Introduction to normal and abnormal
behavior
Historical views and breakthrougs:
Vroeger waren de biologische verklaringen voor abnormaal gedrag bij
kinderen gericht op het vinden van de oorzaak van de problemen binnen
het individu. Dit leidde soms tot te simpele en inaccurate uitkomsten over
de oorzaken van gedrag.
Psychologische aanpakken van vroeger probeerde basiskennis over
aangeboren processen te integreren met omgevingsfactoren die vorm
geven aan gedrag, emoties en de cognitie van kinderen.
De afgelopen jaren is er veel meer aandacht gekomen voor problemen bij
kinderen en adolescenten. Dit heeft geleid tot verbetering van de kwaliteit
van het leven en de mentale gezondheid van kinderen. Er is meer
aandacht gekomen voor de speciale status en behoeften van kinderen en
wordt hier sensitiever mee omgegaan sinds de twintigste eeuw.
What is abnormal behavior in children and adolescents?
Het vaststellen van een psychologische stoornis vraagt om het eens zijn
over vaste patronen van gedrag, cognitie and fysieke symptomen bij een
individu.
Termen die worden gebruikt om abnormaal gedrag te beschrijven zijn
bedoeld of gedrag te categoriseren, niet om een label toe te schrijven aan
een individu.
Het definiëren van abnormaal gedrag vereist een oordeel over de mate
waarin het gedrag van een persoon maladaptief of schadelijk is en
dysfunctioneel of beperkt is.
Diversiteit in de manier waarop kinderen psychologische sterke en zwakke
punten verwerven, is een kenmerk van abnormale kinderpsychologie. De
vele factoren die bijdragen aan abnormaal gedrag kunnen variëren binnen
en tussen personen met vergelijkbare stoornissen.
De studie van psychische stoornissen omvat pogingen om de zich
voordoende problemen en de vaardigheden te beschrijven om bijdragende
oorzaken te begrijpen en deze te behandelen of te voorkomen.
Ontwikkelingspaden helpen het verloop en de aard van normale en
abnormale ontwikkeling te beschrijven.
,Multifinaliteit betekent dat verschillende uitkomsten voort kunnen komen
uit soortgelijke beginpunten, terwijl equifinaliteit betekent dat soortgelijke
uitkomsten voortkomen uit vroege ervaringen.
Risk and Resilience:
De normale ontwikkeling van kinderen kan in gevaar worden gebracht
door risicofactoren, zoals acute stressvolle situaties en chronische
moeilijkheden.
Sommige kinderen lijken meer veerkrachtig tegenover de risicofactoren.
Veerkrachtigheid is gekoppeld aan sterk zelfvertrouwen, maar ook aan het
vermogen om te vechten tegen en het opkrabbelen van ongeluk.
De veerkrachtigheid van kinderen is gekoppeld aan beschermende triade
van hulpbronnen en gezondheidsbevorderende evenementen, zoals
individuele kansen, hechte familiebanden, en mogelijkheden tot
individuele en familiesteun vanuit gemeenschappelijke bronnen.
What affects the rates and expressions of mental disorders?
Er is kennis nodig over de normale en abnormale ontwikkeling van
kinderen en over het gedrag van kinderen om te kunnen stellen welke
problemen zich zullen voortzetten bij een kind en over welke problemen
een kind heen zal groeien.
Eén op de acht kinderen heeft problemen betreffende de mentale
gezondheid, waarbij er sprake is van een significante beperking door de
problemen.
Een significant proportie van de kinderen groeit niet over de problemen
heen die zich al voordoen in hun kinderentijd. Wel kan de manier waarop
de problemen zich uiten en de ernst van de problemen veranderen.
Problemen met mentale gezondheid zijn ongelijk verdeeld. Kinderen met
meer sociale en economische achterstand of ongelijkheid en kinderen die
slachtoffer zijn van geweld, opgroeien binnen een ontoereikende of
onprettige omgeving worden vaker getroffen door problemen met hun
mentale gezondheid.
Een kind zijn sekse, etnische achtergrond en culturele omgeving zijn
belangrijke bijdragers aan de manier waarop problemen met het gedrag
en emotionele problemen zich uiten en waarop deze worden herkend door
anderen.
,Veel problemen in een kind zijn jeugd kunnen een levenslange
consequentie dragen voor het kind en de samenleving waarin het kind
leeft.
Theories and causes
Theoretical foundations:
Een theorie stelt ons in staat om gefundeerde gissingen en voorspellingen
te doen over gedrag die gebaseerd zijn op bestaande kennis en het stelt
ons in staat om deze mogelijke verklaringen empirisch te onderzoeken.
Ontwikkelings- en psychopathologie biedt een nuttig kader voor het
organiseren van de studie van abnormale kinderpsychologie rond
mijlpalen en sequenties in fysieke, cognitieve, sociaal-emotionele en
educatieve ontwikkeling.
Een centraal thema in deze tekst is het belang van het overwegen van
meerdere, interactieve oorzaken voor abnormaal gedrag, in samenhang
met de belangrijkste ontwikkelingsveranderingen die doorgaans optreden.
Drie onderliggende aannames over abnormale ontwikkeling worden
benadrukt:
Het is meervoudig bepaald.
Het kind en de omgeving zijn van elkaar afhankelijk.
De abnormale ontwikkeling omvat continuïteiten en
discontinuïteiten van gedragspatronen in de loop van de tijd.
De complexiteit van abnormaal kindergedrag vereist dat rekening wordt
gehouden met het volledige scala aan biologische, psychologische en
sociaal-culturele factoren die de ontwikkeling van kinderen beïnvloeden.
Developmental considerations:
De ontwikkeling van kinderen is georganiseerd, wat betekent dat vroege
aanpassingspatronen in de loop van de tijd evolueren en op een
gestructureerde, voorspelbare manier transformeren naar functies van de
hogere orde.
Omdat de ontwikkeling van kinderen georganiseerd is spelen sensitieve
perioden een belangrijke rol in het ontwikkeling van normaal en abnormaal
, gedrag. Sensitieve perioden zijn perioden waarin de omgevingsfactoren op
de ontwikkeling zijn versterkt.
Biological perspective:
Hersenfuncties ondergaan voortdurende veranderingen, beschreven als
neurale plasticiteit, terwijl ze zich aanpassen aan de omgevingseisen.
Genetische invloeden zijn afhankelijk van de omgeving. Genetische aanleg
beïnvloedt gedrag, emoties en gedachten. Omgevingsgebeurtenissen zijn
noodzakelijk om deze invloed tot uiting te brengen.
Gen-omgevingsinteracties (GxE) verklaren hoe de omgeving ons genotype
vormt via een proces dat bekend staat als epigenetica.
Neurobiologische bijdragen aan abnormaal kindergedrag omvatten het
hebben van kennis van hersenstructuren, het endocriene systeem en
neurotransmitters, die allemaal hun functies op een geïntegreerde
harmonieuze manier vervullen.
Psychological perspective:
Reactiviteit en regulatie van emoties zijn cruciale aspecten van de vroege
en daaropvolgende ontwikkeling en beïnvloeden de kwaliteit van de
sociale interacties en relaties van kinderen gedurende hun hele leven.
Drie belangrijke benaderingen van abnormaal gedrag, gebaseerd op
leerprincipes zijn:
Toegepaste gedragsanalyse.
Principes van klassieke conditionering.
Theorieën over sociaal leren en sociale cognitie.
Theorieën over sociaal leren en sociale cognitie hechten meer belang aan
cognitieve processen dan aan openlijk gedrag.
Family, social and cultural perspective:
Hechtingsbenaderingen van abnormaal kindergedrag benadrukken de zich
ontwikkelende relatie tussen baby en verzorger, die de baby helpt gedrag
en emoties te reguleren, vooral onder omstandigheden van dreiging of
stress.
behavior
Historical views and breakthrougs:
Vroeger waren de biologische verklaringen voor abnormaal gedrag bij
kinderen gericht op het vinden van de oorzaak van de problemen binnen
het individu. Dit leidde soms tot te simpele en inaccurate uitkomsten over
de oorzaken van gedrag.
Psychologische aanpakken van vroeger probeerde basiskennis over
aangeboren processen te integreren met omgevingsfactoren die vorm
geven aan gedrag, emoties en de cognitie van kinderen.
De afgelopen jaren is er veel meer aandacht gekomen voor problemen bij
kinderen en adolescenten. Dit heeft geleid tot verbetering van de kwaliteit
van het leven en de mentale gezondheid van kinderen. Er is meer
aandacht gekomen voor de speciale status en behoeften van kinderen en
wordt hier sensitiever mee omgegaan sinds de twintigste eeuw.
What is abnormal behavior in children and adolescents?
Het vaststellen van een psychologische stoornis vraagt om het eens zijn
over vaste patronen van gedrag, cognitie and fysieke symptomen bij een
individu.
Termen die worden gebruikt om abnormaal gedrag te beschrijven zijn
bedoeld of gedrag te categoriseren, niet om een label toe te schrijven aan
een individu.
Het definiëren van abnormaal gedrag vereist een oordeel over de mate
waarin het gedrag van een persoon maladaptief of schadelijk is en
dysfunctioneel of beperkt is.
Diversiteit in de manier waarop kinderen psychologische sterke en zwakke
punten verwerven, is een kenmerk van abnormale kinderpsychologie. De
vele factoren die bijdragen aan abnormaal gedrag kunnen variëren binnen
en tussen personen met vergelijkbare stoornissen.
De studie van psychische stoornissen omvat pogingen om de zich
voordoende problemen en de vaardigheden te beschrijven om bijdragende
oorzaken te begrijpen en deze te behandelen of te voorkomen.
Ontwikkelingspaden helpen het verloop en de aard van normale en
abnormale ontwikkeling te beschrijven.
,Multifinaliteit betekent dat verschillende uitkomsten voort kunnen komen
uit soortgelijke beginpunten, terwijl equifinaliteit betekent dat soortgelijke
uitkomsten voortkomen uit vroege ervaringen.
Risk and Resilience:
De normale ontwikkeling van kinderen kan in gevaar worden gebracht
door risicofactoren, zoals acute stressvolle situaties en chronische
moeilijkheden.
Sommige kinderen lijken meer veerkrachtig tegenover de risicofactoren.
Veerkrachtigheid is gekoppeld aan sterk zelfvertrouwen, maar ook aan het
vermogen om te vechten tegen en het opkrabbelen van ongeluk.
De veerkrachtigheid van kinderen is gekoppeld aan beschermende triade
van hulpbronnen en gezondheidsbevorderende evenementen, zoals
individuele kansen, hechte familiebanden, en mogelijkheden tot
individuele en familiesteun vanuit gemeenschappelijke bronnen.
What affects the rates and expressions of mental disorders?
Er is kennis nodig over de normale en abnormale ontwikkeling van
kinderen en over het gedrag van kinderen om te kunnen stellen welke
problemen zich zullen voortzetten bij een kind en over welke problemen
een kind heen zal groeien.
Eén op de acht kinderen heeft problemen betreffende de mentale
gezondheid, waarbij er sprake is van een significante beperking door de
problemen.
Een significant proportie van de kinderen groeit niet over de problemen
heen die zich al voordoen in hun kinderentijd. Wel kan de manier waarop
de problemen zich uiten en de ernst van de problemen veranderen.
Problemen met mentale gezondheid zijn ongelijk verdeeld. Kinderen met
meer sociale en economische achterstand of ongelijkheid en kinderen die
slachtoffer zijn van geweld, opgroeien binnen een ontoereikende of
onprettige omgeving worden vaker getroffen door problemen met hun
mentale gezondheid.
Een kind zijn sekse, etnische achtergrond en culturele omgeving zijn
belangrijke bijdragers aan de manier waarop problemen met het gedrag
en emotionele problemen zich uiten en waarop deze worden herkend door
anderen.
,Veel problemen in een kind zijn jeugd kunnen een levenslange
consequentie dragen voor het kind en de samenleving waarin het kind
leeft.
Theories and causes
Theoretical foundations:
Een theorie stelt ons in staat om gefundeerde gissingen en voorspellingen
te doen over gedrag die gebaseerd zijn op bestaande kennis en het stelt
ons in staat om deze mogelijke verklaringen empirisch te onderzoeken.
Ontwikkelings- en psychopathologie biedt een nuttig kader voor het
organiseren van de studie van abnormale kinderpsychologie rond
mijlpalen en sequenties in fysieke, cognitieve, sociaal-emotionele en
educatieve ontwikkeling.
Een centraal thema in deze tekst is het belang van het overwegen van
meerdere, interactieve oorzaken voor abnormaal gedrag, in samenhang
met de belangrijkste ontwikkelingsveranderingen die doorgaans optreden.
Drie onderliggende aannames over abnormale ontwikkeling worden
benadrukt:
Het is meervoudig bepaald.
Het kind en de omgeving zijn van elkaar afhankelijk.
De abnormale ontwikkeling omvat continuïteiten en
discontinuïteiten van gedragspatronen in de loop van de tijd.
De complexiteit van abnormaal kindergedrag vereist dat rekening wordt
gehouden met het volledige scala aan biologische, psychologische en
sociaal-culturele factoren die de ontwikkeling van kinderen beïnvloeden.
Developmental considerations:
De ontwikkeling van kinderen is georganiseerd, wat betekent dat vroege
aanpassingspatronen in de loop van de tijd evolueren en op een
gestructureerde, voorspelbare manier transformeren naar functies van de
hogere orde.
Omdat de ontwikkeling van kinderen georganiseerd is spelen sensitieve
perioden een belangrijke rol in het ontwikkeling van normaal en abnormaal
, gedrag. Sensitieve perioden zijn perioden waarin de omgevingsfactoren op
de ontwikkeling zijn versterkt.
Biological perspective:
Hersenfuncties ondergaan voortdurende veranderingen, beschreven als
neurale plasticiteit, terwijl ze zich aanpassen aan de omgevingseisen.
Genetische invloeden zijn afhankelijk van de omgeving. Genetische aanleg
beïnvloedt gedrag, emoties en gedachten. Omgevingsgebeurtenissen zijn
noodzakelijk om deze invloed tot uiting te brengen.
Gen-omgevingsinteracties (GxE) verklaren hoe de omgeving ons genotype
vormt via een proces dat bekend staat als epigenetica.
Neurobiologische bijdragen aan abnormaal kindergedrag omvatten het
hebben van kennis van hersenstructuren, het endocriene systeem en
neurotransmitters, die allemaal hun functies op een geïntegreerde
harmonieuze manier vervullen.
Psychological perspective:
Reactiviteit en regulatie van emoties zijn cruciale aspecten van de vroege
en daaropvolgende ontwikkeling en beïnvloeden de kwaliteit van de
sociale interacties en relaties van kinderen gedurende hun hele leven.
Drie belangrijke benaderingen van abnormaal gedrag, gebaseerd op
leerprincipes zijn:
Toegepaste gedragsanalyse.
Principes van klassieke conditionering.
Theorieën over sociaal leren en sociale cognitie.
Theorieën over sociaal leren en sociale cognitie hechten meer belang aan
cognitieve processen dan aan openlijk gedrag.
Family, social and cultural perspective:
Hechtingsbenaderingen van abnormaal kindergedrag benadrukken de zich
ontwikkelende relatie tussen baby en verzorger, die de baby helpt gedrag
en emoties te reguleren, vooral onder omstandigheden van dreiging of
stress.