Consumenten
—————————————————————————————————————————————————————
————————————
Deze samenvatting bevat alle leerstof uit Hoofdstuk 1 die je moet kennen voor je examen.
—————————————————————————————————————————————————————
————————————
1. Consumenten in macro- en micro-economie
• Macro: kijkt naar totale consumptie van gezinnen (C) en evoluties in de tijd.
• Micro: verklaart individuele keuzes van consumenten en hoe vraag op markten ontstaat.
• Focus in dit hoofdstuk: private goederen (niet-publieke).
2. Nut
Nut = het vermogen van een goed of dienst om behoeften te bevredigen (subjectief).
2.1 Totaal nut (TU) en marginaal nut (MU)
• TU: totale voldoening van een hoeveelheid.
• MU: extra nut van één bijkomende eenheid.
• 1e wet van Gossen → afnemend marginaal nut: elke extra eenheid levert minder MU op.
Belangrijke curves p.5
2.2 Preferenties & indifferentiekrommen
• Ordinaal nut: rangschikken i.p.v. exact meten.
• Kardinaal nut: hypothese van de meetbaarheid van nut
• Indifferentiekromme: combinaties van 2 goederen met
gelijk nut (indifferent).
2.3 Eigenschappen van indifferentiekrommen
1. Dalend verloop → afruil tussen goederen.
, 2. Convex(bolle kant) naar oorsprong → illustreert afnemend MU (Eerste wet van Gossen)
(trade-off wordt groter).
3. Snijden elkaar nooit.
4. Elke consument heft eigen indifferentiekrommen.
5. Verder van oorsprong = hoger nut (doel van de consument omdat ze hoog nut nastreven).
3. Budget en prijzen
3.1 Budgetrechte
Formule: Y = P₁*Q₁ + P₂*Q₂. Toont alle betaalbare combinaties
met gegeven budget.
• Onder de lijn: betaalbaar, maar budget niet volledig benut.
• Boven de lijn: onbetaalbaar.
• Y = Budget , P= Prijs , Q = Hoeveelheid
3.2 Optimum van de consument (2e wet van Gossen)
Optimum = raakpunt budgetlijn met hoogst mogelijke indifferentiekromme.
Voor n goederen: MU₁/P₁ = MU₂/P₂ = … = MUₙ/Pₙ → de ‘laatste euro’ levert overal evenveel nut.
MUN Stelt marginaal nut van goed N voor
Maximaliseert nut wanneer marginaal nut per uitgegeven euro voor alle goederen gelijkis = 2de
wet van Gossen!!
3.3 Inkomensveranderingen
• Nominaal inkomsvernadering: Inkomen veranderd zonder verandering in prijs →
budgetrechte verschuift evenwijdig met de vorige
• Reëel inkomen: koopkracht (veranderen ook prijzen en budget).
Zie cursus voor figuren B₁, B₂, B₃ (evenwijdige verschuivingen).
3.4 Prijswijzigingen
• Homogeen (alle prijzen zelfde %) → budgetlijn verschuift evenwijdig.
• Heterogeen (één prijs verandert) → budgetlijn roteert.