(2.1) Sociale ongelijkheid= een situatie waarin verschillen tussen mensen, in al dan niet
aangeboren kenmerken, consequenties hebben voor hun maatschappelijke positie en die
leiden tot een ongelijke verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken, van
waardering en behandeling.
Je hebt 4 soorten sociale ongelijkheid:
1. ongelijke verdeling van economische hulpbronnen; - dan gaat
het om bijvoorbeeld geld en bezit.
2. ongelijke verdeling van sociale hulpbronnen;
- voorbeelden van sociale hulpbronnen zijn mensen die je kent en die je helpen
doordat ze hun hulpbronnen, bijvoorbeeld geld, aan je uitlenen of op een andere
manier steunen.
3. ongelijke verdeling van symbolische hulpbronnen; - status en
aanzien, in hoeverre mensen tegen iemand opzien.
4. ongelijke verdeling van politieke hulpbronnen.
- bestaat uit macht en gezag.
Maatschappelijke ladder= indeling van mensen hun maatschappelijke positie, bepaald door
macht, status en inkomen.
Sociale stratificatie= de verdeling van de maatschappij in groepen waartussen sociale
ongelijkheid bestaat.
Sociale lagen= een grote groep mensen met dezelfde maatschappelijke positie,
bijvoorbeeld de arbeidersklasse.
Sociale mobiliteit= sociale mobiliteit is de verandering in de sociale positie van een persoon
of groep binnen de sociale stratificatie.
Positietoewijzing= verwijst naar maatschappelijke oorzaken waardoor een persoon of
groep op een bepaalde positie terechtkomt.
Positieverwerving= mensen verkrijgen een maatschappelijke positie door hun eigen
bijdrage of de bijdrage van de groep waar ze bij horen.
We hebben 2 soorten goederen in dit hoofdstuk, namelijk de private goederen en de
collectieve goederen.
Private goederen→goederen waar mensen voor moeten betalen. Voorbeelden: eten en
drinken, abonnement op de sportschool, vakantie
.
Collectieve goederen→non exclusief, niemand kan worden uitgesloten van een collectief
goed. Voorbeelden: snelweg
(2.2) Macht= (1) het vermogen om hulpbronnen in te zetten om bepaalde doelstellingen te
bereiken (2) en de handelingsmogelijkheden van de anderen te beperken of te vergroten