Samenvatting deel 1 – aan de hand van de leerdoelen
Thema 1
Het begrip Evodevo
EvoDevo is een afkorting voor evolutionairy development. Hierbij gaat het over de relatie tussen
embryologie en evolutie. Deze relatie wordt gelegd omdat de embryonale ontwikkeling een groot aantal
stappen volgt die we ook in de evolutionaire ontwikkeling terug kunnen vinden, en omgekeerd. Hiermee
wordt de relatie van een organisme tot zijn voorouders achterhaald, maar ook welke
ontwikkelingsmechanismen specifieke evolutionaire veranderingen veroorzaken.
De rol van Evo Devo in het biomedisch (proefdieronderzoek)
Met EvoDevo kunnen er keuzes gemaakt worden voor proefdiermodellen (vooral lagere diersoorten). Er
wordt gekeken naar de gemeenschappelijke voorouder en het ontwikkelingsmechanisme wat zorgt voor
de evolutionaire aanpassingen.
Ontogenie en fylogenie
Er worden twee verschillende soorten ontwikkelingen onderscheiden. Ontogenie gaat over ontogenese,
oftewel de ontwikkelingen van een individu binnen een ei of baarmoeder. Fylogenie is de ontwikkeling van
evolutie en gaat over de afstammingsgeschiedenis van een groep organismen. Deze twee vormen kunnen
aan elkaar worden gekoppeld, hierbij veronderstellen we dat ontogenie een verkorte versie is van
fylogenie.
Op basis waarvan worden lagere proefdiersoorten gebruikt in het biomedisch onderzoek
Het zijn organismen waarmee veel en gemakkelijk onderzoek gedaan kan worden en die de plek kunnen
innemen van dieren of mensen. Ze zijn goedkoop en hebben vaak een korte generatietijd.
Descent with modification, het basisprincipe van evolutie
De ontwikkeling van nieuwe soorten organismen uit al bestaande soorten organismen in de loop van de
tijd is hoe bepaalde soorten evolueren. Hierbij spelen drie dingen een rol: genetische mutaties, natuurlijke
selectie en evolutie.
Het verschil tussen natuurlijke en kunstmatige selectie
Natuurlijke selectie is het proces waarbij willekeurige evolutionaire veranderingen worden geselecteerd
door de natuur in een consistente, ordelijke en niet random manier. Kunstmatige selectie is het proces
waarbij mensen organismen met gewenste eigenschappen op basis van menselijke voorkeuren selecteren.
Voorbeelden van natuurlijke of kunstmatige selectie
Natuurlijk: de vinken van Darwin (verschillende soorten die op andere plekken leven lijken op elkaar).
Kunstmatig: de mens selecteert fruit dat het lekkerst is en blijft daarmee door kruizen.
Wat zijn dierproeven
Volgens de wet is een dierproef een proef uitgevoerd op gewervelde dieren die ongemak bevinden gelijk
aan of erger dan het gebruik van een injectienaald. Deze dieren mogen alleen gebruikt worden wanneer
de doeleinden van het onderzoek voldoen aan de Wet op de dierproeven.
Instanties die een rol spelen bij de aanvraag om proefdieronderzoek te doen
Centrale Commissie Dierproeven, Dierexperimentencommissie, Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit,
Instantie voor Dierwelzijn en Nationaal Comité advies dierproevenbeleid. Zie figuur.
,Welke diersoorten worden bedoeld als we het hebben over proefdieren
Gewervelden of koppotigen (octopus).
Anatomische termen voor locaties en bewegingen
Locaties:
Superieur, craniaal: naar boven, richting het hoofd of upper bodypart.
Inferieur, caudaal: naar beneden, weg van het hoofd of een lower bodypart.
Anterior, ventraal: richting of aan de voorkant van het lichaam.
Posterior, dorsaal: aan de rugkant van het lichaam.
Mediaal: naar of op de middellijn van het lichaam (streep verticaal door het midden).
Lateraal: weg van de middellijn van het lichaam, aan de buitenrand, richting de armen.
Intermediate: tussen mediaal en lateraal in, rond bijvoorbeeld sleutelbeen.
, Proximaal: dichter bij het begin van het lichaamsdeel (elleboog is proximaal aan pols: dichter
bij begin arm).
Distaal: verder weg van het begin van het lichaamsdeel (knie is distaal aan de dijen).
Superficial, external: naar of aan het huidoppervlak (huid is superficial aan spieren).
Deep, internal: weg van het huidoppervlak (longen zijn deep ten opzichte van de huid).
Links = sinister
Rechts = dexter
Bewegingen:
Thema 1
Het begrip Evodevo
EvoDevo is een afkorting voor evolutionairy development. Hierbij gaat het over de relatie tussen
embryologie en evolutie. Deze relatie wordt gelegd omdat de embryonale ontwikkeling een groot aantal
stappen volgt die we ook in de evolutionaire ontwikkeling terug kunnen vinden, en omgekeerd. Hiermee
wordt de relatie van een organisme tot zijn voorouders achterhaald, maar ook welke
ontwikkelingsmechanismen specifieke evolutionaire veranderingen veroorzaken.
De rol van Evo Devo in het biomedisch (proefdieronderzoek)
Met EvoDevo kunnen er keuzes gemaakt worden voor proefdiermodellen (vooral lagere diersoorten). Er
wordt gekeken naar de gemeenschappelijke voorouder en het ontwikkelingsmechanisme wat zorgt voor
de evolutionaire aanpassingen.
Ontogenie en fylogenie
Er worden twee verschillende soorten ontwikkelingen onderscheiden. Ontogenie gaat over ontogenese,
oftewel de ontwikkelingen van een individu binnen een ei of baarmoeder. Fylogenie is de ontwikkeling van
evolutie en gaat over de afstammingsgeschiedenis van een groep organismen. Deze twee vormen kunnen
aan elkaar worden gekoppeld, hierbij veronderstellen we dat ontogenie een verkorte versie is van
fylogenie.
Op basis waarvan worden lagere proefdiersoorten gebruikt in het biomedisch onderzoek
Het zijn organismen waarmee veel en gemakkelijk onderzoek gedaan kan worden en die de plek kunnen
innemen van dieren of mensen. Ze zijn goedkoop en hebben vaak een korte generatietijd.
Descent with modification, het basisprincipe van evolutie
De ontwikkeling van nieuwe soorten organismen uit al bestaande soorten organismen in de loop van de
tijd is hoe bepaalde soorten evolueren. Hierbij spelen drie dingen een rol: genetische mutaties, natuurlijke
selectie en evolutie.
Het verschil tussen natuurlijke en kunstmatige selectie
Natuurlijke selectie is het proces waarbij willekeurige evolutionaire veranderingen worden geselecteerd
door de natuur in een consistente, ordelijke en niet random manier. Kunstmatige selectie is het proces
waarbij mensen organismen met gewenste eigenschappen op basis van menselijke voorkeuren selecteren.
Voorbeelden van natuurlijke of kunstmatige selectie
Natuurlijk: de vinken van Darwin (verschillende soorten die op andere plekken leven lijken op elkaar).
Kunstmatig: de mens selecteert fruit dat het lekkerst is en blijft daarmee door kruizen.
Wat zijn dierproeven
Volgens de wet is een dierproef een proef uitgevoerd op gewervelde dieren die ongemak bevinden gelijk
aan of erger dan het gebruik van een injectienaald. Deze dieren mogen alleen gebruikt worden wanneer
de doeleinden van het onderzoek voldoen aan de Wet op de dierproeven.
Instanties die een rol spelen bij de aanvraag om proefdieronderzoek te doen
Centrale Commissie Dierproeven, Dierexperimentencommissie, Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit,
Instantie voor Dierwelzijn en Nationaal Comité advies dierproevenbeleid. Zie figuur.
,Welke diersoorten worden bedoeld als we het hebben over proefdieren
Gewervelden of koppotigen (octopus).
Anatomische termen voor locaties en bewegingen
Locaties:
Superieur, craniaal: naar boven, richting het hoofd of upper bodypart.
Inferieur, caudaal: naar beneden, weg van het hoofd of een lower bodypart.
Anterior, ventraal: richting of aan de voorkant van het lichaam.
Posterior, dorsaal: aan de rugkant van het lichaam.
Mediaal: naar of op de middellijn van het lichaam (streep verticaal door het midden).
Lateraal: weg van de middellijn van het lichaam, aan de buitenrand, richting de armen.
Intermediate: tussen mediaal en lateraal in, rond bijvoorbeeld sleutelbeen.
, Proximaal: dichter bij het begin van het lichaamsdeel (elleboog is proximaal aan pols: dichter
bij begin arm).
Distaal: verder weg van het begin van het lichaamsdeel (knie is distaal aan de dijen).
Superficial, external: naar of aan het huidoppervlak (huid is superficial aan spieren).
Deep, internal: weg van het huidoppervlak (longen zijn deep ten opzichte van de huid).
Links = sinister
Rechts = dexter
Bewegingen: