr). Ter
terechtzitting blijkt dat hem een beroep op de rechtvaardigingsgrond overmacht in de zin van
noodtoestand toekomt. Wat zal de uitspraak van de rechter zijn?
Zie art. 350 Sr : Wederrechtelijkheid is een bestanddeel. De officier moet de wederrechtelijkheid
opnemen in de tenlastelegging. Rechtvaardigingsgrond —> wederrechtelijkheid valt weg en kan
dus niet meer bewezen worden —> tenlastelegging kan niet meer worden bewezen —> vraag 1
materiële vragen : is het tenlastegelegde bewezen ?
Art. 352 : Vrijspraak.
7. Wat is een preliminair verweer? Wanneer kan een preliminair verweer worden gevoerd?
Verweren die zien op 1 van de eerste 3 voorvragen.