Module 1 (H1)
Introductie
Wetenschap is niet:
- Kwestie van smaak
- Bijgeloof
- Product van bias (verborgen aannames, verwachtingen)
- Berust op drogredenen (verkeerde vormen van argument)
Wetenschap zoekt meer dan alleen feiten:
- Achterliggende verklaring of mechanisme
- Waarom is het zo?
- Dit maakt een verklaring meer overtuigend en meer generaliseerbaar
- Maar wat maakt een verklaring gerechtvaardigd?
Wetenschap is overtuigend gebaseerd op bewijs en argumentatie
- Argumentatie via deductie en inductie
Wetenschapsfilosofie, managementstudies:
- Wetenschapsfilosofie stelt de grondslagen van zowel natuurwetenschappen als
sociale wetenschappen in vraag.
- In managementstudies, een subset van sociale wetenschappen, ligt de focus op
het begrijpen van sociale fenomenen, zoals het gedrag van bedrijven en
individuen.
- Managementwetenschappen vallen onder de sociale wetenschappen en
bestuderen organisaties, markten en economische processen.
Managementonderzoek:
- Managementonderzoek maakt deel uit van de sociale wetenschappen en richt
zich op sociale fenomenen zoals hoe organisaties en markten functioneren.
- Empirisch managementonderzoek verzamelt gegevens over het gedrag van
mensen, bedrijfsprestaties en kenmerken van de bedrijfsomgeving.
Wanneer de resultaten van een onderzoek ‘wetenschappelijk’ worden genoemd, zijn
we vaak geneigd om ze direct als feiten te beschouwen dit is echter niet altijd het
geval.
Veel mensen nemen wetenschappelijke theorieën als vanzelfsprekend aan, maar de
vraag is of dit terecht is.
Wetenschap wordt vaak gezien als een autoriteit, maar het is belangrijk om te
begrijpen wat wetenschappelijke kennis onderscheidt van gewone kennis.
Filosofie van de wetenschap onderzoekt waarom wetenschappelijke kennis
betrouwbaarder wordt geacht dan alledaagse kennis.
Het belangrijkste verschil tussen alledaagse kennis en wetenschappelijke kennis:
- Het hoofddoel van wetenschap is het identificeren en verklaren van patronen,
structuren, regelmatigheden en wetten.
- In de managementwetenschap is het doel om succesvolle bedrijfspraktijken en
logistiek te begrijpen en te verklaren aan de hand van algemene principes.
, - Wetenschappelijke theorieën richten zich niet op één enkel bedrijf, maar
proberen generaliseerbare uitspraken te doen over bepaalde typen bedrijven of
management.
- Wetenschappelijke kennis verschilt van alledaagse kennis door systematische
methoden, controleerbaarheid en objectiviteit.
2 denksystemen
Systeem 1: snel maar slordig
- Heb je ook nodig
- Je kan niet altijd alles dubbelchecken
- Niet perse slecht
Systeem 2: traag maar accuraat
- Zorgvuldig overnadenken
- Niet zomaar genoegen nemen met eerste ingeving
Filosofie als langzaam denken: Rigoreus skepticisme
Vijf kenmerken van wetenschappelijke kennis
Generaliseerbaarheid:
- Omdat wetenschap verschijnselen wil verklaren en begrijpen, moeten de
resultaten toepasbaar zijn op een breed scala van gevallen.
- Met als doel om fenomenen te verklaren die verder gaan dan individuele gevallen
Controleerbaarheid:
- Onderzoek moet transparant en herhaalbaar zijn, zodat anderen de resultaten
kunnen verifiëren.
- Hetzelfde experiment of onderzoek moet dezelfde resultaten opleveren als het
opnieuw wordt uitgevoerd, zodat de betrouwbaarheid gegarandeerd is
Objectiviteit:
- Wetenschappelijk onderzoek moet onafhankelijk zijn van de persoonlijke
voorkeuren van de onderzoeker, politieke of commerciële belangen
- Onderzoek moet onpartijdig zijn en gebaseerd op empirisch bewijs in plaats van
meningen.
Erkende onderzoeksmethode (methodologische validiteit):
- Voor elk type onderzoek moeten de juiste methoden worden gebruikt.
- Wetenschappelijke methoden moeten geaccepteerd zijn binnen de academische
gemeenschap.
Parsimonie (eenvoud en duidelijkheid):
- Theorieën moeten helder en eenvoudig geformuleerd zijn om getest en
toegepast te kunnen worden.
- Hoewel oversimplificatie het begrip soms kan beperken
Misvattingen met betrekking tot de methoden van de
managementwetenschappen
Alleen empirisch onderzoek is wetenschappelijk:
- Empirisch onderzoek, zoals enquêtes, interviews en veldonderzoek, is belangrijk
in de sociale wetenschappen. Maar zonder een goed conceptueel kader is het
onderzoek niet volledig.
, - Basiskennis van concepten zoals 'organisatie' is noodzakelijk om verschijnselen te
begrijpen. Waarnemingen zijn immers altijd gevormd door theoretische
concepten, aannames en achtergrondkennis.
- Observatie zonder redenering is zinloos.
- Een voorbeeld is de theorie over vallende objecten. Oorspronkelijk werd
geredeneerd dat zwaardere objecten sneller vallen dan lichtere objecten, maar
later werd ontdekt dat de snelheid te maken heeft met zwaartekracht en niet
met het gewicht.
- Wetenschapsfilosofie laat zien dat empirisme belangrijk is, maar niet voldoende
om wetenschap volledig te verklaren.
- Het logisch positivisme, dat stelt dat empirisme de enige juiste methode is, wordt
door veel moderne wetenschapsfilosofen als onhoudbaar gezien.
Resultaten van wetenschappelijk onderzoek zijn alleen beschrijvend, nooit
voorschrijvend of normatief (prescriptief):
- Wetenschap beschrijft meestal hoe dingen zijn, niet hoe ze zouden moeten
zijn.
- In de managementwetenschappen richt onderzoek zich vaak op het
beschrijven van feiten.
- Toch kan onderzoek soms normatief zijn, zoals wanneer het aangeeft welke
bedrijfsstructuren of processen marktprestaties verbeteren.
- Dit kan leiden tot aanbevelingen over bijvoorbeeld ‘eerlijke concurrentie’
voor een goed functionerende vrije markt.
‘Good Reason Model of Truth’
Dit model stelt dat iets waar is als het ondersteund wordt door een overwicht aan
argumenten.
Het draait om een balans van argumenten voor en tegen, waarbij de argumenten
voor de waarheid zwaarder wegen.
Valkuilen zoals de ‘Argumentum ad Ignorantiam’ (beroep op onwetendheid) en
de ‘False Dilemma Fallacy’ (valse tegenstelling) komen vaak voor in argumentatie.
- Bij het eerste wordt gesteld dat iets waar is omdat het tegendeel niet
bewezen is
- Bij het tweede worden alleen argumenten voor meegenomen en
tegenargumenten worden genegeerd.
Belangrijkste filosofische vragen
Wat is ‘redelijk’? Dit is onderverdeeld in:
Methodologische vraag: Wat zijn geschikte methoden voor onderzoek en
argumentatie?
- Er is een lange strijd tussen voorstanders van kwantitatieve methoden
(statistische analyses) en kwalitatieve methoden (dieper inzicht in gedrag en
meningen).
- De representatieve heuristiek speelt hierin een rol: hoe meer iemand lijkt op
een bepaald type, hoe eerder hij als dat type wordt geaccepteerd, ook al
kloppen de statistische kansen niet.
- Een heuristiek is een wetenschappelijke strategie om problemen snel op te
lossen.
, Epistemologische vraag: Wat is de status van verworven wetenschappelijke kennis?
- Epistemologie gaat over wat we weten en hoe we dat weten.
- Wetenschappers hopen dat het begrijpen van een fenomeen hen in staat stelt
betrouwbare voorspellingen te doen, maar dit is vaak moeilijk, zoals
bijvoorbeeld bij economische recessies.
- In management en economie wordt vaak aangenomen dat mensen rationele
egoïsten zijn die handelen naar hun eigen voorkeuren (de homo economicus).
- Dit leidt tot theorieën die, hoewel simplistisch, soms realiteit worden omdat
ze het gedrag van mensen beïnvloeden (self-fulfilling prophecies).
Ontologische vraag: Wat is de aard van de sociale werkelijkheid?
- Ontologie gaat over wat er werkelijk is, wat we zien en wat we niet zien.
- Het bestudeert de fundamentele aard van fenomenen.
- Er is discussie over of de sociale werkelijkheid wezenlijk verschilt van de
werkelijkheid zoals die wordt bestudeerd in de natuurwetenschappen.
- Debat tussen reductionisme (organisaties bestaan slechts uit individuen) en
holisme (organisaties hebben een eigen dynamiek).
- Sociale constructies zoals geld en markten zijn afhankelijk van menselijke
overeenkomsten, maar hebben echte effecten in de wereld.
Idealisme versus realisme
Idealisme:
- Stelt dat de werkelijkheid afhankelijk is van ons bewustzijn.
- Sommige filosofen, zoals Berkeley, betogen dat de werkelijkheid alleen
bestaat als deze wordt waargenomen.
- Wat we waarnemen, wordt beïnvloed door onze gedachten, overtuigingen en
ervaringen.
- De werkelijkheid wordt gezien als een mentale constructie.
- Volgens het idealisme wordt wat we waarnemen als werkelijkheid gevormd
door de geest.
- Idealisten stellen dat fenomenen alleen bestaan zoals wij ze ervaren.
Realisme:
- Zegt dat de werkelijkheid bestaat, onafhankelijk van hoe wij het waarnemen,
maar dat onze perceptie daarvan per persoon kan verschillen.
- Tegenover idealisme
- Realisten geloven dat wat we in de wereld waarnemen echt is, ongeacht onze
subjectieve ervaringen
Kantiaans Idealisme (filosoof Kant):
- Kant stelde dat de werkelijkheid weliswaar bestaat, maar dat we die alleen
kunnen kennen via de mentale kaders die onze geest eraan oplegt (zoals
causaliteit).
- Kant stelt dat we de werkelijkheid altijd waarnemen door een bepaalde
mentale structuur, zoals tijd en ruimte.
- We kunnen de "werkelijkheid op zich" nooit volledig bevatten, maar alleen
zoals we die ervaren en categoriseren.
- Bij het bestuderen van sociale en natuurlijke fenomenen is meer dan één
perspectief nodig.