1994) Psychosociale ontwikkeling volgens Erikson (1963)
Mensen doorlopen 8 levensfasen, van babytijd tot ouderdom.
Iedere fase wordt afgesloten met een crisis (een opdracht/uitdaging), een
ontwikkelingstaak die typisch is voor díe fase. Deze taak is een verwachting uit
onze omgeving.
De crisis kan nooit helemaal opgelost worden of helemaal onopgelost blijven.
Het gaat om de mate waarop je succesvol met die uitdaging omgaat.
- Als die taak negatief afgesloten wordt, loopt de ontwikkeling vast.
- Hoe je de taak oplost heeft invloed op de nog komende taken.
Iemands identiteit veranderd steeds; het is een levenslange ontwikkeling (Erikson). Die
ontwikkeling kan probleemloos gaan, maar kan ook door discontinuïteit de vorm krijgen
van een crisis. Die crisis hoeft geen probleem te zijn, het kan ook een kans zijn voor een
ontwikkeling in een richting die meer bij de persoon past.
Babytijd (0 – 1,5 jaar)
Vertrouwen versus wantrouwen
Taak = ontwikkelen van een gevoel van vertrouwen in anderen. Veiligheid en
geborgenheid vinden.
Peutertijd (1,5 – 3 jaar)
Autonomie versus schaamte en twijfel
Taak = ontwikkeling van zelfstandigheid, de wereld verkennen, dingen ‘zelf doen’.
Kleutertijd (3 – 6 jaar)
Initiatief versus schuldgevoel
Taak = ontwikkeling van geweten, eigen initiatieven ontplooien, zelf dingen in gang
zetten.
Schoolkindtijd (6 jaar tot puberteit (ongeveer 12 jaar))
Vlijt versus minderwaardigheid
Taak = gevoelens van competentie en zelfvertrouwen (= vlijt) ontwikkelen.
Adolescentie (puberteit tot...)
Identiteit versus rolverwarring
Taak = een antwoord op de vraag vinden ‘wie ben ik?’
Jong-volwassenheid
Intimiteit versus isolement
Taak = aangaan van een intieme relatie.
Middelbare leeftijd
Generativiteit versus egocentrisme
Taak = zorg dragen voor anderen, bijdragen aan de maatschappij = generativiteit
Ouderdom
Ik-integriteit versus wanhoop
Taak = terugkijken op het leven met tevredenheid = ik-integriteit