Arbeidsmarkt: het geheel van de vraag naar en het aanbod van arbeidskrachten
Beroepsbevolking: alle mensen tussen de 15 jaar en de pensioenleeftijd die een baan hebben of
willen hebben. Het moet dan om een baan gaan van 12 uur of meer per week
Werkgelegenheid: de hoeveelheid werk die er is voor een beroepsbevolking
Vraag en aanbod: vraag wordt gevormd door werkgevers die op zoek zijn naar arbeidskrachten.
Aanbod bestaat uit mensen die op zoek zijn naar werk
Krappe arbeidsmarkt: als het aanbod van arbeidskrachten kleiner is dan de vraag naar
arbeidskrachten. Er zijn minder werkzoekende dan vacatures
Ruime arbeidsmarkt: als het aanbod van arbeidskrachten groter is dan de vraag. Er zijn meer
werkzoekende dan vacatures
Werkloosheid: de situatie waarin mensen die willen werken geen werk hebben, 15-75 jaar, geen
betaald werk hebben, naar werk zoekt, direct beschikbaar bent
Soortenwerkloosheid
Conjuncturele werkloosheid: ontstaat als het een periode minder goed gaat met de economie.
Mensen en bedrijven kopen dan minder producten of diensten, waardoor er minder wordt
geproduceerd
Structurele werkloosheid: als het aantal beschikbare banen voor altijd afneemt
Frictiewerkloosheid: wanneer de vraag en het aanbod van arbeidskrachten niet goed op elkaar
aansluiten
Seizoenswerkloosheid: als het gevolg van wegvallen van werk in een bepaalde seizoenen is