Structuuropzet probleem 1 - Excitatie.
Leerdoel: Welke samenhang bestaat er tussen cognitief functioneren en gedragsproblemen? - Woede.
verband tussen beschadigd hersengedeelte en soort agressie.
Didden et al. (handboek psychiatrie en licht verstandelijke beperking)
Risicofactoren voor gedragsstoornissen bij een VB. Bij sensorische functiestoornissen en VB komt agressie vaker voor.
Beschermende factoren voor gedragstoornissen bij een VB.
agressie kan op elk ontwikkelingsniveau van persoonlijkheidsontwikkeling door andere factoren
Dosen (psychische stoornissen, probleemgedrag en verstandelijke beperking) H17 uitgelokt worden: homeostase, hechting, zelf-ander differentiatie, egovorming, reailiteitsvorming.
Agressie komt meer voor bij VB.
ook auto-agressief gedrag. Ernstige VB affectief/impulsief.
Matige VB affectief, kan ook doelgericht.
Redenen dat agressie meer voorkomt bij VB: Lichte VB doelgericht, kan ook affectief (meer onder controle).
- Individuele factoren.
Genetische factoren. Impulscontrolestoornis (plotselinge agressie/sublimatie agressie)
Disfunctie/beschadiging CZS. stadia.
Neurobiochemische toestand. bij VB zijn stadia vaak minder goed te onderscheiden.
Verlaagd intellectueel functioneren.
Sociale omstandigheden. Impulscontrole afhankelijk van leeftijd, bij VB hangt het af van ontwikkelingsniveau.
Emotionele en persoonlijkheidsfactoren.
Psychiatrische toestanden. Factoren bij het ontstaan van impulscontrolestoornissen bij mensen met een VB.
- Omgevingsfactoren.
Overlading met sensorische prikkels. Artikel Crocker et al. (2013)
Inadequate interactiestijl. Doel onderzoek: verband tussen typen agressief gedrag en fysieke en mentale gezondheidsproblemen
Tekort aan gestructureerde activiteiten. bij VB onderzoeken.
Modeling van agressie. Resultaten: mensen met een milde/matige VB die meer mentale of gezondheidsproblemen hebben,
Aversieve sociale contacten (mishandeling etc.). hebben meer kans op agressief gedrag dan mensen met minder en minder ernstige fysieke
Zwak pedagogisch milieu. gezondheidsproblemen.
Psychopathologie bij de ouders. Fysieke agressie verband met niveau VB.
Uitsluiting door leeftijdgenoten. Verbale agressie verband met aantal en ernst psychiatrische stoornissen.
Stress/traumatische ervaring uit de omgeving. Agressie tegen eigendommen verband met ernst mentale problemen.
Resultaten m.b.t. specifieke stoornissen:
Soorten agressief gedrag: Seksuele agressie, kans groter bij VB en angststoornis, kans kleiner bij VB en motorische
- Affectieve agressie (impulsief/reactief/ongecontroleerd/explosief). stoornis.
- Doelgerichte agressie (gecontroleerd/predator-/proactief/instrumenteel). Fysieke agressie, 2x hoger bij VB en spraakstoornis.
- Gemengde agressie (combinatie). Verbale agressie, kans kleiner bij VB met dermatologische problemen.
- Impulsieve en gesublimeerde agressie.
- Novelty seeking door regulatiestoornis van arousal (hypoarousal). Artikel Emerson et al. (2010)
Doel onderzoek:
3 soorten factoren: - Relatie tussen VB en emotionele en gedragsproblemen bij jonge kinderen (2/3)
- Uitlokkende/provocerende factoren. onderzoeken.
- Centrale verwerkingsfactoren. - Kijken in hoeverre er een algemeen verband tussen cognitieve mogelijkheden en
- Handhavende/instandhoudende factoren. emotionele en gedragsproblemen onder ligt.
- Rol van sociale en materiële ongunstige omstandigheden (als confounder) onderzoeken in
4 basale affectieve toestanden: het verband tussen VB en emotionele en gedragproblemen.
- Irritatie.
- Hyperarousal. Resultaten:
, - Ook bij jonge kinderen verband tussen VB en emotionele en gedragsproblemen. 1. Ontwikkelingsanamnese + somatisch en neurologiosch onderzoek.
- Algemeen verband (lineair) tussen cognitief functioneren en emotionele en 2. Psychiatrisch onderzoek.
gedragsproblemen, maar wel met drempelwaarde. 3. Observatie gedrag en gedragsanalyse.
- SES/ongunstige omstandigheden op familieniveau/niveau van de omgeving geen integratieve diagnose.
confounder. niet altijd te koppelen aan DSM-V, dan ontwikkelingspsychiatrische descriptieve diagnose.
Artikel Plomin et al. (2002) Didden et al. (handboek psychiatrie en licht verstandelijke beperking)
Doel onderzoek: kijken of er een verband bestaat tussen gedragsproblemen en verbale en nonverbale Kinderen met LVB meer kans op psychische stoornis:
cognitieve vaardigheden (2/3/4/ jaar). - Risisofactoren > beschermende factoren.
- Somatische/genetische die samenhangen met psychische stoornissen.
Resultaten: matig verband zowel in de hele groep als binnen de groep laagst scorende kinderen (5%
en 10%). Biopsychosociaal model (samenhang tussen genetische factoren, persoonlijkheidkenmerken en
verband sterker voor nonverbaal dan voor verbaal, sterkte verband neemt toe met de leeftijd en is omgevingsfactoren).
in de extreme groepen (laagste %% en 10%) sterker voor jongens dan meisjes.
Oorzaken VB:
Artikel Schuiringa et al. (2015) - Neurobiologisch.
Doel onderzoek: - Cultureel-familiair.
- Verschillen in ouder-kindrelatie en gedrag ouders onderzoeken tussen gezinnen met een
kind met MBID (IQ 55-85) en MBID + externaliserende problemen. Transdiagnostisch behandelmethoden niet allen gericht op classificatie, maar op
- Onderzoeken relatie tussen gedrag ouders, ouder-kindrelatie en externaliserend gedrag bij gemeenschapelijke risicofactor of vaardigheidstekort.
kinderen met MBID.
Gedragsstoornissen categorisch.
Resultaten: Gedragsproblemen dimensioneel.
- Verschil in gedrag ouders + ouder-kindrelaties tussen gezinnen met kinderen met MBID en
gezinnen met kinderen met MBID + externaliserende problemen: Onderdiagnostiek (diagnostic overshadowing) overdiagnostiek.
Minder betrokkenheid, minder positief opvoeden, minder monitoring, meer Diagnostic underrepresentation.
fysiek straffen en meer positieve discipline.
waarschijnlijk wederzijds verband tussen gedrag kind en ouders. Diagnostische instrumenten.
- Ouder-kindrelatie bepaalt voor een belangrijk deel variantie in gedrag bij ouders. Gedrag
ouder hangt dus niet alleen af van gedrag kind maar ook (deels) van de kwaliteit van de Diagnose multidemensionaal begrip waarbij persoon in zijn uniciteit wordt gezien.
ouder-kindrelatie (acceptatie van het kind, verbondenheid, competentiegevoel).
Classificaties samenvattende begrippen (gevaar cirkelredenering).
Artikel Goodman (1995)
Doel onderzoek: relatie tussen psychopathologie en normale variaties in IQ onderzoeken. 3 soorten instrumenten:
Resultaten: - Tests.
- Omgekeerde relatie tussen IQ en psychopathologie sterker voor externaliserende dan - Vragenlijsten.
internaliserende problemen. - Schalen.
- Verband tussen IQ en conductproblemen kan niet verklaard worden door lage SES.
- Verband tussen IQ en gedragsproblemen wordt niet verklaard door academische VB DSM-V tekort aan intelligentie + tekort aan sociale redzaamheid/adaptief vermogen.
prestaties.
- Geslachtsverschillen in IQ weerspiegelen niet de geslachtsverschillen in psychopathologie. Instrumenten voor mensen met een VB (per probleem).
Leerdoel: Hoe kun je als diagnosticus achter de onderliggende oorzaken van psychopathologie Leerdoel: Wat zegt een IQ-score eigenlijk over de mogelijkheden en beperkingen van een cliënt?
komen? Artikel Ponsioen (2005)
Dosen (psychische stoornissen, probleemgedrag en verstandelijke beperking) H17 Te veel aandacht voor IQ bij VB, overschaduwt andere aspecten slagboomdiagnostiek.
Diagnostiek bij agressie: Aanbevelingen voor het gebruik van IQ-tests bij LVB-kinderen.
, Inwisselen eendimensionale, beschrijvende, classificerende diagnose voor meerdimensionale,
verklarende en handelingsgerichte diagnose.
Didden et al. (handboek psychiatrie en licht verstandelijke beperking)
Intelligentietesten, WISC + WIPPSI populair.
Fluid intelligence (aangeboren) crystalized intelligece (aanelegeerd).
Steeds meer rekening gehouden met VB (lagere scores mogelijk + meer differentiatie in lage scores).
Non-verbale testen, BV SON/WNV.
Flynn-effect (inflatie IQ-scores).
Artikel Flynn (1987)
Stijging in IQ-tests over generaties/aangeleerde content.
learned content hypothese (niet door echt hoger IQ (gedcontextualiseerde probleemoplossing),
maar door andere vaardigheden).
Niet volledig waar, ook op cultuurgerduceerde tests stijgingen.
Meer bepaald door cultuur of probleemoplossend vermogen?
o Stijging op cultuurgerduceerde testen 2x zo groot.
learned content hypothese kan niet aangenomen worden.
IQ-stijgingen en vroege rijpheid
als stijgingen alleen eerdere piek in rijping laten zien, stijgingen over generaties minder significant.
fluid intelligence, piek rond 20.
crystalized intelligence, ontwikkelt het hele leven door
IQ-scores stijgen door tot na de volledige rijping (cross-sectioneel meet vooral effect leeftijd).
Wat IQ-testen echt meten
niet intelligentie, maar een correlaat met een zwak causaal verband met intelligentie.
abstract probleemoplossingsvermogen (problemen zo erg afgeleid van de realiteit dat het
vermogen om het op te lossen over de tijd kan verschillen).
Oorzaken stijgingen IQ
omgevingsfactoren (niet gespecificeerd), geen genetische factoren.
Vergelijking SAT
stijgingen IQ gaan samen met dalingen SAT (ondersteund het idee dat IQ-testen niet werkelijk
intelligentie meten).
Leerdoel: Welke samenhang bestaat er tussen cognitief functioneren en gedragsproblemen? - Woede.
verband tussen beschadigd hersengedeelte en soort agressie.
Didden et al. (handboek psychiatrie en licht verstandelijke beperking)
Risicofactoren voor gedragsstoornissen bij een VB. Bij sensorische functiestoornissen en VB komt agressie vaker voor.
Beschermende factoren voor gedragstoornissen bij een VB.
agressie kan op elk ontwikkelingsniveau van persoonlijkheidsontwikkeling door andere factoren
Dosen (psychische stoornissen, probleemgedrag en verstandelijke beperking) H17 uitgelokt worden: homeostase, hechting, zelf-ander differentiatie, egovorming, reailiteitsvorming.
Agressie komt meer voor bij VB.
ook auto-agressief gedrag. Ernstige VB affectief/impulsief.
Matige VB affectief, kan ook doelgericht.
Redenen dat agressie meer voorkomt bij VB: Lichte VB doelgericht, kan ook affectief (meer onder controle).
- Individuele factoren.
Genetische factoren. Impulscontrolestoornis (plotselinge agressie/sublimatie agressie)
Disfunctie/beschadiging CZS. stadia.
Neurobiochemische toestand. bij VB zijn stadia vaak minder goed te onderscheiden.
Verlaagd intellectueel functioneren.
Sociale omstandigheden. Impulscontrole afhankelijk van leeftijd, bij VB hangt het af van ontwikkelingsniveau.
Emotionele en persoonlijkheidsfactoren.
Psychiatrische toestanden. Factoren bij het ontstaan van impulscontrolestoornissen bij mensen met een VB.
- Omgevingsfactoren.
Overlading met sensorische prikkels. Artikel Crocker et al. (2013)
Inadequate interactiestijl. Doel onderzoek: verband tussen typen agressief gedrag en fysieke en mentale gezondheidsproblemen
Tekort aan gestructureerde activiteiten. bij VB onderzoeken.
Modeling van agressie. Resultaten: mensen met een milde/matige VB die meer mentale of gezondheidsproblemen hebben,
Aversieve sociale contacten (mishandeling etc.). hebben meer kans op agressief gedrag dan mensen met minder en minder ernstige fysieke
Zwak pedagogisch milieu. gezondheidsproblemen.
Psychopathologie bij de ouders. Fysieke agressie verband met niveau VB.
Uitsluiting door leeftijdgenoten. Verbale agressie verband met aantal en ernst psychiatrische stoornissen.
Stress/traumatische ervaring uit de omgeving. Agressie tegen eigendommen verband met ernst mentale problemen.
Resultaten m.b.t. specifieke stoornissen:
Soorten agressief gedrag: Seksuele agressie, kans groter bij VB en angststoornis, kans kleiner bij VB en motorische
- Affectieve agressie (impulsief/reactief/ongecontroleerd/explosief). stoornis.
- Doelgerichte agressie (gecontroleerd/predator-/proactief/instrumenteel). Fysieke agressie, 2x hoger bij VB en spraakstoornis.
- Gemengde agressie (combinatie). Verbale agressie, kans kleiner bij VB met dermatologische problemen.
- Impulsieve en gesublimeerde agressie.
- Novelty seeking door regulatiestoornis van arousal (hypoarousal). Artikel Emerson et al. (2010)
Doel onderzoek:
3 soorten factoren: - Relatie tussen VB en emotionele en gedragsproblemen bij jonge kinderen (2/3)
- Uitlokkende/provocerende factoren. onderzoeken.
- Centrale verwerkingsfactoren. - Kijken in hoeverre er een algemeen verband tussen cognitieve mogelijkheden en
- Handhavende/instandhoudende factoren. emotionele en gedragsproblemen onder ligt.
- Rol van sociale en materiële ongunstige omstandigheden (als confounder) onderzoeken in
4 basale affectieve toestanden: het verband tussen VB en emotionele en gedragproblemen.
- Irritatie.
- Hyperarousal. Resultaten:
, - Ook bij jonge kinderen verband tussen VB en emotionele en gedragsproblemen. 1. Ontwikkelingsanamnese + somatisch en neurologiosch onderzoek.
- Algemeen verband (lineair) tussen cognitief functioneren en emotionele en 2. Psychiatrisch onderzoek.
gedragsproblemen, maar wel met drempelwaarde. 3. Observatie gedrag en gedragsanalyse.
- SES/ongunstige omstandigheden op familieniveau/niveau van de omgeving geen integratieve diagnose.
confounder. niet altijd te koppelen aan DSM-V, dan ontwikkelingspsychiatrische descriptieve diagnose.
Artikel Plomin et al. (2002) Didden et al. (handboek psychiatrie en licht verstandelijke beperking)
Doel onderzoek: kijken of er een verband bestaat tussen gedragsproblemen en verbale en nonverbale Kinderen met LVB meer kans op psychische stoornis:
cognitieve vaardigheden (2/3/4/ jaar). - Risisofactoren > beschermende factoren.
- Somatische/genetische die samenhangen met psychische stoornissen.
Resultaten: matig verband zowel in de hele groep als binnen de groep laagst scorende kinderen (5%
en 10%). Biopsychosociaal model (samenhang tussen genetische factoren, persoonlijkheidkenmerken en
verband sterker voor nonverbaal dan voor verbaal, sterkte verband neemt toe met de leeftijd en is omgevingsfactoren).
in de extreme groepen (laagste %% en 10%) sterker voor jongens dan meisjes.
Oorzaken VB:
Artikel Schuiringa et al. (2015) - Neurobiologisch.
Doel onderzoek: - Cultureel-familiair.
- Verschillen in ouder-kindrelatie en gedrag ouders onderzoeken tussen gezinnen met een
kind met MBID (IQ 55-85) en MBID + externaliserende problemen. Transdiagnostisch behandelmethoden niet allen gericht op classificatie, maar op
- Onderzoeken relatie tussen gedrag ouders, ouder-kindrelatie en externaliserend gedrag bij gemeenschapelijke risicofactor of vaardigheidstekort.
kinderen met MBID.
Gedragsstoornissen categorisch.
Resultaten: Gedragsproblemen dimensioneel.
- Verschil in gedrag ouders + ouder-kindrelaties tussen gezinnen met kinderen met MBID en
gezinnen met kinderen met MBID + externaliserende problemen: Onderdiagnostiek (diagnostic overshadowing) overdiagnostiek.
Minder betrokkenheid, minder positief opvoeden, minder monitoring, meer Diagnostic underrepresentation.
fysiek straffen en meer positieve discipline.
waarschijnlijk wederzijds verband tussen gedrag kind en ouders. Diagnostische instrumenten.
- Ouder-kindrelatie bepaalt voor een belangrijk deel variantie in gedrag bij ouders. Gedrag
ouder hangt dus niet alleen af van gedrag kind maar ook (deels) van de kwaliteit van de Diagnose multidemensionaal begrip waarbij persoon in zijn uniciteit wordt gezien.
ouder-kindrelatie (acceptatie van het kind, verbondenheid, competentiegevoel).
Classificaties samenvattende begrippen (gevaar cirkelredenering).
Artikel Goodman (1995)
Doel onderzoek: relatie tussen psychopathologie en normale variaties in IQ onderzoeken. 3 soorten instrumenten:
Resultaten: - Tests.
- Omgekeerde relatie tussen IQ en psychopathologie sterker voor externaliserende dan - Vragenlijsten.
internaliserende problemen. - Schalen.
- Verband tussen IQ en conductproblemen kan niet verklaard worden door lage SES.
- Verband tussen IQ en gedragsproblemen wordt niet verklaard door academische VB DSM-V tekort aan intelligentie + tekort aan sociale redzaamheid/adaptief vermogen.
prestaties.
- Geslachtsverschillen in IQ weerspiegelen niet de geslachtsverschillen in psychopathologie. Instrumenten voor mensen met een VB (per probleem).
Leerdoel: Hoe kun je als diagnosticus achter de onderliggende oorzaken van psychopathologie Leerdoel: Wat zegt een IQ-score eigenlijk over de mogelijkheden en beperkingen van een cliënt?
komen? Artikel Ponsioen (2005)
Dosen (psychische stoornissen, probleemgedrag en verstandelijke beperking) H17 Te veel aandacht voor IQ bij VB, overschaduwt andere aspecten slagboomdiagnostiek.
Diagnostiek bij agressie: Aanbevelingen voor het gebruik van IQ-tests bij LVB-kinderen.
, Inwisselen eendimensionale, beschrijvende, classificerende diagnose voor meerdimensionale,
verklarende en handelingsgerichte diagnose.
Didden et al. (handboek psychiatrie en licht verstandelijke beperking)
Intelligentietesten, WISC + WIPPSI populair.
Fluid intelligence (aangeboren) crystalized intelligece (aanelegeerd).
Steeds meer rekening gehouden met VB (lagere scores mogelijk + meer differentiatie in lage scores).
Non-verbale testen, BV SON/WNV.
Flynn-effect (inflatie IQ-scores).
Artikel Flynn (1987)
Stijging in IQ-tests over generaties/aangeleerde content.
learned content hypothese (niet door echt hoger IQ (gedcontextualiseerde probleemoplossing),
maar door andere vaardigheden).
Niet volledig waar, ook op cultuurgerduceerde tests stijgingen.
Meer bepaald door cultuur of probleemoplossend vermogen?
o Stijging op cultuurgerduceerde testen 2x zo groot.
learned content hypothese kan niet aangenomen worden.
IQ-stijgingen en vroege rijpheid
als stijgingen alleen eerdere piek in rijping laten zien, stijgingen over generaties minder significant.
fluid intelligence, piek rond 20.
crystalized intelligence, ontwikkelt het hele leven door
IQ-scores stijgen door tot na de volledige rijping (cross-sectioneel meet vooral effect leeftijd).
Wat IQ-testen echt meten
niet intelligentie, maar een correlaat met een zwak causaal verband met intelligentie.
abstract probleemoplossingsvermogen (problemen zo erg afgeleid van de realiteit dat het
vermogen om het op te lossen over de tijd kan verschillen).
Oorzaken stijgingen IQ
omgevingsfactoren (niet gespecificeerd), geen genetische factoren.
Vergelijking SAT
stijgingen IQ gaan samen met dalingen SAT (ondersteund het idee dat IQ-testen niet werkelijk
intelligentie meten).