Hoorcollege 1 ‘Factoranalyse’
Instrumentele validiteit:
de mate waarin een test aan zijn doel beantwoordt:
• Inhoudsvaliditeit (content validity): representeert de test het gehele inhoudsdomein? Meet
het alles? Wordt vaak beoordeeld door deskundigen (indruks/face validity)
• Begripsvaliditeit (contruct validity): meet de test het theoretische concept dat moet worden
gemeten?
o Relaties binnen de test (interne structuur) factoranalyse
o Relaties met andere variabelen (externe structuur)
• Criteriumvaliditeit (criterion validity): voorspelt de test gedrag of prestatie dat niet met test
wordt gemeten.
Doelen van factoranalyse:
1. Beoordelen van dimensionaliteit van test
Vinden we het aantal theoretisch veronderstelde dimensies (=factoren) binnen de
verzameling van testitems?
Deze toepassing noemen we de Confirmerende factoranalyse (CFA)
2. Realiseren van datareductie
Kunnen we info uit groot aantal variabelen samenvatten in kleiner aantal variabelen? Bijv. ipv
12 kolommen, 1 kolom ervan maken. De nieuwe variabelen noemen we factoren.
2 vormen:
- Explorerende factoranalyse (EFA): bij CFA heb je al echt een idee over de interne
structuur, bij EFA ga je gewoon eens kijken welke factoren je zinvol kunt onderscheiden
- Hoofdcomponentenanalyse (PCA):
Stappen in de factoranalyse:
0. Datascreening: kijken naar de correlatiematrix, want als variabelen niet correleren, heeft het
geen zin om factoranalyse uit te voeren.
Vuistregel: minstens één absolute correlatiecoëfficiënt [r] groter dan 0.30.
1. Kiezen van factormodel
* PCA: Principal Component Analyses: hoofdcomponentenanalyse
* EFA: Exploratory Factor Analyses: exploratieve factoranalyse
* CFA: Confirmatieve factoranalyse
, Spreiding, want niet iedereen scoort hetzelfde op een bepaalde test.
a (factorlading): hoe goed een test wordt gerepresenteerd door een of 2 factoren
Exploratief, dus aantal factoren is onbekend (?).
Hier echt heel gespecificeerd welke variabelen bij welke factoren horen.
Instrumentele validiteit:
de mate waarin een test aan zijn doel beantwoordt:
• Inhoudsvaliditeit (content validity): representeert de test het gehele inhoudsdomein? Meet
het alles? Wordt vaak beoordeeld door deskundigen (indruks/face validity)
• Begripsvaliditeit (contruct validity): meet de test het theoretische concept dat moet worden
gemeten?
o Relaties binnen de test (interne structuur) factoranalyse
o Relaties met andere variabelen (externe structuur)
• Criteriumvaliditeit (criterion validity): voorspelt de test gedrag of prestatie dat niet met test
wordt gemeten.
Doelen van factoranalyse:
1. Beoordelen van dimensionaliteit van test
Vinden we het aantal theoretisch veronderstelde dimensies (=factoren) binnen de
verzameling van testitems?
Deze toepassing noemen we de Confirmerende factoranalyse (CFA)
2. Realiseren van datareductie
Kunnen we info uit groot aantal variabelen samenvatten in kleiner aantal variabelen? Bijv. ipv
12 kolommen, 1 kolom ervan maken. De nieuwe variabelen noemen we factoren.
2 vormen:
- Explorerende factoranalyse (EFA): bij CFA heb je al echt een idee over de interne
structuur, bij EFA ga je gewoon eens kijken welke factoren je zinvol kunt onderscheiden
- Hoofdcomponentenanalyse (PCA):
Stappen in de factoranalyse:
0. Datascreening: kijken naar de correlatiematrix, want als variabelen niet correleren, heeft het
geen zin om factoranalyse uit te voeren.
Vuistregel: minstens één absolute correlatiecoëfficiënt [r] groter dan 0.30.
1. Kiezen van factormodel
* PCA: Principal Component Analyses: hoofdcomponentenanalyse
* EFA: Exploratory Factor Analyses: exploratieve factoranalyse
* CFA: Confirmatieve factoranalyse
, Spreiding, want niet iedereen scoort hetzelfde op een bepaalde test.
a (factorlading): hoe goed een test wordt gerepresenteerd door een of 2 factoren
Exploratief, dus aantal factoren is onbekend (?).
Hier echt heel gespecificeerd welke variabelen bij welke factoren horen.