H11 Spelling
Inhoudsopgave
- Schriftsystemen blz 245
- Spellingprincipes van het Nederlands blz 248
- Spellingstrategieën blz 252
- Spellingcategorieën blz 257
- Werkwoordspelling blz 259
11.1 Schriftsystmen
De alleroudste manier om woorden weer te geven is door middel van tekeningen en
afbeeldingen. We noemen dit het pictografisch schrifstysteem. Het grote voordeel van
pictografisch schrift is dat je een vrij ingewikkelde boodschap op een simpele manier
kunt weergeven, zodat het voor iedereen te begrijpen is.
Logogarfisch schriftsysteem: Elk plaatje staat voor één woord
Alfabetisch schriftsysteem Een schriftsysteem waarbij taal wordt weergegeven door de
afzonderlijke spraakklanken van een woord te noteren.
11.2 Spellingprincipes van het Nederlands
Het fonologisch principe wil zeggen dat elk foneem door een apart grafeem wordt
weergegeven. We noemen dit ook wel het beginsel van de standaarduitspraak. Het
fonologisch principe is het basisprincipe van het Nederlands en als we kinderen leren
spellen, moeten ze dus eerst het fonologisch principe onder de knie krijgen.
Als we bij de spelling van een Word niet uitgaan van de klank, maar van de vorm van
woorden, dan spreken we van het morfologisch principe. Het morfologisch principe is op
te splitsen in 2 regels:
1. De regel van de gelijkvormigheid - De regel van de gelijkvormigheid houdt in dat
we een morfeem steeds op dezelfde manier schrijven. Bij de regel van de
gelijkvormigheid ga je dus altijd na hoe een bepaald morfeem in andere woorden
klinkt. Je moet een vergelijking maken, waarbij je nagaat hoe hetzelfde morfeem
in langere woorden geschreven wordt; web/webben
2. De regel van de overeenkomst - De regel van de overeenkomst houdt in dat ook
de opbouw van een woord in de spelling duidelijk wordt.
Etymologisch principe: Het etymologisch principe houdt in dat de herkomst bepalend is
voor de schrijfwijze van een woord of spraakklank. Raaadiejoo=radio
Syllabisch principe: Het syllabisch principe heeft betrekking op de spelling van syllaben
in een woord. Een syllabe is een klankgroep, een gedeelte van een woord. Als we
woorden wat langzamer uitspreken, hebben we de neiging om bepaalde klanken
sammen te nemen. /loo/pun en niet /loop/un. Het syllabisch principe wil zeggen dat
klankstukken bepald zijn voor de spelling van een woord.
Verenkelingsregel: Je hoort lang en schrijft kort
Verdubbelingsregel: na een korte klank krijg je een dubbele letter
, Fonologisch principe = voor elke spraakklank een aparte letter
Morfologisch principe = Principe van de Nederlandse spelling waarbij elk
morfeem steeds op dezelfde manier wordt gespeld,
ongeacht verschillen in uitspraak.
Regel van de gelijkvormigheid = voor elk morfeem dezelfde lettercombinatie
hond-honden
Regel van de overeenkomst = elk woord volgens dezelfde woordvormingsregels
Syllabisch principe = Principe van de Nederlandse spelling. Het houd in
dat klankstukken bepalend zijn voor de spelling
Verenkelingsrgel = aan het eind van een klankgroep voor een lange
klank één letter
Verdubbelingsregel = aan het eind van een klankgroep volgt na een korte
klank verdubbeling van de volgende medeklinker
Ethymogolisch principe = de herkomst van een woord is bepalend voor de
spelling
11.3 Spellingstrategieën
De manieren die een speller gebruikt om tot de juiste schrijfwijze van een woord te
komen, noemen we spellingstrategieën we kennen er twee:
1. Directe spellingstrategieën - We spreken van een directe spellingstrategie als het
spellen geautomatiseerd is.
2. Indirecte spellingstrategieën- We spreken van een indirecte spellingstrategie als
het spellen nog niet geautomatiseerd is en de speller nog moet nadenken over
de spelling.
We kennen 5 indirecte spellingstrategieën:
1. Fonologische strategie - Als iemand bij het spellen een woord opsplitst in
klanken of klankgroepen en daar achtereenvolgens de bijbehorende letters voor
schrijft.
2. Woordbeeldstrategie - ALs we een woord correct schrijven door een beroep te
doen op ons woordgeheugen, gebruiken we de woordbeeldstrategie.
3. Regelstrategie - Als iemand bij het schrijven van een woord een spellingregel
toepast, dan maakt hij gebruik van de regelstrategie.
4. Analogiestrategie - Als iemand een woord schrijft door het te vergelijken met een
ander woord, dan past hij de analogiestrategie toe.
5. Hulpstrategie - Als iemand geheugensteuntjes of ezelsbruggetjes toe past, dan
maakt hij gebruik van de hulpstrategie.
11.4 en 11.5
x
Inhoudsopgave
- Schriftsystemen blz 245
- Spellingprincipes van het Nederlands blz 248
- Spellingstrategieën blz 252
- Spellingcategorieën blz 257
- Werkwoordspelling blz 259
11.1 Schriftsystmen
De alleroudste manier om woorden weer te geven is door middel van tekeningen en
afbeeldingen. We noemen dit het pictografisch schrifstysteem. Het grote voordeel van
pictografisch schrift is dat je een vrij ingewikkelde boodschap op een simpele manier
kunt weergeven, zodat het voor iedereen te begrijpen is.
Logogarfisch schriftsysteem: Elk plaatje staat voor één woord
Alfabetisch schriftsysteem Een schriftsysteem waarbij taal wordt weergegeven door de
afzonderlijke spraakklanken van een woord te noteren.
11.2 Spellingprincipes van het Nederlands
Het fonologisch principe wil zeggen dat elk foneem door een apart grafeem wordt
weergegeven. We noemen dit ook wel het beginsel van de standaarduitspraak. Het
fonologisch principe is het basisprincipe van het Nederlands en als we kinderen leren
spellen, moeten ze dus eerst het fonologisch principe onder de knie krijgen.
Als we bij de spelling van een Word niet uitgaan van de klank, maar van de vorm van
woorden, dan spreken we van het morfologisch principe. Het morfologisch principe is op
te splitsen in 2 regels:
1. De regel van de gelijkvormigheid - De regel van de gelijkvormigheid houdt in dat
we een morfeem steeds op dezelfde manier schrijven. Bij de regel van de
gelijkvormigheid ga je dus altijd na hoe een bepaald morfeem in andere woorden
klinkt. Je moet een vergelijking maken, waarbij je nagaat hoe hetzelfde morfeem
in langere woorden geschreven wordt; web/webben
2. De regel van de overeenkomst - De regel van de overeenkomst houdt in dat ook
de opbouw van een woord in de spelling duidelijk wordt.
Etymologisch principe: Het etymologisch principe houdt in dat de herkomst bepalend is
voor de schrijfwijze van een woord of spraakklank. Raaadiejoo=radio
Syllabisch principe: Het syllabisch principe heeft betrekking op de spelling van syllaben
in een woord. Een syllabe is een klankgroep, een gedeelte van een woord. Als we
woorden wat langzamer uitspreken, hebben we de neiging om bepaalde klanken
sammen te nemen. /loo/pun en niet /loop/un. Het syllabisch principe wil zeggen dat
klankstukken bepald zijn voor de spelling van een woord.
Verenkelingsregel: Je hoort lang en schrijft kort
Verdubbelingsregel: na een korte klank krijg je een dubbele letter
, Fonologisch principe = voor elke spraakklank een aparte letter
Morfologisch principe = Principe van de Nederlandse spelling waarbij elk
morfeem steeds op dezelfde manier wordt gespeld,
ongeacht verschillen in uitspraak.
Regel van de gelijkvormigheid = voor elk morfeem dezelfde lettercombinatie
hond-honden
Regel van de overeenkomst = elk woord volgens dezelfde woordvormingsregels
Syllabisch principe = Principe van de Nederlandse spelling. Het houd in
dat klankstukken bepalend zijn voor de spelling
Verenkelingsrgel = aan het eind van een klankgroep voor een lange
klank één letter
Verdubbelingsregel = aan het eind van een klankgroep volgt na een korte
klank verdubbeling van de volgende medeklinker
Ethymogolisch principe = de herkomst van een woord is bepalend voor de
spelling
11.3 Spellingstrategieën
De manieren die een speller gebruikt om tot de juiste schrijfwijze van een woord te
komen, noemen we spellingstrategieën we kennen er twee:
1. Directe spellingstrategieën - We spreken van een directe spellingstrategie als het
spellen geautomatiseerd is.
2. Indirecte spellingstrategieën- We spreken van een indirecte spellingstrategie als
het spellen nog niet geautomatiseerd is en de speller nog moet nadenken over
de spelling.
We kennen 5 indirecte spellingstrategieën:
1. Fonologische strategie - Als iemand bij het spellen een woord opsplitst in
klanken of klankgroepen en daar achtereenvolgens de bijbehorende letters voor
schrijft.
2. Woordbeeldstrategie - ALs we een woord correct schrijven door een beroep te
doen op ons woordgeheugen, gebruiken we de woordbeeldstrategie.
3. Regelstrategie - Als iemand bij het schrijven van een woord een spellingregel
toepast, dan maakt hij gebruik van de regelstrategie.
4. Analogiestrategie - Als iemand een woord schrijft door het te vergelijken met een
ander woord, dan past hij de analogiestrategie toe.
5. Hulpstrategie - Als iemand geheugensteuntjes of ezelsbruggetjes toe past, dan
maakt hij gebruik van de hulpstrategie.
11.4 en 11.5
x