lOMoARcPSD|383 406 3
Samenvatting Strafprocesrecht 2019-2020
1.
Het legaliteitsbeginsel is neergelegd in art. 1 Sv (formeel) en art. 1 Sr (materieel)
Het doel van het strafprocesrecht is de juiste toepassing van het materiele strafrecht
op daders mogelijk maken waarheidsvinding
Nevendoelen strafproces
- Speciale en generale preventie
- Voorkomen van eigenrichting
- Kanaliseren van maatschappelijke onrust
- Genoegdoening aan het slachtoffer
Uitgangspunten en beginselen
- Strafvorderlijk legaliteitsbeginsel (art. 1 Sv)
- Opportuniteitsbeginsel
- Waarborgen positie verdediging (verdachte en raadsman)
- Onschuldpresumptie
- Beginselen van een goede procesorde
o Proportionaliteit en subsidiariteit
o Geweldsmonopolie politie
- Onafhankelijke en onpartijdige rechter
o Interne en externe openbaarheid
Sleutelbegrip van het vooronderzoek: verdachte (art. 27 Sv);
individualiseerbaar, concretiseerbaar, objectiveerbaar.
Het aanmerken van een persoon als verdachte opent de deur naar het gebruik van
(soms erg) ingrijpende opsporingsbevoegdheden en dwangmiddelen.
Dwangmiddelen verschaffen autoriteiten instrumenten om strafbare feiten op te lossen,
dit gaat (helaas) wel ten koste van fundamentele grondrechten van burgers.
Structuur dwangmiddelen: de 5 W’s als hulpmiddel
Wie? De bevoegde autoriteit
Wat? De handeling/bevoegdheid
Wanneer? De voorwaarden
Tegen wie? De verdachte of anderen
Waartoe? Doel van de bevoegdheid
Gebruik bij de beoordeling van dwangmiddelen HR Hoog-Catharijne en HR Machtiging
ter doorzoeking
Belangrijkste artikelen Politiewet 2012, artt. 3,7,9, 11-13.
Belangrijkste taken OM art. 124 RO.
, lOMoARcPSD|383 406 3
Rechtsbescherming
- Recht op informatie (art. 27c Sv)
- Zwijgrecht (art. 29 Sv)
- Pressieverbod (art. 29 Sv)
- Recht op bijstand door advocaat (art. 28 e.v. Sv)
- Interne openbaarheid (art. 30 e.v. Sv)
- Onschuldpresumptie (art. 6 EVRM, EU-Richtlijn onschuldpresumptie)
Vooronderzoek (art. 132 Sv) → vervolgbeslissing (opportuniteitsbeginsel)
- Dagvaarding ter zitting
- Buitengerechtelijke afdoening
o Strafbeschikking (art. 257a Sv)
o Transactie (art. 74 Sr)
o Voorwaardelijk sepot (art. 167 lid 2 Sv)
- Sepot
ZSM-werkwijze: zorgvuldig, snel en maatwerk leveren.
Arresten:
Aanslag op Hoog-Catharijne:
Rechtsvraag; is het mogelijk dat een huis wordt doorzocht op basis van anonieme
informatie die aan de AIVD wordt verstrekt?
→ de Hoge Raad geeft aan dat het denkbaar is dat een dergelijke doorzoeking gebaseerd
kan worden op een anonieme tip (r.o. 3.3). in casu was dit niet het geval. Men ging van
de tip uit zonder dat er verder onderzoek werd gepleegd (r.o. 3.4)
Veiligheidsfouillering:
Rechtsvraag; valt onder het onderzoek aan de kleding zoals genoemd in art. 9 Polw jo.
Art. 28 Ambtsinstructie ook een onderzoek van een tas die de verdachte bij zich heeft?
→ De Hoge Raad stelt dat het doel van de fouillering voorop staat en daarmee de keuze
bepaalt van de diverse vormen die kunnen worden toegepast. Kijkend naar de
ontstaansgeschiedenis van de wetsartikelen kan gesteld worden dat voornoemde
fouilleringsbevoegdheid ertoe strekt om maatregelen te treffen die de veiligheid
waarborgen van iedereen in het cellencomplex (r.o. 2.6). Hieronder valt dus ook het
onderzoek naar eventuele voorwerpen die de verdachte bij zich draagt in in casu de tas.
Deze bevoegdheid kan dus breed geïnterpreteerd worden.
Ontbreken machtiging ter doorzoeking:
Rechtsvraag; moet in casu aan het vormverzuim een rechtsgevolg in de zin van art. 359a lid
1 Sv worden verbonden?
→ het staat vast dat de rechter-commissaris een mondelinge machtiging heeft gegeven (r.o.
3.4). Er hoeven hieraan geen rechtsgevolgen als bedoeld in het artikel te worden
verbonden. Een constatering van het vormverzuim is voldoende.
, lOMoARcPSD|383 406 3
2.
Definitie verhoor: elke door een opsporingsambtenaar aan een als verdachte
aangemerkt persoon gestelde vraag betreffende diens betrokkenheid bij een strafbaar
feit. Deze definitie is vandaag de dag niet meer toereikend.
Klassieke opsporing: art. 126g e.v. Sv
Vroegsporing: art. 126o e.v. Sv
Terroristische aanwijzingen: art. 126za e.v. Sv
Verkennend onderzoek: art. 126 gg e.v. Sv
Functionarissen belast met opsporing
1. Gewone opsporingsambtenaren (art. 141 Sv)
a. Officieren van Justitie
b. Hulp Officieren van Justitie (art. 146a Sv)
c. Politieambtenaren (art. 3 Polw. 2012)
2. Marechaussee (art. 4 Polw. 2012)
3. Bijzondere opsporingsdiensten
4. Buitengewone opsporingsambtenaren
Alle bovengenoemnden hebben een verbaliseringsplicht (art. 152 lid 1 Sv)
Vrijheidsbenemende dwangmiddelen
Aanhouding (art. 53-54 Sv)
Voorarrest
- Ophouden voor onderzoek (art. 56a-56b Sv)
- Inverzekeringstelling (art. 57-59c Sv)
- Voorlopige hechtenis (art. 63-88 Sv)
Drie vormen voorlopige hechtenis
- Bewaring (art. 63-64 Sv)
- Gevangenhouding (art. 65-66 Sv)
- Gevangenneming (art. 65-66 Sv)
Vier wettelijke hoofdvereisten
- Ernstige bezwaren (art. 67 lid 3 Sv)
- Geval (art. 67 lid 1 en 2 Sv)
- Grond (art. 67a lid 1 en 2 Sv)
- Anticipatie op eindoordeel strafrechter (art. 67a lid 3 Sv)
Gronden voorlopige hechtenis
1. Vluchtgevaar
2. Gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid die de
vrijheidsbeneming vorderen.
Samenvatting Strafprocesrecht 2019-2020
1.
Het legaliteitsbeginsel is neergelegd in art. 1 Sv (formeel) en art. 1 Sr (materieel)
Het doel van het strafprocesrecht is de juiste toepassing van het materiele strafrecht
op daders mogelijk maken waarheidsvinding
Nevendoelen strafproces
- Speciale en generale preventie
- Voorkomen van eigenrichting
- Kanaliseren van maatschappelijke onrust
- Genoegdoening aan het slachtoffer
Uitgangspunten en beginselen
- Strafvorderlijk legaliteitsbeginsel (art. 1 Sv)
- Opportuniteitsbeginsel
- Waarborgen positie verdediging (verdachte en raadsman)
- Onschuldpresumptie
- Beginselen van een goede procesorde
o Proportionaliteit en subsidiariteit
o Geweldsmonopolie politie
- Onafhankelijke en onpartijdige rechter
o Interne en externe openbaarheid
Sleutelbegrip van het vooronderzoek: verdachte (art. 27 Sv);
individualiseerbaar, concretiseerbaar, objectiveerbaar.
Het aanmerken van een persoon als verdachte opent de deur naar het gebruik van
(soms erg) ingrijpende opsporingsbevoegdheden en dwangmiddelen.
Dwangmiddelen verschaffen autoriteiten instrumenten om strafbare feiten op te lossen,
dit gaat (helaas) wel ten koste van fundamentele grondrechten van burgers.
Structuur dwangmiddelen: de 5 W’s als hulpmiddel
Wie? De bevoegde autoriteit
Wat? De handeling/bevoegdheid
Wanneer? De voorwaarden
Tegen wie? De verdachte of anderen
Waartoe? Doel van de bevoegdheid
Gebruik bij de beoordeling van dwangmiddelen HR Hoog-Catharijne en HR Machtiging
ter doorzoeking
Belangrijkste artikelen Politiewet 2012, artt. 3,7,9, 11-13.
Belangrijkste taken OM art. 124 RO.
, lOMoARcPSD|383 406 3
Rechtsbescherming
- Recht op informatie (art. 27c Sv)
- Zwijgrecht (art. 29 Sv)
- Pressieverbod (art. 29 Sv)
- Recht op bijstand door advocaat (art. 28 e.v. Sv)
- Interne openbaarheid (art. 30 e.v. Sv)
- Onschuldpresumptie (art. 6 EVRM, EU-Richtlijn onschuldpresumptie)
Vooronderzoek (art. 132 Sv) → vervolgbeslissing (opportuniteitsbeginsel)
- Dagvaarding ter zitting
- Buitengerechtelijke afdoening
o Strafbeschikking (art. 257a Sv)
o Transactie (art. 74 Sr)
o Voorwaardelijk sepot (art. 167 lid 2 Sv)
- Sepot
ZSM-werkwijze: zorgvuldig, snel en maatwerk leveren.
Arresten:
Aanslag op Hoog-Catharijne:
Rechtsvraag; is het mogelijk dat een huis wordt doorzocht op basis van anonieme
informatie die aan de AIVD wordt verstrekt?
→ de Hoge Raad geeft aan dat het denkbaar is dat een dergelijke doorzoeking gebaseerd
kan worden op een anonieme tip (r.o. 3.3). in casu was dit niet het geval. Men ging van
de tip uit zonder dat er verder onderzoek werd gepleegd (r.o. 3.4)
Veiligheidsfouillering:
Rechtsvraag; valt onder het onderzoek aan de kleding zoals genoemd in art. 9 Polw jo.
Art. 28 Ambtsinstructie ook een onderzoek van een tas die de verdachte bij zich heeft?
→ De Hoge Raad stelt dat het doel van de fouillering voorop staat en daarmee de keuze
bepaalt van de diverse vormen die kunnen worden toegepast. Kijkend naar de
ontstaansgeschiedenis van de wetsartikelen kan gesteld worden dat voornoemde
fouilleringsbevoegdheid ertoe strekt om maatregelen te treffen die de veiligheid
waarborgen van iedereen in het cellencomplex (r.o. 2.6). Hieronder valt dus ook het
onderzoek naar eventuele voorwerpen die de verdachte bij zich draagt in in casu de tas.
Deze bevoegdheid kan dus breed geïnterpreteerd worden.
Ontbreken machtiging ter doorzoeking:
Rechtsvraag; moet in casu aan het vormverzuim een rechtsgevolg in de zin van art. 359a lid
1 Sv worden verbonden?
→ het staat vast dat de rechter-commissaris een mondelinge machtiging heeft gegeven (r.o.
3.4). Er hoeven hieraan geen rechtsgevolgen als bedoeld in het artikel te worden
verbonden. Een constatering van het vormverzuim is voldoende.
, lOMoARcPSD|383 406 3
2.
Definitie verhoor: elke door een opsporingsambtenaar aan een als verdachte
aangemerkt persoon gestelde vraag betreffende diens betrokkenheid bij een strafbaar
feit. Deze definitie is vandaag de dag niet meer toereikend.
Klassieke opsporing: art. 126g e.v. Sv
Vroegsporing: art. 126o e.v. Sv
Terroristische aanwijzingen: art. 126za e.v. Sv
Verkennend onderzoek: art. 126 gg e.v. Sv
Functionarissen belast met opsporing
1. Gewone opsporingsambtenaren (art. 141 Sv)
a. Officieren van Justitie
b. Hulp Officieren van Justitie (art. 146a Sv)
c. Politieambtenaren (art. 3 Polw. 2012)
2. Marechaussee (art. 4 Polw. 2012)
3. Bijzondere opsporingsdiensten
4. Buitengewone opsporingsambtenaren
Alle bovengenoemnden hebben een verbaliseringsplicht (art. 152 lid 1 Sv)
Vrijheidsbenemende dwangmiddelen
Aanhouding (art. 53-54 Sv)
Voorarrest
- Ophouden voor onderzoek (art. 56a-56b Sv)
- Inverzekeringstelling (art. 57-59c Sv)
- Voorlopige hechtenis (art. 63-88 Sv)
Drie vormen voorlopige hechtenis
- Bewaring (art. 63-64 Sv)
- Gevangenhouding (art. 65-66 Sv)
- Gevangenneming (art. 65-66 Sv)
Vier wettelijke hoofdvereisten
- Ernstige bezwaren (art. 67 lid 3 Sv)
- Geval (art. 67 lid 1 en 2 Sv)
- Grond (art. 67a lid 1 en 2 Sv)
- Anticipatie op eindoordeel strafrechter (art. 67a lid 3 Sv)
Gronden voorlopige hechtenis
1. Vluchtgevaar
2. Gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid die de
vrijheidsbeneming vorderen.