Klinische scenario.......................................................................................................................................... 2
Stap 1: PICO..........................................................................................................................................................3
Stap 2: Zoekstrategie............................................................................................................................................3
Stap 3: Kritische beoordeling................................................................................................................................6
Stap 4: Kritische reflectie....................................................................................................................................10
Stap 5: Conclusie................................................................................................................................................11
Stap 6: Aanbeveling............................................................................................................................................11
Stap 7: Toepassing in de praktijk........................................................................................................................11
Algemene informatie................................................................................................................................... 12
Literatuurlijst............................................................................................................................................... 13
Bijlage A:..................................................................................................................................................... 14
1
, Klinische scenario
Chronisch veneuze insufficiëntie (CVI) is het gevolg van insufficiënte kleppensysteem,
afvloedbelemmering in het diepe veneuze systeem en onvoldoende kuitfuntie dat ervoor
zorgt dat het veneuze bloed niet tegen de zwaartekracht kan inwerken (Hogeschool Utrecht,
z.d.). Wanneer dat gebeurt treedt er vocht buiten de bloedvaten wat ervoor zorgt dat de huid
strak gaat staan (Rijnstate, z.d.). Bij CVI blijft de veneuze druk hoog tijdens het lopen, dit in
tegenstelling tot normale veneuze en kuitfunctie. Er kunnen verschijnselen ontstaan zoals,
oedeem, varices en hyperpigmentatie (De Groot et al., 2020). Als deze verschijnselen
genegeerd worden en er een trauma plaats vindt, zoals een stoot. Dan ontstaat er een wond
die niet meer geneest, ook wel een ulcus cruris venosum, het eindstadium van CVI
(Hogeschool Utrecht, z.d.-b).
Een ulcus cruris venosum is een open wond aan het onderbeen, meestal boven de mediale
malleolus, dat weinig tot niet geneest (Hogeschool Utrecht, z.d.-a).
De incidentie neemt toe met de leeftijd en is voor mensen ouder dan 80 jaar 20 per 1000
mensen. Compressietherapie is het kernaspect van de behandeling van ulcus cruris
venosum en vermindert daarnaast de recidiefkans (NHG-werkgroep, 2010). 50% tot 60%
van de patiënten met een ulcus cruris venosum genezen binnen 6 maanden met alleen
compressietherapie (Hess, 2012). De prevalentie van een ulcus crusis venosum wordt
ongeveer geschat rond de 1%. Ook komt het twee tot drie keer meer voorbij vrouwen. Wel
lijkt de prevalentie te stabiliseren door gevolg van goede behandeling van varices (Dekker,
2021).
Er is een groeiende interesse in hyaluronzuur als potentieel middel bij het verzorgen van
wonden. Om de effectiviteit van hyaluronzuur te bepalen is er diepgaand onderzoek nodig.
Zou hyaluronzuur extra gebruikt kunnen worden voor het versnellen van het
genezingsproces? Zou het bijdragen aan het vochtige milieu van een wond?
Onderzoeksvraag: In hoeverre draagt de toepassing van hyaluronzuur bij aan het
genezingsproces van een ulcus cruris venosum bij patiënten boven 18 jaar?
Dit is niet alleen voor mij als toekomstige huidtherapeut goed om te onderzoeken, maar ook
voor hulpverleners in de thuiszorg, wondverpleegkundige en fysiotherapeuten. En kan
meegenomen worden in het project ‘zorg voor de toekomst 2030’.
2