100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Oefenvragen Hoofdlijnen Nederlands Recht (16e druk) – 116 meerkeuzevragen met antwoorden + uitleg

Rating
5.0
(2)
Sold
2
Pages
39
Uploaded on
25-08-2025
Written in
2025/2026

Dit document bevat 100 meerkeuzevragen over Hoofdlijnen Nederlands Recht (16e druk), verdeeld over alle 12 hoofdstukken. Wat je krijgt: - Meerkeuzevragen per hoofdstuk (van terreinverkenning tot Europees recht) - Direct de juiste antwoorden bij elke vraag - Uitleg waarom dat antwoord correct is – zo leer je niet alleen de stof kennen, maar ook toepassen - Vragen zijn zowel kennisgericht als toepassingsgericht (inclusief casussen) - Sluit volledig aan bij de officiële hoofdstukindeling van het boek

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
August 25, 2025
Number of pages
39
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Hoofdlijnen Nederlands Recht: meerkeuzevragen

1. Wat wordt verstaan onder objectief recht?
A. Het geheel van door de rechter toegepaste regels
B. Het geheel van in een samenleving geldende rechtsregels
C. Het recht dat aan een individu toekomt
D. Het geheel van ongeschreven normen

2. Welke rechtsbron staat hiërarchisch het hoogst in Nederland?
A. AMvB
B. Grondwet
C. Europese verdragen
D. Wet in formele zin

3. Welke van onderstaande is GEEN rechtsbron?
A. Gewoonte
B. Jurisprudentie
C. Parlementaire geschiedenis
D. Conclusie van de advocaat-generaal

4. Het verschil tussen dwingend en aanvullend recht is dat…
A. Dwingend recht alleen geldt bij privaatrecht
B. Aanvullend recht altijd door de rechter wordt toegepast
C. Van aanvullend recht mag worden afgeweken, van dwingend recht niet
D. Dwingend recht uitsluitend geldt in het strafrecht

5. Wat is het belangrijkste kenmerk van publiekrecht?
A. Het regelt gelijkwaardige verhoudingen tussen burgers
B. Het bevat vooral aanvullend recht
C. Het regelt de verhouding tussen overheid en burgers
D. Het komt uitsluitend uit gewoonterecht

6. Een voorbeeld van een geschreven rechtsregel is:
A. Jurisprudentie van de Hoge Raad
B. Grondwet artikel 1
C. Ongeschreven gewoonterecht
D. Algemene rechtsbeginselen

7. Wanneer komt een overeenkomst in Nederland tot stand?
A. Als partijen een contract tekenen
B. Als partijen mondeling overeenstemming bereiken
C. Als er aanbod en aanvaarding is
D. Zodra er sprake is van een schriftelijk bewijsstuk

8. Wat is GEEN vereiste voor een geldige overeenkomst?
A. Handelingsbekwaamheid
B. Wilsverklaring
C. Rechtshandeling
D. Schriftelijke vastlegging

9. Piet verkoopt zijn fiets aan Klaas voor €100. Klaas zegt: “Akkoord,
maar ik betaal pas over een maand.” Wat is de juridische status?
A. Er is geen overeenkomst omdat betaling direct moet plaatsvinden

,B. Er is een overeenkomst, maar met afwijkende betalingstermijn
C. Er is nog geen overeenkomst totdat Piet akkoord gaat met betaling later
D. Er is sprake van ongeldig aanbod

10. Wat betekent “wilsgebrek” bij een overeenkomst?
A. De overeenkomst is ongeldig omdat het aanbod ontbreekt
B. De overeenkomst is ongeldig omdat de prijs onredelijk is
C. De wil en verklaring komen niet overeen
D. De overeenkomst is ongeldig omdat deze niet op schrift staat

11. Welke van onderstaande situaties is een voorbeeld van “dwingend
recht”?
A. Piet en Jan spreken af dat Piet nooit aansprakelijk zal zijn voor schade door
opzet
B. Een huurder en verhuurder spreken af dat de huurder zelf alle grote
onderhoudskosten betaalt
C. Een werknemer doet afstand van zijn recht op minimumloon
D. Twee ondernemers komen een langere betalingstermijn overeen

12. Marieke koopt een laptop online. Na levering blijkt de laptop kapot.
Zij wil de overeenkomst ontbinden. Op welke grond kan dat?
A. Wilsgebrek
B. Niet-nakoming
C. Dwaling
D. Onrechtmatige daad

13. Wat houdt de “onzekerheidsexceptie” (art. 6:263 BW) in?
A. De verkoper mag weigeren te leveren als betaling onzeker is
B. Een overeenkomst kan ongeldig worden verklaard bij twijfel over de prijs
C. Een overeenkomst kan altijd worden herroepen bij onzekerheid
D. De rechter kan de overeenkomst wijzigen als partijen onzeker zijn

14. Jeroen koopt een tweedehands auto. De verkoper zegt dat de auto
“in perfecte staat” is. Achteraf blijkt de motor kapot. Welke rechtsregel
kan Jeroen gebruiken?
A. Bedrog (art. 3:44 BW)
B. Dwaling (art. 6:228 BW)
C. Onrechtmatige daad
D. Ongerechtvaardigde verrijking

15. Welke rechtsregel ligt ten grondslag aan “koop op afstand” (bijv.
online shoppen)?
A. De koper heeft altijd recht op ontbinding binnen 14 dagen
B. De koper mag altijd gratis retourneren
C. De koper kan na levering nog onderhandelen over de prijs
D. De overeenkomst ontstaat pas bij levering

16. Twee ondernemers spreken af dat levering pas plaatsvindt
“wanneer de voorraad er is”. Hoe heet zo’n afspraak?
A. Opschortende voorwaarde
B. Ontbindende voorwaarde
C. Dwingend recht
D. Dwaling

,17. Wanneer is er volgens de wet sprake van een arbeidsovereenkomst?
A. Als iemand langer dan zes maanden voor een werkgever werkt
B. Als er loon, arbeid en gezag aanwezig zijn
C. Zodra er een contract is ondertekend
D. Wanneer iemand op vaste uren werkt

18. Lisa werkt als zzp’er maar krijgt instructies over werktijden,
werkwijze en moet dagelijks verantwoording afleggen. Hoe moet dit
juridisch worden gekwalificeerd?
A. Overeenkomst van opdracht
B. Arbeidsovereenkomst
C. Freelance-overeenkomst
D. Stageovereenkomst

19. Wat is de minimale duur van de proeftijd bij een
arbeidsovereenkomst?
A. Geen minimale duur, mag zelfs 1 dag zijn
B. 1 maand
C. 2 maanden
D. 6 maanden

20. Welke regel geldt voor de ketenregeling (art. 7:668a BW)?
A. Na 3 tijdelijke contracten of 3 jaar ontstaat een vast contract
B. Na 4 tijdelijke contracten of 4 jaar ontstaat een vast contract
C. Na 2 tijdelijke contracten of 2 jaar ontstaat een vast contract
D. Er bestaat geen ketenregeling meer in Nederland

21. Een werknemer zegt zijn baan op, maar de arbeidsovereenkomst is
voor bepaalde tijd. Mag dat?
A. Ja, altijd
B. Nee, tenzij partijen een tussentijds opzegbeding zijn overeengekomen
C. Ja, maar alleen met instemming van de kantonrechter
D. Nee, want contract is altijd bindend

22. Wat is het verschil tussen koop en ruil?
A. Bij koop is er een prijs in geld, bij ruil niet
B. Ruil is alleen geldig bij roerende zaken
C. Koop is een reëel contract, ruil niet
D. Bij ruil gelden geen verplichtingen

23. Jan koopt een nieuwe koelkast, maar de verkoper levert een oud
model. Op welke wettelijke bepaling kan Jan zich beroepen?
A. Dwaling (art. 6:228 BW)
B. Conformiteitsregel (art. 7:17 BW)
C. Onrechtmatige daad (art. 6:162 BW)
D. Opschortingsrecht (art. 6:52 BW)

24. Wanneer is er sprake van consumentenkoop?
A. Alleen als er online wordt gekocht
B. Als een professionele verkoper aan een consument levert
C. Als er een tweedehands product wordt gekocht
D. Alleen als het product meer dan €100 kost

, 25. Emma koopt schoenen in een winkel. Na 2 weken laat de zool los.
Wie moet bewijzen dat de schoenen bij aflevering gebrekkig waren?
A. Emma, want zij wil de overeenkomst ontbinden
B. De winkelier, want het gebrek blijkt binnen 12 maanden
C. Emma, tenzij ze binnen 7 dagen klaagt
D. De fabrikant, want die heeft het product gemaakt

26. Wat is het verschil tussen eigendom en bezit in het kooprecht?
A. Eigendom is feitelijke macht, bezit is juridisch recht
B. Eigendom is juridisch recht, bezit is feitelijke macht
C. Eigendom en bezit zijn hetzelfde
D. Bezit ontstaat alleen door koop, eigendom niet

27. Wat zijn de vereisten voor een onrechtmatige daad (art. 6:162 BW)?
A. Onrechtmatigheid, relativiteit, schade, causaliteit en toerekenbaarheid
B. Onrechtmatigheid, schuld, contractbreuk, schade en verjaring
C. Onrechtmatigheid, redelijkheid en billijkheid, schade en voordeel
D. Onrechtmatigheid, schade en dwaling

28. Een buurman boort op zondag de hele dag met een drilboor. De
andere buurman lijdt daardoor ernstige stress. Welke vorm van
onrechtmatigheid is dit?
A. Inbreuk op een recht
B. Strijd met wettelijke plicht
C. Strijd met maatschappelijke zorgvuldigheid
D. Dwaling

29. Wat betekent het relativiteitsvereiste (art. 6:163 BW)?
A. Schade moet voorzienbaar zijn
B. De geschonden norm moet strekken tot bescherming van de geleden schade
C. Alleen relatieve partijen kunnen procederen
D. Er moet een nauwe band zijn tussen partijen

30. Een aannemer gooit per ongeluk een dakpan op de auto van een
klant. Is dit toerekenbaar?
A. Nee, want het was een ongeluk
B. Ja, want schuld of risico kan worden toegerekend (art. 6:162 lid 3 BW)
C. Nee, tenzij het contractueel is afgesproken
D. Alleen als er sprake is van opzet

31. Wat is een voorbeeld van een rechtmatige daad?
A. Onrechtmatige daad met toestemming van de rechter
B. Zaakwaarneming, onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking
C. Onrechtmatige daad zonder schade
D. Arbeidsovereenkomst

32. Piet betaalt per ongeluk €100 te veel aan zijn internetprovider. Op
welke rechtsgrond kan hij dat terugvorderen?
A. Onrechtmatige daad
B. Ongerechtvaardigde verrijking
C. Onverschuldigde betaling
D. Zaakwaarneming
$7.37
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Reviews from verified buyers

Showing all 2 reviews
2 months ago

3 months ago

5.0

2 reviews

5
2
4
0
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Kirsten18 Loi
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
15
Member since
5 year
Number of followers
0
Documents
10
Last sold
6 days ago

3.8

5 reviews

5
3
4
0
3
1
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions