Voorgeschreven
literatuur/jurisprudentie
Hoorcollege 10 september 2019
Onderwerp: nakoming en opschorting
Syllabus nakoming & opschorting
Het arrest CBC/Licores gaat over contractuele subrogatie, zoals geregeld in art. 6:150 aanhef
en sub d BW. Dit houdt in dat een derde de plaats van de schuldeiser inneemt. De
schuldeiser ontvangt betaling van zijn vordering, maar de vordering gaat niet teniet. De
schuldenaar is niet van zijn schuld bevrijd, maar krijgt te maken met een nieuwe schuldeiser.
Licores heeft de schulden van CBC voldaan, in rechte vordert Licores van CBC betaling van
het bedrag. Gegronde cassatieklacht: niet voldoende is dat de overeenkomst (tussen derde
en schuldenaar) inhoudt dat de schuldenaar wenst dat de vordering wordt voldaan en dat de
derde zich daartoe bereid verklaart. Tevens is vereist dat die overeenkomst ertoe strekt dat
de vordering bij wege van subrogatie op de derde overgaat.
Verder eist art. 6:150 dat de schuldeiser op het tijdstip van de voldoening van diens
vordering wetenschap moet hebben van de overeenkomst tussen derde en de schuldenaar.
Aan die eis is pas voldaan wanneer de wetenschap van de schuldeiser ziet op een
overeenkomst tussen de derde en de schuldenaar die ertoe strekt dat de derde wordt
gesubrogeerd in de rechten van de schuldeiser jegens de schuldenaar.
Achtergrond van de in de wet gestelde eis van wetenschap bij de schuldeiser is dat deze
hierdoor rekening kan houden met de overgang van de vordering, onder meer in verband
met zijn verplichtingen uit art. 6:143.
Tussen Licores en CBC kon van een contractuele subrogatie geen sprake zijn, nu zij geen tot
subgogatie strekkende overeenkomst hadden gesloten.
HR IFN/NOVA: een schuldenaar wordt van een op hem rustende verbintenis bevrijd doordat
hij zijn schuld betaalt aan een tot inning bevoegde persoon. Heeft de schuldeiser zijn
vordering openbaar verpand, dan is de pandhouder inningsbevoegd en bevrijdt een betaling
aan de schuldeiser de schuldenaar niet.
Situatie arrest: een schuldeiser laat aan een schuldenaar weten dat zijn vorderingen
openbaar zijn verpand. Schuldenaar betaalt aan de pandhouder en daarna komt vast te
staan dat de vorderingen nimmer hebben bestaan, waardoor van een rechtsgeldige
verpanding ook geen sprake kan zijn geweest. Van wie kan de schuldenaar de bedragen
terugvorderen: van de pandhouder of van de schuldeiser? Zie uitleg in de syllabus.
Schuldeisersverzuim: wanneer eindigt het?
Van tekortkoming is geen sprake wanneer de schuldenaar een verbintenis niet nakomt
omdat hij zich rechtsgeldig op opschorting beroept. Is de verkoper bevoegd om de nakoming
van zijn leveringsverplichting op te schorten zolang de koopprijs niet is betaald, dan is van
een tekortkoming geen sprake.
1
literatuur/jurisprudentie
Hoorcollege 10 september 2019
Onderwerp: nakoming en opschorting
Syllabus nakoming & opschorting
Het arrest CBC/Licores gaat over contractuele subrogatie, zoals geregeld in art. 6:150 aanhef
en sub d BW. Dit houdt in dat een derde de plaats van de schuldeiser inneemt. De
schuldeiser ontvangt betaling van zijn vordering, maar de vordering gaat niet teniet. De
schuldenaar is niet van zijn schuld bevrijd, maar krijgt te maken met een nieuwe schuldeiser.
Licores heeft de schulden van CBC voldaan, in rechte vordert Licores van CBC betaling van
het bedrag. Gegronde cassatieklacht: niet voldoende is dat de overeenkomst (tussen derde
en schuldenaar) inhoudt dat de schuldenaar wenst dat de vordering wordt voldaan en dat de
derde zich daartoe bereid verklaart. Tevens is vereist dat die overeenkomst ertoe strekt dat
de vordering bij wege van subrogatie op de derde overgaat.
Verder eist art. 6:150 dat de schuldeiser op het tijdstip van de voldoening van diens
vordering wetenschap moet hebben van de overeenkomst tussen derde en de schuldenaar.
Aan die eis is pas voldaan wanneer de wetenschap van de schuldeiser ziet op een
overeenkomst tussen de derde en de schuldenaar die ertoe strekt dat de derde wordt
gesubrogeerd in de rechten van de schuldeiser jegens de schuldenaar.
Achtergrond van de in de wet gestelde eis van wetenschap bij de schuldeiser is dat deze
hierdoor rekening kan houden met de overgang van de vordering, onder meer in verband
met zijn verplichtingen uit art. 6:143.
Tussen Licores en CBC kon van een contractuele subrogatie geen sprake zijn, nu zij geen tot
subgogatie strekkende overeenkomst hadden gesloten.
HR IFN/NOVA: een schuldenaar wordt van een op hem rustende verbintenis bevrijd doordat
hij zijn schuld betaalt aan een tot inning bevoegde persoon. Heeft de schuldeiser zijn
vordering openbaar verpand, dan is de pandhouder inningsbevoegd en bevrijdt een betaling
aan de schuldeiser de schuldenaar niet.
Situatie arrest: een schuldeiser laat aan een schuldenaar weten dat zijn vorderingen
openbaar zijn verpand. Schuldenaar betaalt aan de pandhouder en daarna komt vast te
staan dat de vorderingen nimmer hebben bestaan, waardoor van een rechtsgeldige
verpanding ook geen sprake kan zijn geweest. Van wie kan de schuldenaar de bedragen
terugvorderen: van de pandhouder of van de schuldeiser? Zie uitleg in de syllabus.
Schuldeisersverzuim: wanneer eindigt het?
Van tekortkoming is geen sprake wanneer de schuldenaar een verbintenis niet nakomt
omdat hij zich rechtsgeldig op opschorting beroept. Is de verkoper bevoegd om de nakoming
van zijn leveringsverplichting op te schorten zolang de koopprijs niet is betaald, dan is van
een tekortkoming geen sprake.
1