ETT VBR 2022 antw (geen vragen)
In de casus is gegeven dat Your Tiny House (hierna: YTH) is tekortgeschoten in de nakoming van haar
zorgplicht uit art. 7:658 lid 2 jo. lid 1 BW. Lid 2 stelt de werkgever daarom aansprakelijk voor de
schade die de werknemer bij haar werkzaamheden is opgelopen. In de casus wordt gegeven dat de
schade van Waaijer mogelijk aan de werkzaamheden kunnen liggen, maar ook aan de gaming hobby
van Waaijer. De kansen zijn 65%-35%.
Er moet dus worden gekeken naar alternatieve causaliteit. Omdat volgens de casus niet kan worden
vastgesteld wat de oorzaak nu echt is geweest, en omdat de casus niets noemt over bewijs of
tegenspraak, zal ik art. 6:99 BW niet behandelen. Art. 6:101 lid 1 BW In plaats daarvan richt ik mijn
aandacht op het arrest Nefalit/Karamus.
In het arrest Nefalit/Karamus kon ook niet worden vastgesteld of de schade was veroorzaakt door de
werkgever, de werknemer zelf, of door een combinatie daarvan. De Hoge Raad heeft besloten dat,
indien er twee mogelijke oorzaken zijn en de condicio sine qua non niet kan worden vastgesteld,
beide partijen schade moeten dragen. De schade moet worden verdeeld op basis van de kans dat
elke partij de schade heeft veroorzaakt.
Uit bovengenoemd arrest en art. 7:658 lid 2 BW jo. art. 6:95 BW jo. art. 6:106 BW vloeit voort dat
YTH een schadevergoeding moet betalen aan Waaijer voor de door haar opgelopen letselschade.
Volgens art. 6:101 lid 1 BW alsook het bovengenoemde arrest vloeit voort dat de schadevergoeding
van YTH wel moet worden verminderd met het aandeel dat Waaijer (mogelijk) in haar schade heeft
gehad, ofwel dat de schade onder hen verdeeld moet worden.
De conclusie in dit geval luidt: Waaijer kan YTH aansprakelijk stellen voor de door haar opgelopen
schade, maar wel voor slechts 65% daarvan.
De betamelijkheidsnorm van art. 6:162 BW doelt op een mogelijke strijd met het ongeschreven
recht dat in het maatschappelijk verkeer betaamt. Het verband met art. 7:658 BW is te vinden in het
woord 'redelijkerwijs' in lid 1. Daarnaast is het te vinden in het arrest Pelowski/Vernooy Transport &
BTS, waarin de Hoge Raad aangeeft dat de zorgplicht streng is en dat er niet zomaar aan kan worden
voldaan. Daarnaast spreekt nr. 187 van Verbintenissen uit de wet en Schadevergoeding over het
, overtreden van een normschending. Normen ontstaan uit dat wat de maatschappij wel of niet
moreel acceptabel vindt.
In het hieropvolgende ga ik ervan uit dat de gedraging onder de werksfeer valt; dit lijkt mij duidelijk.
Boelens kan, als derde, de werkgever (De Vlugge Boodschap, hierna: DVB) aansprakelijk stellen op
grond van art. 6:170 lid 1 BW. Hiervoor moet wel aan een aantal vereisten worden voldaan.
De werkgever is alleen aansprakelijk wanneer de werknemer een fout heeft begaan. Boelens heeft in
deze casus letselschade opgelopen. Deze letselschade is veroorzaakt door Roozen, de werknemer,
die een pot augurken heeft gegooid. Daarom kan deze schade op basis van art. 6:98 BW aan Roozen
worden toegerekend. Op basis van art. 6:106 sub b BW vloeit hieruit een
schadevergoedingsverplichting voort (art. 6:95 BW). Dit alles leidt tot een toerekenbare fout van een
ondergeschikte, waarvoor de werkgever in beginsel aansprakelijk is (art. 6:170 lid 1 BW).
Daarnaast moet de kans op het maken van deze fout zijn vergroot door het verrichten van de taak
waaruit de gedraging is ontstaan. Ook moet de werkgever zeggenschap hebben gehad over de taak.
De te verrichten taak van Roozen, die hem is opgelegd door DVB, is het bezorgen van boodschappen
binnen 15 minuten. De tijdslimiet is niet behaald. Dit doet echter niet af aan heit feit dat Roozen de
boodschappen wel aan het bezorgen was. Dat het te laat was, is niet aan Roozen te wijten. Uit de
casus kan worden afgeleid dat Roozen 14 minuten heeft moeten wachten bij de afdeling 'Order
Pick'. Dat deze afdeling onderbezet is is toe te rekenen aan DVB, niet aan Roozen. Daaruit
concludeer ik dat de fout, namelijk het toebrengen van letselschade aan Boelens, onder de door DVB
gegeven taak valt, waardoor aan het vereiste 'DVB moet zeggenschap hebben gehad over de taak' is
voldaan.
Het moeten verrichten van de taak, namelijk het bezorgen van boodschappen binnen 15 minuten,
vergroot de kans op de fout. 15 minuten is een erg korte tijd. Het is niet vreemd dat er zo nu en dan
iets mis zal gaan bij zulke garanties. Wanneer DVB zoiets aan klanten beloofd, moet DVB rekening
houden met mislukkingen. Daarbij moet DVB ook rekening houden met boze klanten. Uitbarstingen
van emoties van de klant kunnen ook zorgen voor uitbarstingen van emoties van de werknemer. Zo
In de casus is gegeven dat Your Tiny House (hierna: YTH) is tekortgeschoten in de nakoming van haar
zorgplicht uit art. 7:658 lid 2 jo. lid 1 BW. Lid 2 stelt de werkgever daarom aansprakelijk voor de
schade die de werknemer bij haar werkzaamheden is opgelopen. In de casus wordt gegeven dat de
schade van Waaijer mogelijk aan de werkzaamheden kunnen liggen, maar ook aan de gaming hobby
van Waaijer. De kansen zijn 65%-35%.
Er moet dus worden gekeken naar alternatieve causaliteit. Omdat volgens de casus niet kan worden
vastgesteld wat de oorzaak nu echt is geweest, en omdat de casus niets noemt over bewijs of
tegenspraak, zal ik art. 6:99 BW niet behandelen. Art. 6:101 lid 1 BW In plaats daarvan richt ik mijn
aandacht op het arrest Nefalit/Karamus.
In het arrest Nefalit/Karamus kon ook niet worden vastgesteld of de schade was veroorzaakt door de
werkgever, de werknemer zelf, of door een combinatie daarvan. De Hoge Raad heeft besloten dat,
indien er twee mogelijke oorzaken zijn en de condicio sine qua non niet kan worden vastgesteld,
beide partijen schade moeten dragen. De schade moet worden verdeeld op basis van de kans dat
elke partij de schade heeft veroorzaakt.
Uit bovengenoemd arrest en art. 7:658 lid 2 BW jo. art. 6:95 BW jo. art. 6:106 BW vloeit voort dat
YTH een schadevergoeding moet betalen aan Waaijer voor de door haar opgelopen letselschade.
Volgens art. 6:101 lid 1 BW alsook het bovengenoemde arrest vloeit voort dat de schadevergoeding
van YTH wel moet worden verminderd met het aandeel dat Waaijer (mogelijk) in haar schade heeft
gehad, ofwel dat de schade onder hen verdeeld moet worden.
De conclusie in dit geval luidt: Waaijer kan YTH aansprakelijk stellen voor de door haar opgelopen
schade, maar wel voor slechts 65% daarvan.
De betamelijkheidsnorm van art. 6:162 BW doelt op een mogelijke strijd met het ongeschreven
recht dat in het maatschappelijk verkeer betaamt. Het verband met art. 7:658 BW is te vinden in het
woord 'redelijkerwijs' in lid 1. Daarnaast is het te vinden in het arrest Pelowski/Vernooy Transport &
BTS, waarin de Hoge Raad aangeeft dat de zorgplicht streng is en dat er niet zomaar aan kan worden
voldaan. Daarnaast spreekt nr. 187 van Verbintenissen uit de wet en Schadevergoeding over het
, overtreden van een normschending. Normen ontstaan uit dat wat de maatschappij wel of niet
moreel acceptabel vindt.
In het hieropvolgende ga ik ervan uit dat de gedraging onder de werksfeer valt; dit lijkt mij duidelijk.
Boelens kan, als derde, de werkgever (De Vlugge Boodschap, hierna: DVB) aansprakelijk stellen op
grond van art. 6:170 lid 1 BW. Hiervoor moet wel aan een aantal vereisten worden voldaan.
De werkgever is alleen aansprakelijk wanneer de werknemer een fout heeft begaan. Boelens heeft in
deze casus letselschade opgelopen. Deze letselschade is veroorzaakt door Roozen, de werknemer,
die een pot augurken heeft gegooid. Daarom kan deze schade op basis van art. 6:98 BW aan Roozen
worden toegerekend. Op basis van art. 6:106 sub b BW vloeit hieruit een
schadevergoedingsverplichting voort (art. 6:95 BW). Dit alles leidt tot een toerekenbare fout van een
ondergeschikte, waarvoor de werkgever in beginsel aansprakelijk is (art. 6:170 lid 1 BW).
Daarnaast moet de kans op het maken van deze fout zijn vergroot door het verrichten van de taak
waaruit de gedraging is ontstaan. Ook moet de werkgever zeggenschap hebben gehad over de taak.
De te verrichten taak van Roozen, die hem is opgelegd door DVB, is het bezorgen van boodschappen
binnen 15 minuten. De tijdslimiet is niet behaald. Dit doet echter niet af aan heit feit dat Roozen de
boodschappen wel aan het bezorgen was. Dat het te laat was, is niet aan Roozen te wijten. Uit de
casus kan worden afgeleid dat Roozen 14 minuten heeft moeten wachten bij de afdeling 'Order
Pick'. Dat deze afdeling onderbezet is is toe te rekenen aan DVB, niet aan Roozen. Daaruit
concludeer ik dat de fout, namelijk het toebrengen van letselschade aan Boelens, onder de door DVB
gegeven taak valt, waardoor aan het vereiste 'DVB moet zeggenschap hebben gehad over de taak' is
voldaan.
Het moeten verrichten van de taak, namelijk het bezorgen van boodschappen binnen 15 minuten,
vergroot de kans op de fout. 15 minuten is een erg korte tijd. Het is niet vreemd dat er zo nu en dan
iets mis zal gaan bij zulke garanties. Wanneer DVB zoiets aan klanten beloofd, moet DVB rekening
houden met mislukkingen. Daarbij moet DVB ook rekening houden met boze klanten. Uitbarstingen
van emoties van de klant kunnen ook zorgen voor uitbarstingen van emoties van de werknemer. Zo