SAMENVATTING
BURGERLIJK
PROCESRECHT
Collegejaar 2025-2026
Inclusief:
o Hoorcollege
aantekeningen
o Werkgroep
aantekeningen
o Voorgeschreven
, Samenvatting BPR 2025-2026
Week 1
Dagvaardingsprocedures & Verzoekschriftprocedures
Dagvaardingsprocedures: voor vermogensrechtelijke geschillen
Vaak: onrechtmatige daad (art. 6:162 BW), wanprestatie (art. 6:74 BW) of
nakoming (art. 3:296 BW)
Verzoekschriftprocedures: gaan over zaken met een toezichthoudende taak of een
beschermend karakter
Verschillen tussen de twee procedures
Rechtsingang
o Dagvaardingsprocedure: begint met een dagvaarding die door een deurwaarder
namens de eisende partij aan de wederpartij wordt uitgebracht
o Verzoekschriftprocedure begint met een verzoekschrift die door de verzoeker aan
de rechtbank is gericht
Bevoegde rechter
o Dagvaardingsprocedure: in beginsel is de rechter van de woonplaats van de
gedaagde bevoegd
o Verzoekschriftprocedure: in beginsel is de rechter van de woonplaats van de
verzoeker bevoegd
Procesverloop
Uitspraak:
o Dagvaardingsprocedures eindigen met een vonnis in eerste aanleg en bij het Hof en
de HR wordt een arrest gewezen
o Verzoekschriftprocedures eindigen met een beschikking
Dagvaardingsprocedure of verzoekschriftprocedure
Art. 78 Rv: het gaat om een dagvaardingsprocedure voor zover het niet om een
verzoekschrift gaat
Art. 261 Rv:
o Verzoekschriftprocedure: voor zover uit de wet niets anders voortvloeit, alle zaken
waarbij een verzoek wordt ingediend
o Art. 261 lid 2 Rv: ‘uit de wet voortvloeit’ de wet (= de materiële bepaling die ten
grondslag ligt aan de vordering) geeft aan wanneer het om een
verzoekschriftprocedure gaat. Er staan dan woorden in het wetsartikel als ‘op
verzoek van’, ‘bij verzoekschrift’, ‘ten verzoeke van’ ‘verzoekt’.
Verkeerde rechtsingang: art. 69 Rv (‘wisselbepaling’)
Internationale bevoegdheid
Moet je in Nederland of in het buitenland procederen?
Art. 1 Rv eerst kijken naar verdragen en verordeningen. Als op Europees niveau niets
geregeld is over de internationale bevoegdheid, dan pas kom je toe aan art. 1 Rv.
EEX-VO II
, Wordt ook wel Brussel I-bis genoemd
Dit verdrag regelt:
o Welke rechter in welk land bevoegd is
o Wanneer wij vonnissen van buitenlandse rechters erkennen
o Tenuitvoerlegging
Toepassingsgebied art. 1 EEX-VO
o Burgerlijke- en handelszaken
o Lid 2: enkele gebieden die van de EEX-VO zijn uitgezonderd (bv. echtscheiding)
Hoofdregel rechtsmacht: rechter van het land van de woonplaats gedaagde
o Art. 4 EEX-VO (lex forum rei) + art. 2 en 3 Rv
o Let op! Het land waar de gedaagde woont, dit staat dus los van de nationaliteit!
Alternatieve gronden rechtsmacht, onder meer:
o Verbintenissen uit overeenkomst (art. 7 aanhef en lid 1 EEX-VO)
o Verbintenissen uit onrechtmatige daad (art. 7 aanhef en lid 2 EEX-VO)
o Als een alternatieve grond zich voordoet dan mag de eiser kiezen voor de lex forum
rei of de alternatieve gronden
Absolute en relatieve competentie
Absolute competentie
Gaat over de vraag welke rechter hiërarchisch gezien bevoegd is
o Rechtbank, Hof of Hoge Raad
Regels van de absolute competentie worden ook wel attributie genoemd. Deze regels
zijn in beginsel van openbare orde
Bepalingen hierover kan je vinden in de Wet RO (art. 2 Wet RO)
o In eerste aanleg is in beginsel de rechtbank bevoegd (art. 42 Wet RO)
Sectorcompetentie (kanton of civiel)
o Art. 93 e.v. Rv
o Sector kanton: je mag procederen zonder advocaat (art. 79 lid 1 en lid 2 Rv)
In art. 93 Rv wordt een onderscheid gemaakt tussen de hoogte van de
vordering en de grondslag van de vordering
Waarde van de vordering: de hoogte van de vordering mag maximaal € 25.000
bedragen (Let op! het gaat om de vordering niet om wat wordt toegewezen!).
Rente moet mee gerekend worden voor het bedrag van € 25.000 (art. 93 sub a
Rv)
Als de vordering onder de € 25.000 is, maar de rechtstitel is meer dan €
25.000 dan moet je alsnog naar de civiele rechter
Bij wijziging van de eis waardoor de vordering boven de € 25.000 uitkomt
zie art. 95 Rv
Aard van de vordering: ongeacht de hoogte, deze vorderingen komen altijd bij
de kantonrechter (art. 93 sub c Rv)
o Sector civiel: procesvertegenwoordiging is verplicht
Relatieve competentie
Gaat over de vraag bij welke rechtbank je moet zijn
Regels van de relatieve competentie worden ook wel distributie genoemd. Deze regels
zijn in beginsel niet van openbare orde
, o Let op! In hoger beroep zijn de regels van relatieve competentie wel van openbare
orde!
Bepalingen hierover kan je vinden in Rv
o Rechtbanken: art. 99-110 Rv
o Hoofdregel: rechter woonplaats gedaagde, art. 99 Rv
o Alternatieve rechtsgronden: art. 100-106 Rv
Je mag kiezen tussen de hoofdregel of de alternatieve grond
Eiser mag kiezen tussen woonplaats gedaagde en de gronden in deze artikelen.
Dit is te herkennen aan het woord ‘mede’
o Afwijken van de regels van relatieve competentie art. 108 Rv
Partijen hebben in beginsel de keuze om (contractueel) vast te leggen waar ze
gaan procederen
Regels van openbare orde: regels die zo belangrijk worden geacht dat je er niet van af kan
wijken. De rechter moet hier ambtshalve (= uit zichzelf) naar kijken.
Forumkeuzebeding: afspraak in de algemene voorwaarden dat wanneer het tot een geschil
komt, voor welke rechter je dan gaat procederen. Voor consumenten staat dit op de zwarte
lijst, zie art. 6:236 aanhef en onder n BW. Het arrest Heesakkers/Voets is ingeval van een
forumkeuzebeding van toepassing.
Recht op hoor en wederhoor: art. 19 Rv en art. 6 EVRM (zie ook art. 87 Rv en art. 131 Rv).
Het oproepen en horen van een partij kan achterwege blijven indien zij daardoor niet
wezenlijk in haar belang wordt geschaad of het belang van de andere partij bij niet-oproepen
en niet-horen bij wijze van hoge uitzondering zo zwaarwegend is dat het dient te prevaleren.
Bij een verklaring van recht (art. 3:302 BW) gaat het om het vaststellen of iemand
aansprakelijk is.
De rechter mag, behoudens uitzonderingen:
1) Geen feitelijke gronden aanvullen
o De rechter mag in beginsel geen feiten aanvullen in de zin dat hij andere feiten aan
zijn beslissing ten grondslag mag leggen dan door partijen en aan hun vordering,
verzoek of verweer ten grondslag zijn gelegd (art. 24 Rv en art. 149 Rv).
o Het is de rechter ook verboden om zijn beslissing te baseren op een feit dat wel
gebleken is in het proces als niet duidelijk is dat de belanghebbende partij dat feit
aan haar vordering of verweer ten grondslag wenst te leggen.
2) Geen bewijs opdragen ten aanzien van onvoldoende betwiste feiten
o Art. 149 lid 1 Rv en art. 284 lid 1 Rv
3) Bepaalde rechtsgronden niet aanvullen
o Bv. rechtsgronden die vallen buiten de grenzen van hetgeen aan feitelijke gronden
door partijen is aangevoerd
4) Niet meer of iets anders toewijzen dan geëist of verzocht is
o De rechter mag minder toewijzen dan gevorderd. Hij mag niet iets anders toewijzen
dan gevorderd, niet de aard van de vordering veranderen en ook niet meer
toewijzen dan gevorderd
BURGERLIJK
PROCESRECHT
Collegejaar 2025-2026
Inclusief:
o Hoorcollege
aantekeningen
o Werkgroep
aantekeningen
o Voorgeschreven
, Samenvatting BPR 2025-2026
Week 1
Dagvaardingsprocedures & Verzoekschriftprocedures
Dagvaardingsprocedures: voor vermogensrechtelijke geschillen
Vaak: onrechtmatige daad (art. 6:162 BW), wanprestatie (art. 6:74 BW) of
nakoming (art. 3:296 BW)
Verzoekschriftprocedures: gaan over zaken met een toezichthoudende taak of een
beschermend karakter
Verschillen tussen de twee procedures
Rechtsingang
o Dagvaardingsprocedure: begint met een dagvaarding die door een deurwaarder
namens de eisende partij aan de wederpartij wordt uitgebracht
o Verzoekschriftprocedure begint met een verzoekschrift die door de verzoeker aan
de rechtbank is gericht
Bevoegde rechter
o Dagvaardingsprocedure: in beginsel is de rechter van de woonplaats van de
gedaagde bevoegd
o Verzoekschriftprocedure: in beginsel is de rechter van de woonplaats van de
verzoeker bevoegd
Procesverloop
Uitspraak:
o Dagvaardingsprocedures eindigen met een vonnis in eerste aanleg en bij het Hof en
de HR wordt een arrest gewezen
o Verzoekschriftprocedures eindigen met een beschikking
Dagvaardingsprocedure of verzoekschriftprocedure
Art. 78 Rv: het gaat om een dagvaardingsprocedure voor zover het niet om een
verzoekschrift gaat
Art. 261 Rv:
o Verzoekschriftprocedure: voor zover uit de wet niets anders voortvloeit, alle zaken
waarbij een verzoek wordt ingediend
o Art. 261 lid 2 Rv: ‘uit de wet voortvloeit’ de wet (= de materiële bepaling die ten
grondslag ligt aan de vordering) geeft aan wanneer het om een
verzoekschriftprocedure gaat. Er staan dan woorden in het wetsartikel als ‘op
verzoek van’, ‘bij verzoekschrift’, ‘ten verzoeke van’ ‘verzoekt’.
Verkeerde rechtsingang: art. 69 Rv (‘wisselbepaling’)
Internationale bevoegdheid
Moet je in Nederland of in het buitenland procederen?
Art. 1 Rv eerst kijken naar verdragen en verordeningen. Als op Europees niveau niets
geregeld is over de internationale bevoegdheid, dan pas kom je toe aan art. 1 Rv.
EEX-VO II
, Wordt ook wel Brussel I-bis genoemd
Dit verdrag regelt:
o Welke rechter in welk land bevoegd is
o Wanneer wij vonnissen van buitenlandse rechters erkennen
o Tenuitvoerlegging
Toepassingsgebied art. 1 EEX-VO
o Burgerlijke- en handelszaken
o Lid 2: enkele gebieden die van de EEX-VO zijn uitgezonderd (bv. echtscheiding)
Hoofdregel rechtsmacht: rechter van het land van de woonplaats gedaagde
o Art. 4 EEX-VO (lex forum rei) + art. 2 en 3 Rv
o Let op! Het land waar de gedaagde woont, dit staat dus los van de nationaliteit!
Alternatieve gronden rechtsmacht, onder meer:
o Verbintenissen uit overeenkomst (art. 7 aanhef en lid 1 EEX-VO)
o Verbintenissen uit onrechtmatige daad (art. 7 aanhef en lid 2 EEX-VO)
o Als een alternatieve grond zich voordoet dan mag de eiser kiezen voor de lex forum
rei of de alternatieve gronden
Absolute en relatieve competentie
Absolute competentie
Gaat over de vraag welke rechter hiërarchisch gezien bevoegd is
o Rechtbank, Hof of Hoge Raad
Regels van de absolute competentie worden ook wel attributie genoemd. Deze regels
zijn in beginsel van openbare orde
Bepalingen hierover kan je vinden in de Wet RO (art. 2 Wet RO)
o In eerste aanleg is in beginsel de rechtbank bevoegd (art. 42 Wet RO)
Sectorcompetentie (kanton of civiel)
o Art. 93 e.v. Rv
o Sector kanton: je mag procederen zonder advocaat (art. 79 lid 1 en lid 2 Rv)
In art. 93 Rv wordt een onderscheid gemaakt tussen de hoogte van de
vordering en de grondslag van de vordering
Waarde van de vordering: de hoogte van de vordering mag maximaal € 25.000
bedragen (Let op! het gaat om de vordering niet om wat wordt toegewezen!).
Rente moet mee gerekend worden voor het bedrag van € 25.000 (art. 93 sub a
Rv)
Als de vordering onder de € 25.000 is, maar de rechtstitel is meer dan €
25.000 dan moet je alsnog naar de civiele rechter
Bij wijziging van de eis waardoor de vordering boven de € 25.000 uitkomt
zie art. 95 Rv
Aard van de vordering: ongeacht de hoogte, deze vorderingen komen altijd bij
de kantonrechter (art. 93 sub c Rv)
o Sector civiel: procesvertegenwoordiging is verplicht
Relatieve competentie
Gaat over de vraag bij welke rechtbank je moet zijn
Regels van de relatieve competentie worden ook wel distributie genoemd. Deze regels
zijn in beginsel niet van openbare orde
, o Let op! In hoger beroep zijn de regels van relatieve competentie wel van openbare
orde!
Bepalingen hierover kan je vinden in Rv
o Rechtbanken: art. 99-110 Rv
o Hoofdregel: rechter woonplaats gedaagde, art. 99 Rv
o Alternatieve rechtsgronden: art. 100-106 Rv
Je mag kiezen tussen de hoofdregel of de alternatieve grond
Eiser mag kiezen tussen woonplaats gedaagde en de gronden in deze artikelen.
Dit is te herkennen aan het woord ‘mede’
o Afwijken van de regels van relatieve competentie art. 108 Rv
Partijen hebben in beginsel de keuze om (contractueel) vast te leggen waar ze
gaan procederen
Regels van openbare orde: regels die zo belangrijk worden geacht dat je er niet van af kan
wijken. De rechter moet hier ambtshalve (= uit zichzelf) naar kijken.
Forumkeuzebeding: afspraak in de algemene voorwaarden dat wanneer het tot een geschil
komt, voor welke rechter je dan gaat procederen. Voor consumenten staat dit op de zwarte
lijst, zie art. 6:236 aanhef en onder n BW. Het arrest Heesakkers/Voets is ingeval van een
forumkeuzebeding van toepassing.
Recht op hoor en wederhoor: art. 19 Rv en art. 6 EVRM (zie ook art. 87 Rv en art. 131 Rv).
Het oproepen en horen van een partij kan achterwege blijven indien zij daardoor niet
wezenlijk in haar belang wordt geschaad of het belang van de andere partij bij niet-oproepen
en niet-horen bij wijze van hoge uitzondering zo zwaarwegend is dat het dient te prevaleren.
Bij een verklaring van recht (art. 3:302 BW) gaat het om het vaststellen of iemand
aansprakelijk is.
De rechter mag, behoudens uitzonderingen:
1) Geen feitelijke gronden aanvullen
o De rechter mag in beginsel geen feiten aanvullen in de zin dat hij andere feiten aan
zijn beslissing ten grondslag mag leggen dan door partijen en aan hun vordering,
verzoek of verweer ten grondslag zijn gelegd (art. 24 Rv en art. 149 Rv).
o Het is de rechter ook verboden om zijn beslissing te baseren op een feit dat wel
gebleken is in het proces als niet duidelijk is dat de belanghebbende partij dat feit
aan haar vordering of verweer ten grondslag wenst te leggen.
2) Geen bewijs opdragen ten aanzien van onvoldoende betwiste feiten
o Art. 149 lid 1 Rv en art. 284 lid 1 Rv
3) Bepaalde rechtsgronden niet aanvullen
o Bv. rechtsgronden die vallen buiten de grenzen van hetgeen aan feitelijke gronden
door partijen is aangevoerd
4) Niet meer of iets anders toewijzen dan geëist of verzocht is
o De rechter mag minder toewijzen dan gevorderd. Hij mag niet iets anders toewijzen
dan gevorderd, niet de aard van de vordering veranderen en ook niet meer
toewijzen dan gevorderd