1. Inleiding
Producenten bieden goederen en diensten aan op markten. Ze bepalen hoeveel ze
produceren op basis van de prijs, productiecapaciteit en kostprijs. Het doel is winst maken,
maar ook maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt steeds belangrijker.
2. Winst en winstmaximalisatie
Winst (TW) = Totale Opbrengsten/omzet (TO) – Totale Kosten (TK)
TO = P × Q
TK = TCK + TVK
TW = (P × Q) – (TCK + TVK)
Beperkingen: technologische grenzen(begrensde productiecapaciteit), beperkte informatie,
en marktomstandigheden.
Doel ondernemer: winstmaximalisatie bij gegeven prijzen, kosten en capaciteit.
3. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO)
Ondernemingen streven niet enkel naar winst maar ook naar duurzaamheid (‘triple P’):
- Profit (economisch)
- People (sociaal)
- Planet (milieu)
Principes volgens Wayne Visser → model van Corporate Sustainability and
Responsibility of een Purpose-Inspired Capitalism
1. Productieve investeringen
2. Lange termijnvisie (rijkdom gecreeëert door rekening te houden met toekomst)
3. Transparantie (transparant weergeven van inkomens, en de sociale impact van
activiteiten)
4. Full cost accounting (rekening houden met milieu/sociale kosten)
5. Sociale inclusie (integratie van iedereen in de economie dus ook armen/ gaan voor
gewoon winst of toch voor winstmaximalisatie?).
4. Productie en productiefactoren
Productiefactoren: natuur, arbeid, kapitaal.
→ Natuur: grondstoffen, energie, ruimte
→ Arbeid: fysieke en mentale arbeid
→ Kapitaal: machines, infrastructuur (geen geldkapitaal)
make-or-buy decision
, 5. Productiefunctie & productiviteit
Productiefunctie: toont de relatie tussen inputs (natuur, arbeid, kapitaal) en output.
Korte termijn → minstens één factor is vast (kapitaal vaste en arbeid variabel)
Lange termijn → alle factoren zijn variabel
Q=f(QA, QK) Met Q hoeveelheid geproduceerde goederen en Qa arbeiders en Qk kapitaal
Productiviteit = Output / Input (hoe minder geld die erin steekt hoe beter)
→ Arbeidsproductiviteit = Q / Aantal arbeidsuren
→ Kapitaalproductiviteit = Q / Kapitaalinput
6. Wet van de toe- en afnemende meeropbrengst
Wanneer meer van één productiefactor wordt ingezet terwijl andere constant blijven:
→ Eerst stijgt de meeropbrengst (efficiëntie)
→ Daarna daalt ze (inefficiëntie)
Marginale productie = extra output per extra eenheid input.
Totale productie, gemiddelde productie en marginale productie zijn met elkaar verbonden.
(Bv. Werknemers lopen elkaar in de eg AFNEMENDE PRODUCTIVITEIT)
6,5. Kostenverloop
TP = Totale Productie hoeveel wordt er in totaal geproduceerd
GP = Gemiddelde productie Hoeveel produceert één eenheid arbeid gemiddeld
MP = Marginale Productie Hoeveel neemt de productie toe, als ik één extra eenheid
arbeid inzet.