Probleem 5 – Voorarrest
Leerdoel I: Welke verschillende fases kent het voorarrest en wat zijn de voorwaarden
van toepassing?
Staande houden en legitimatieplicht
Het minst ingrijpende vrijheidsbeperkende dwangmiddel dat op verdachten toegepast kan worden is de
staandehouding. De staandehouding heeft als enige doel de identiteit van de verdachte te achterhalen.
- De verdachte kan op basis van zijn zwijgrecht straffeloos weigeren zijn persoongegevens
mede te delen.
- Het opgeven van valse persoonsgegevens is strafbaar (art. 435 4 Sr)
De bevoegdheid tot het vorderen dat een legitimatiebewijs wordt getoond, kan ook gebruikt worden
om de identiteit van een verdachte vast te stellen.
- Dit mag alleen worden gedaan wanneer dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening
van de taak van de politie.
Aanhouding
Aanhouding is een vorm van vrijheidsberoving die tot doel heeft de verdachten over te brengen naar
een plaats waar hij zal worden voorgeleid aan een (hulp) officier van justitie, die hem zo verhoren.
Twee situaties waarin aanhouding mogelijk is:
I. Ontdekking op heterdaad (art. 53 Sv): Wanneer het strafbare feit wordt ontdekt, terwijl het
begaan wordt of terstond nadat het begaan is.
a. Het gaat hier om ontdekking van het feit, niet op betrapping van de dader.
b. Een ieder is bevoegd om iemand van zijn vrijheid te beroven.
II. Ontdekking buiten het geval van heterdaad (art. 54 Sv):
Drie voorwaarden voor een opsporingsambtenaar om iemand aan te houden:
1. Er moet sprake zijn van een verdachte In de zin van artikel 27 Sv;
2. De verdachte moet worden verdacht van een strafbaar feit waarvoor voorlopige
hechtenis is toegelaten (hoofdregel: minimaal 4 jaar gevangenisstraf);
3. De aanhouding moet worden verricht door een bevoegd persoon.
Evenals bijstaande houding is het bij aanhouding van belang de identiteit van een verdachte te kennen
en mag de verdachte worden gefouilleerd. Overigens gaan de bevoegdheden hier verder (art. 55c).
Ophouden voor onderzoek
Het primaire doel van de aanhouding is de verdachte over te brengen naar een plaats waar hij kan
worden verhoord. Bovendien om onderzoek te doen naar de identiteit van de verdachte.
Een apart dwangmiddel is dan ook het ‘ophouden voor onderzoek’ (art. 56a Sv).
- Termijn van 9 uren bij verdenking strafbaar feit waar voorlopige hechtenis is toegelaten.
- De tijd tussen 12 uur 's nachts en 9 uur 's morgens telt niet mee.
Tijdens het ophouden voor onderzoek zal de verdachte worden gehoord door de politie.
Daarnaast kan hij worden onderworpen aan ‘maatregelen in het belang van het onderzoek', maar alleen
wanneer hij wordt verdacht van een misdrijf als bedoeld in art. 67 lid 1 Sv.
- Doel om vast te stellen of de verdachte betrokken is geweest bij een strafbaar feit.
Inverzekeringstelling
Na ophouding voor onderzoek is inverzekeringstelling het tweede vrijheidsbenemende dwangmiddel.
Inverzekeringsinstelling (het vasthouden van de verdachte) is slechts toegestaan ‘in het belang van het
onderzoek’. Alleen OvJ mag een inverzekeringstelling vaststellen.
, Maximaal drie dagen van kracht. Na deze 3 dagen is het mogelijk de inverzekeringstelling bij
dringende noodzakelijkheid met dezelfde periode te verlengen (art. 58 lid 2 Sv)
Voorlopige hechtenis
Na een inverzekeringsinstelling kan langere vrijheidsbeneming noodzakelijk blijken.
Voorlopige hechtenis kan bestaan uit bewaring, gevangenhouding en gevangenneming (art. 133 Sv).
Inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis worden aangeduid met de term voorarrest.
- Bewaring en gevangenhouding zijn chronologisch op elkaar volgende normen van voorlopige
hechtenis.
Voor bewaring en gevangenhouding moeten worden voldaan aan 4 voorwaarden:
1. Er moet sprake zijn van een geval waarin voorlopige hechtenis is toegelaten (art. 67 l.1-2 Sv).
2. Er moeten ernstige bezwaren tegen de verdachte bestaan (art. 67 lid 3 Sv).
3. Er moet sprake zijn van een grond voor voorlopige hechtenis (art. 67 a Sv).
4. Anticipatiegebod: de periode van vrijheidsbeneming zal bij toewijzing van de vordering tot
voorlopige hechtenis niet langer duren dan de vrijheidsbeneming de sanctie die de rechter naar
verwachting zal opleggen.
Art. 67 lid 3 Sv ‘ernistige bezwaren’: de normale verdenking op basis van artikel 27 is niet voldoende.
Uit feiten en omstandigheden moet volgen dat het waarschijnlijk is dat verdachte het feit begaan heeft.
De maximumtermijn van bewaring is 14 dagen en kan niet worden verlengd.
Mocht de officier van justitie nog steeds voldoende gronden aanwezig achten om de verdachte van zijn
vrijheid te beroven, dan zal hij diens gevangenhouding vorderen.
Over de gevangenhouding beslist de raadkamer van de rechtbank. De verdachte zal eerst tijdens een
aparte zitting opnieuw worden gehoord. De rechtbank moet beslissen of er nog steeds voldoende
gronden zijn om de verdachte van zijn vrijheid beroofd te houden.
Mocht officier van justitie nog niet klaar zijn met voorbereiding van zijn zaak na afloop van de laatste
verlenging, dan kan hij de verdachte voorlopig dagvaarden (art. 261 lid 3 Sv).
Er volgt een pro-forma-zitting, waarbij de officier direct na het voordragen van de zaak schorsing van
het onderzoek ter terechtzitting vraagt, zodat de zaak niet inhoudelijk behandeld wordt (art. 282 l4 Sv).
De belangrijkste kenmerken van de vrijheidsbenemende dwangmiddelen:
Dwangmiddel Bevel door? Voorwaarden Max. duur Verlenging
Ophouden voor OvJ/HOvJ Verdenking van een 6 uur (geen 6 uur (alleen als
onderzoek strafbaar feit VH) of 9 uur geen VH en
(wel VH) + 9 identiteit niet
uur nacht vastgesteld
Inverzekering- OvJ/HOvJ Verdenking van feit 3 dagen 3 dagen (alleen
stelling waarvoor voorlopige door OvJ)
hechtenis is toegelaten
Bewaring RC Ernstige bezwaren, geval 14 dagen Nee
van en grond voor
voorlopige hechtenis
Gevangenhoudin Rechtbank Ernstige bezwaren, geval Meestal 30 Tweemaal, tot
g van en grond voor dagen max 90 dagen
voorlopige hechtenis (evt. tot 60 na
einduitspraak
Leerdoel I: Welke verschillende fases kent het voorarrest en wat zijn de voorwaarden
van toepassing?
Staande houden en legitimatieplicht
Het minst ingrijpende vrijheidsbeperkende dwangmiddel dat op verdachten toegepast kan worden is de
staandehouding. De staandehouding heeft als enige doel de identiteit van de verdachte te achterhalen.
- De verdachte kan op basis van zijn zwijgrecht straffeloos weigeren zijn persoongegevens
mede te delen.
- Het opgeven van valse persoonsgegevens is strafbaar (art. 435 4 Sr)
De bevoegdheid tot het vorderen dat een legitimatiebewijs wordt getoond, kan ook gebruikt worden
om de identiteit van een verdachte vast te stellen.
- Dit mag alleen worden gedaan wanneer dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening
van de taak van de politie.
Aanhouding
Aanhouding is een vorm van vrijheidsberoving die tot doel heeft de verdachten over te brengen naar
een plaats waar hij zal worden voorgeleid aan een (hulp) officier van justitie, die hem zo verhoren.
Twee situaties waarin aanhouding mogelijk is:
I. Ontdekking op heterdaad (art. 53 Sv): Wanneer het strafbare feit wordt ontdekt, terwijl het
begaan wordt of terstond nadat het begaan is.
a. Het gaat hier om ontdekking van het feit, niet op betrapping van de dader.
b. Een ieder is bevoegd om iemand van zijn vrijheid te beroven.
II. Ontdekking buiten het geval van heterdaad (art. 54 Sv):
Drie voorwaarden voor een opsporingsambtenaar om iemand aan te houden:
1. Er moet sprake zijn van een verdachte In de zin van artikel 27 Sv;
2. De verdachte moet worden verdacht van een strafbaar feit waarvoor voorlopige
hechtenis is toegelaten (hoofdregel: minimaal 4 jaar gevangenisstraf);
3. De aanhouding moet worden verricht door een bevoegd persoon.
Evenals bijstaande houding is het bij aanhouding van belang de identiteit van een verdachte te kennen
en mag de verdachte worden gefouilleerd. Overigens gaan de bevoegdheden hier verder (art. 55c).
Ophouden voor onderzoek
Het primaire doel van de aanhouding is de verdachte over te brengen naar een plaats waar hij kan
worden verhoord. Bovendien om onderzoek te doen naar de identiteit van de verdachte.
Een apart dwangmiddel is dan ook het ‘ophouden voor onderzoek’ (art. 56a Sv).
- Termijn van 9 uren bij verdenking strafbaar feit waar voorlopige hechtenis is toegelaten.
- De tijd tussen 12 uur 's nachts en 9 uur 's morgens telt niet mee.
Tijdens het ophouden voor onderzoek zal de verdachte worden gehoord door de politie.
Daarnaast kan hij worden onderworpen aan ‘maatregelen in het belang van het onderzoek', maar alleen
wanneer hij wordt verdacht van een misdrijf als bedoeld in art. 67 lid 1 Sv.
- Doel om vast te stellen of de verdachte betrokken is geweest bij een strafbaar feit.
Inverzekeringstelling
Na ophouding voor onderzoek is inverzekeringstelling het tweede vrijheidsbenemende dwangmiddel.
Inverzekeringsinstelling (het vasthouden van de verdachte) is slechts toegestaan ‘in het belang van het
onderzoek’. Alleen OvJ mag een inverzekeringstelling vaststellen.
, Maximaal drie dagen van kracht. Na deze 3 dagen is het mogelijk de inverzekeringstelling bij
dringende noodzakelijkheid met dezelfde periode te verlengen (art. 58 lid 2 Sv)
Voorlopige hechtenis
Na een inverzekeringsinstelling kan langere vrijheidsbeneming noodzakelijk blijken.
Voorlopige hechtenis kan bestaan uit bewaring, gevangenhouding en gevangenneming (art. 133 Sv).
Inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis worden aangeduid met de term voorarrest.
- Bewaring en gevangenhouding zijn chronologisch op elkaar volgende normen van voorlopige
hechtenis.
Voor bewaring en gevangenhouding moeten worden voldaan aan 4 voorwaarden:
1. Er moet sprake zijn van een geval waarin voorlopige hechtenis is toegelaten (art. 67 l.1-2 Sv).
2. Er moeten ernstige bezwaren tegen de verdachte bestaan (art. 67 lid 3 Sv).
3. Er moet sprake zijn van een grond voor voorlopige hechtenis (art. 67 a Sv).
4. Anticipatiegebod: de periode van vrijheidsbeneming zal bij toewijzing van de vordering tot
voorlopige hechtenis niet langer duren dan de vrijheidsbeneming de sanctie die de rechter naar
verwachting zal opleggen.
Art. 67 lid 3 Sv ‘ernistige bezwaren’: de normale verdenking op basis van artikel 27 is niet voldoende.
Uit feiten en omstandigheden moet volgen dat het waarschijnlijk is dat verdachte het feit begaan heeft.
De maximumtermijn van bewaring is 14 dagen en kan niet worden verlengd.
Mocht de officier van justitie nog steeds voldoende gronden aanwezig achten om de verdachte van zijn
vrijheid te beroven, dan zal hij diens gevangenhouding vorderen.
Over de gevangenhouding beslist de raadkamer van de rechtbank. De verdachte zal eerst tijdens een
aparte zitting opnieuw worden gehoord. De rechtbank moet beslissen of er nog steeds voldoende
gronden zijn om de verdachte van zijn vrijheid beroofd te houden.
Mocht officier van justitie nog niet klaar zijn met voorbereiding van zijn zaak na afloop van de laatste
verlenging, dan kan hij de verdachte voorlopig dagvaarden (art. 261 lid 3 Sv).
Er volgt een pro-forma-zitting, waarbij de officier direct na het voordragen van de zaak schorsing van
het onderzoek ter terechtzitting vraagt, zodat de zaak niet inhoudelijk behandeld wordt (art. 282 l4 Sv).
De belangrijkste kenmerken van de vrijheidsbenemende dwangmiddelen:
Dwangmiddel Bevel door? Voorwaarden Max. duur Verlenging
Ophouden voor OvJ/HOvJ Verdenking van een 6 uur (geen 6 uur (alleen als
onderzoek strafbaar feit VH) of 9 uur geen VH en
(wel VH) + 9 identiteit niet
uur nacht vastgesteld
Inverzekering- OvJ/HOvJ Verdenking van feit 3 dagen 3 dagen (alleen
stelling waarvoor voorlopige door OvJ)
hechtenis is toegelaten
Bewaring RC Ernstige bezwaren, geval 14 dagen Nee
van en grond voor
voorlopige hechtenis
Gevangenhoudin Rechtbank Ernstige bezwaren, geval Meestal 30 Tweemaal, tot
g van en grond voor dagen max 90 dagen
voorlopige hechtenis (evt. tot 60 na
einduitspraak