Rode loper – Ziekte van Parkinson
1. Begripsbepaling
De ziekte van Parkinson werd voor het eerst beschreven door een Engelse arts: James
Parkinson. Hij leed zelf ook aan deze ziekte, waarna de ziekte naar hem vernoemd werd
. De ziekte van Parkinson is een hersenaandoening waarbij een kleine groep cellen in de
hersenen (de substantia nigra) beschadigt en afsterft. Daardoor kunnen de cellen geen
dopamine meer aanmaken. Dopamine hebben we nodig om soepel te kunnen bewegen
en onze lichaamsbewegingen onder controle te houden.
2. Epidemiologie
In 2015 hadden 53 miljoen mensen wereldwijd de ziekte van Parkinson. In Nederland
hadden in 2020 ongeveer 63.500 mensen de ziekte van Parkinson. De ziekte treft zowel
mannen als vrouwen, jong en oud. Eén op de tweeëntwintig mensen krijgt de diagnose
Parkinson. Bij ongeveer 30% van hen uit de ziekte zich voor het 65 ste levensjaar. Het is
bekend dat mannen een grotere kans hebben op Parkinson dan vrouwen. De ziekte kan
ook voorkomen bij jongere mensen, dit openbaart zich dan vaak tussen het 40 ste en
50ste levensjaar.
3. Anatomie/fysiologie
De ziekte van Parkinson presenteert zich als een langzaam voortschrijdende
aandoening van het centrale zenuwstelsel. Meestal manifesteert deze zich tussen het
45ste en 65ste levensjaar, sluipend en onopgemerkt. Het kan jaren vergen voordat een
diagnose wordt gesteld. De symptomen worden veroorzaakt door een tekort aan
dopamine, geproduceerd in de gepigmenteerde cellen van de substantia nigra, een kern
in de middenhersenen. Dopamine, een neurotransmitter, speelt een essentiële rol in de
communicatie tussen verschillende zenuwcellen, waarbij het stimulerend werkt. Het
disfunctioneren tussen dopamine en acetylcholine resulteert in de symptomen van
Parkinson. Behandeling richt zich op het herstellen van deze balans. Normaal
gesproken heeft de substantia nigra, letterlijk vertaald als "zwarte substantie", een
diepe zwarte kleur, dankzij de aanwezigheid van dopamine. Onderzoek heeft
aangetoond dat bij mensen met Parkinson deze kern aanzienlijk lichter is vanwege een
gebrek aan dopamine.
4. Etiologie
Er zijn talloze studies gewijd aan het achterhalen van de oorzaak van de ziekte van
Parkinson, maar tot op heden blijft deze oorzaak grotendeels mysterieus. Het lijkt
waarschijnlijk dat een complex samenspel van verschillende factoren verantwoordelijk
is voor het ontstaan van deze aandoening.
Een bekend aspect is het tekort aan dopamine in de hersenen, wat voornamelijk
voortkomt uit het afsterven van dopamine-producerende zenuwcellen in een specifiek
gebied van de hersenen, genaamd de substantia nigra. De reden achter dit afsterven
blijft echter een raadsel. Mogelijke bijdragende factoren zijn onder meer de natuurlijke
veroudering van de hersenen, verstoringen in de eiwitstofwisseling en blootstelling aan
schadelijke omgevingsinvloeden, zoals zware metalen, koolmonoxide en insecticiden.
Bovendien speelt erfelijkheid een rol in de vatbaarheid voor Parkinson.