De student analyseert de arbeidsrisico’s in een complexe dienstverlenende omgeving, zoals in de zorg,
zodanig dat hij/zij vanuit een risicomanagementbenadering het bedrijf (en de belanghebbenden) kan
adviseren over een effectieve aanpak van de arbeidsrisico’s.
Samenvatting lessen en PowerPoints:
Les 1
Risicomanagementcyclus:
Doelstellingen formuleren, Risico’s inventariseren, Risico’s evalueren, Maatregelen
bedenken, Plannen bedenken, Plannen uitvoeren, Resultaten evalueren.
Gevaar = iets wat een gevaarlijke situatie kan veroorzaken
Risico = een kans dat er iets uit een gevaar ontstaat waar een effect uit komt. W x E x B
Door een burn-out kunnen fouten in het handelen ontstaan.
NEN-ISO 31000: kan worden toegepast in heel verschillende situaties. Zowel voor
bedrijfsbreed risicomanagement (ERM), als voor strategische en operationele risico's, in
projecten en voor alle typen organisaties. Niet certificeerbaar.
NEN-ISO 45001: veiligheid en gezondheid. Een hulpmiddel om systematisch invulling te
geven aan de wettelijke verplichting voor werkgevers om zorg te dragen voor de veiligheid
en gezondheid van werknemers. Daarnaast draagt het bij aan het voeren van een beleid dat
gericht is op het realiseren van zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden.
NEN 8112: behandelt de bedrijfsnoodorganisatie (BNO) van bedrijven/organisaties. De BNO
is een van de drie pijlers van (brand)veiligheid. De andere twee zijn bouwkundige en
installatietechnische voorzieningen. Deze drie worden vanaf heden integraal benaderd in
plaats van zuilgericht. NEN 8112 richt zich vooral op brandveiligheid.
Aandachtspunten BNO (bedrijfsnoodorganisatie) in de zorg:
Techniek en veiligheidsvoorzieningen (actoren, inspectie, onderhoud), techniek en
bedrijfsvoering (bijzondere processen kunnen niet zomaar worden stilgelegd), verminderde
zelfredzaamheid, wijze van ontruimen, gedrag.
Probabilistisch = bekende en onbekende variabelen. Risicobeleving en acceptatie in kaart
brengen (subjectief). Kansen en effecten berekenen of schatten, Kinney en Wiruth.
Deterministisch = bekende variabelen met een risicomarge. Toepassing van
benchmarking, een interne en externe vergelijking. Vergelijken van risicokenmerken met
normen.
Gatenkaas: in de organisatie, de werkplaats en bij personen ontstaan verschillende
systeemfouten en actieve fouten. Dit gebeurt door invloed van de organisatie, een onveilige
supervisie, precondities onveilig handelen = systeemfouten en onveilig handelen = actieve.
1
, Bow tie Vlinderdas: verschillende niveaus (4 aan elke kant) zorgen voor een kritieke
gebeurtenis en daardoor moet een RI&E worden uitgevoerd.
Les 2
>99,5% van de ongevallen heeft een menselijke oorzaak. Is de mens hierbij de oorzaak of kan
de mens ook het gevolg zijn als het systeem de oorzaak is?
1. Onbewuste fouten: routine
Slips (foute, onbewuste handelingen)
Mistake (bewuste handeling)
Lapses (vergeten handeling)
Dit is vooral bij lichamelijke en mentale gesteldheid zoals stress, vermoeidheid, bij
gewenning, afleiding, taakontwerp niet intrinsiek veilig, nadelige fysische
werkomstandigheden zoals gebrekkig licht, geluid, klimaat.
Houdt bij het taakontwerp rekening met dit soort fouten.
2. Vergissingen
2