WEEK 1
KENNISCLIP: INTRODUCTIE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Voorafgaande aan feedback, zijn er vaak feedbackvragen. Door van tevoren
concrete leerdoelen op te stellen kan de observator veel gerichter feedback
geven. De leerdoelen moeten SMART worden geformuleerd:
- Specifiek
- Meetbaar
- Acceptabel
- Relevant
- Tijdsgebonden
Rol van de observator in een gesprek, voorafgaand:
- Wat zijn de leerdoelen voor dit rollenspel?
- Wat zijn daarnaast de persoonlijke leerdoelen van de gespreksleider?
- Hoelang duurt het rollenspel en hoeveel tijd is er voor feedback?
- Is time-out toegestaan, zo ja op wiens initiatief?
- Wie houdt de tijd in de gaten? Zo nodig kan observator de gespreksleider
waarschuwen dat er afgerond moet worden.
Tijdens:
- Concrete aantekeningen maken: meeschrijven zodat je tijdens de
feedbackmomenten concrete momenten of voorbeelden aan kunt halen.
- Aantekeningen clusteren: feedback over een specifieke
gespreksvaardigheid bij elkaar pakken.
Na:
- Gesprekleider blaast stoom af
- Indruk/gevoel van de cliënt
- Observator geeft korte feedback/belangrijkste
- Eventuele reactie van de gespreksleider
- Observator geeft systematische feedback
- Reactie gespreksleider
- Afronding dmv samenvattingen gericht op de leerpunten, met suggesties
voor nieuwe aandachtspunten
Feedback regels:
- Praat in de ik-vorm, geef aan wat het bij je oproept
- Beschrijvend en niet waarderend of bestraffend
- Wat is functioneel en wat niet?
- Geformuleerd in concrete bewoordingen
- Betreft een specifieke situatie
- Aansluitend bij de behoefte van de ander
- Uitnodigend
- Geef concrete adviezen en alternatieven
KENNISCLIP: INTRODUCTIE REFLECTIEVAARDIGHEDEN
Reflecteren VS evalueren:
Evalueren = zijn de vooraf opgestelde doelen behaald, is het goed of fout?
(waardeoordeel).
Reflecteren = geen oordeel, terug naar een betekenisvolle situatie en kijk naar
je eigen gedachtes, gevoelens en handelen. Er zijn diversie reflectiemethodes
- Wetenschappelijke reflectie = verschil in inzicht, kijk kritisch naar het
onderzoek en de daar uitgekomen resultaten.
- Persoonlijke reflectie = hoe heb je iets ervaren? Signalen bij jezelf
beschrijven en onderzoeken welk effect deze signalen hebben op anderen.
, KENNISCLIP: ALGEMENE INTRODUCTIE
4 onderdelen:
1) Gespreksvaardigheden: gesprekstechnieken zijn belangrijk om te
oefenen om vervolgens op een gestructureerde manier het doel van een
professioneel gesprek te hebben.
2) Reflectievaardigheden: het is als professional erg belangrijk dat je je
bewust bent van je eigen handelen, denken & gevoelens.
3) Feedbackvaardigheden: door feedback te vragen, te krijgen en te geven
kun je als professional continu blijven ontwikkelen.
4) Observatievaardigheden: professioneel observeren.
KENNISCLIP GESPREKSVAARDIGHEDEN: AANDACHTGEVEND GEDRAG EN
VERBAAL VOLGEN
3 basisgespreksvaardigheden:
1) Regulerende vaardigheden
2) Niet-selectieve luistervaardigheden
3) Selectieve luistervaardigheden
Regulerende vaardigheden hebben als doel: orde en duidelijkheid in een
gesprek bevorderen. Regulerende vaardigheden:
- Opening van het gesprek:
o Duidelijkheid geven over situatie
o Cliënt informeren over gang van zaken
o Wederzijdse verwachtingen in kaart brengen
Open in gesprek gaan, zorgt dat cliënt deelgenoot wordt van
het gesprek & kan hij/zij instemmen met werkwijze en plan
van aanpak
- Sluiten van een begincontract
o Afhankelijk van de gemoedstoestand van de cliënt (inschatten)
- Terugkoppelen naar begindoelen
- Situatie-verduidelijken
- Hardop denken
- Het afsluiten van een gesprek
o Tijd bewaken
o Beschikbare tijd aan het begin van het gesprek aankondigen
o Afsluiting: samenvatting & terugkoppeling van ervaring
Niet-selectieve luistervaardigheden dragen bij aan een prettige
luisterhouding, waarin gebruik wordt gemaakt van aandachtgevend gedrag.
- Non-verbaal gedrag: cliënt stimuleren
o Gelaatsuitdrukkingen
o Oogcontact
o Lichaamstaal
o Aanmoedigende gebaren
- Verbaal volgen: laat merken dat je luistert en stimuleert de cliënt meer te
vertellen
o Kleine aanmoedigingen: ‘mhm’, ‘oh ja’, ‘ja oke’
- Gebruik van stiltes
KENNISCLIP: INTRODUCTIE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Voorafgaande aan feedback, zijn er vaak feedbackvragen. Door van tevoren
concrete leerdoelen op te stellen kan de observator veel gerichter feedback
geven. De leerdoelen moeten SMART worden geformuleerd:
- Specifiek
- Meetbaar
- Acceptabel
- Relevant
- Tijdsgebonden
Rol van de observator in een gesprek, voorafgaand:
- Wat zijn de leerdoelen voor dit rollenspel?
- Wat zijn daarnaast de persoonlijke leerdoelen van de gespreksleider?
- Hoelang duurt het rollenspel en hoeveel tijd is er voor feedback?
- Is time-out toegestaan, zo ja op wiens initiatief?
- Wie houdt de tijd in de gaten? Zo nodig kan observator de gespreksleider
waarschuwen dat er afgerond moet worden.
Tijdens:
- Concrete aantekeningen maken: meeschrijven zodat je tijdens de
feedbackmomenten concrete momenten of voorbeelden aan kunt halen.
- Aantekeningen clusteren: feedback over een specifieke
gespreksvaardigheid bij elkaar pakken.
Na:
- Gesprekleider blaast stoom af
- Indruk/gevoel van de cliënt
- Observator geeft korte feedback/belangrijkste
- Eventuele reactie van de gespreksleider
- Observator geeft systematische feedback
- Reactie gespreksleider
- Afronding dmv samenvattingen gericht op de leerpunten, met suggesties
voor nieuwe aandachtspunten
Feedback regels:
- Praat in de ik-vorm, geef aan wat het bij je oproept
- Beschrijvend en niet waarderend of bestraffend
- Wat is functioneel en wat niet?
- Geformuleerd in concrete bewoordingen
- Betreft een specifieke situatie
- Aansluitend bij de behoefte van de ander
- Uitnodigend
- Geef concrete adviezen en alternatieven
KENNISCLIP: INTRODUCTIE REFLECTIEVAARDIGHEDEN
Reflecteren VS evalueren:
Evalueren = zijn de vooraf opgestelde doelen behaald, is het goed of fout?
(waardeoordeel).
Reflecteren = geen oordeel, terug naar een betekenisvolle situatie en kijk naar
je eigen gedachtes, gevoelens en handelen. Er zijn diversie reflectiemethodes
- Wetenschappelijke reflectie = verschil in inzicht, kijk kritisch naar het
onderzoek en de daar uitgekomen resultaten.
- Persoonlijke reflectie = hoe heb je iets ervaren? Signalen bij jezelf
beschrijven en onderzoeken welk effect deze signalen hebben op anderen.
, KENNISCLIP: ALGEMENE INTRODUCTIE
4 onderdelen:
1) Gespreksvaardigheden: gesprekstechnieken zijn belangrijk om te
oefenen om vervolgens op een gestructureerde manier het doel van een
professioneel gesprek te hebben.
2) Reflectievaardigheden: het is als professional erg belangrijk dat je je
bewust bent van je eigen handelen, denken & gevoelens.
3) Feedbackvaardigheden: door feedback te vragen, te krijgen en te geven
kun je als professional continu blijven ontwikkelen.
4) Observatievaardigheden: professioneel observeren.
KENNISCLIP GESPREKSVAARDIGHEDEN: AANDACHTGEVEND GEDRAG EN
VERBAAL VOLGEN
3 basisgespreksvaardigheden:
1) Regulerende vaardigheden
2) Niet-selectieve luistervaardigheden
3) Selectieve luistervaardigheden
Regulerende vaardigheden hebben als doel: orde en duidelijkheid in een
gesprek bevorderen. Regulerende vaardigheden:
- Opening van het gesprek:
o Duidelijkheid geven over situatie
o Cliënt informeren over gang van zaken
o Wederzijdse verwachtingen in kaart brengen
Open in gesprek gaan, zorgt dat cliënt deelgenoot wordt van
het gesprek & kan hij/zij instemmen met werkwijze en plan
van aanpak
- Sluiten van een begincontract
o Afhankelijk van de gemoedstoestand van de cliënt (inschatten)
- Terugkoppelen naar begindoelen
- Situatie-verduidelijken
- Hardop denken
- Het afsluiten van een gesprek
o Tijd bewaken
o Beschikbare tijd aan het begin van het gesprek aankondigen
o Afsluiting: samenvatting & terugkoppeling van ervaring
Niet-selectieve luistervaardigheden dragen bij aan een prettige
luisterhouding, waarin gebruik wordt gemaakt van aandachtgevend gedrag.
- Non-verbaal gedrag: cliënt stimuleren
o Gelaatsuitdrukkingen
o Oogcontact
o Lichaamstaal
o Aanmoedigende gebaren
- Verbaal volgen: laat merken dat je luistert en stimuleert de cliënt meer te
vertellen
o Kleine aanmoedigingen: ‘mhm’, ‘oh ja’, ‘ja oke’
- Gebruik van stiltes