Oefenmoment: donderdag 1 mei 9:00-11:00
Belangrijke dingen oefenmoment:
- Bij binnenkomst van het MGB-gebouw op Yalelaan 7 kunnen jullie doorlopen naar de
ingang van de kliniek (rechtdoor, en dan voor de bar rechts). Om binnengelaten te
worden bellen met de HALCO (030) 253 2057 en anders de dierverzorgers (030) 253
1319.
- Graag 5 minuten voor aanvang aanwezig zijn.
- Voor het oefenen bij rund kunnen jullie terecht in ruimte 0.411.
- Bij binnenkomst kunnen jullie je melden bij een dierverzorger om de juiste koe
aangewezen te krijgen.
- Wanneer zich onvoorziene omstandigheden/ bijzonderheden voordoen tijdens het
oefenen moet direct contact worden opgenomen met de dierverzorgers op (030) 253
1319.
Koppeldiagnostiek herkauwer
Opbouw koppeldiagnostiek herkauwers
- Bedrijfskenmerken
o Aantal dieren en leeftijdssamenstelling van de koppel op het bedrijf. Overige
aanwezige diersoorten
▪ Wat is globaal de leeftijdsopbouw van de koppel? Waar staat welke
leeftijdsgroep of staan ze bij elkaar?
o Bedrijfsvoering
▪ Aankoop nieuwe dieren
▪ Samen weiden
▪ Deelname aan tentoonstellingen
▪ Gezamenlijk gebruik van machines en bezoekers op het bedrijf.
▪ All-in-all-out?
▪ Open/gesloten beleid?)
o Type bedrijf
▪ Melk- of vleesveebedrijf
▪ SPF (specific pathogen free)
o Productiedoel en doelstelling van het bedrijf
1
, ▪ Melkproductie, vleesproductie
o Bedrijfshistorie
▪ Kengetallen
▪ Bedrijfsverslagen
▪ Gebruikte vaccinaties
▪ Ziekte/infecties/deficiënties/intoxicaties)
▪ bv. Tankmelkcelgetal
- Anamnese
o Aard
o Duur
o Verloop van de klacht in de koppel
o Managementprogramma’s, koekalenders, vruchtbaarheids- en ziektekaarten,
bedrijfsjournaals en/of behandelingsgegevens
o Groepsgedrag en variatie in ernst van de ziekte
o Mortaliteit
o Prevalentie
o Mobiliteit
o Homestase (drinken, eten, plassen, poepen)
- Bedrijfsinspectie
Bij een bedrijfsinspectie worden de diergroepen van jong naar oud bezocht, omdat naarmate
dieren ouder worden er een grotere kans bestaat dat er sprake is van een infectieziekte. In deze
gevallen zouden infecties door bezoeker kunnen worden overgebracht. Het bestaat uit:
- Algemene indruk van de dieren op koppelniveau
o Gedrag en bewustzijnsniveau
▪ Zijn de dieren erg angstig of juist erg nieuwsgierig? Is er onderling veel
agressie?
o Houding en gang
o Voedingstoestand
o Verzorgingstoestand
o IHOSKA’s
- Inspectie van omgeving waarin de dieren gehouden worden
o Waar is het jongvee gehuisvest?
- Huisvesting (groepsgrootte, leeftijdsindeling, leeftijdsscheiding, hoktype en staltype)
o Hoe is de bezetting in de stal? Heeft elke koe een eetplek? Mag met 10% worden
overschreden (maar dan is het geen biologisch bedrijf).
2
, o Is er voldoende licht in de stal? (je moet de krant kunnen lezen)
o Hoe zien de ligboxen eruit? Zijn de schoon (vooral geen mest) en zijn ze zacht
(laat je op je knieën in het zaagsel vallen, net als een koe)
o Wat vind je van de melkstal? Denk ook aan de verhouding van het aantal
koeien/melkstalplekken
- Voeding en water (hoe vinden voerovergangen plaats)
o Wat voor waarnemingen heb je gedaan over het voer van de koeien?
o Hoe is de drinkwatervoorziening?
- Stalklimaat (en de regeling/installatie)
- Hygiëne (fris, bedompt, ammoniaklucht, stof, spinnenwebben)
o Wat vind je van de algemene hygiene in de stal?
- Vergelijking groep met normaalbeeld (uniformiteit, groepsgedrag, voorkeur voor
ligplaatsen)
o Bevinden er zich veel afwijkende koeien in de koppel (te klein, te jong, te vet, te
mager, etc.)
o Welk percentage van de koeien ligt te herkauwen in de box? Streven is 60-70%,
want dit zorgt voor meer melkproductie
o Hoe ziet de mest van de koeien eruit? Let op verschil bij verschil in soort kuil dat
ze krijgen. De droge koeien -> ander kuil -> drogere mest.
- Vergelijking individuele dieren met normaalbeeld
o Hoeveel koeien zijn er kreupel?
o Heb je koeien gezien met mastitis? Is vaak moeilijk te detecteren zo in de eerste
inspectie
o Bevinden er zich koeien met niet-heldere vaginale uitvloeiingen in de stal?
- Selectie van typische representanten op basis van:
o De klacht
o De algemene indruk
o In het oog springende klinische afwijkingen.
Deze representanten ga je uiteindelijk onderzoeken tijdens je individuele onderzoek.
Circulatie
Vb stations:
- Veneus systeem
- Endocarditis
- Hart
- Hart auscultatie en klepgebieden aangeven
- Thorax (ausc en percussie)
3
, Aanvullende anamnese
- Verschijnselen
o Dyspneu en snelle vermoeidheid: acuut/chronisch, omstandigheden
(rust/inspanning?)
o Hoesten
▪ Type
• Pijnlijk/ niet pijnlijk (Pijnlijke hoest=zwakke/onderdrukte en korte
hoest)
• Krachtig/ zwak
• Vochtig/ droog (productieve hoest -> komt er wat mee?)
▪ Frequentie
▪ Duur (bv enkele hoeststoot of hoestbuien)
▪ Moment waarop
▪ Omstandigheden waaronder (hooi opschudden, arbeid)
o Oedeem (verdikking van de voorborst en onderbuik of kossem)
o Ernstig bloedverlies
o Overige verschijnselen (groeiachterstand, angst/onrust en polyurie)
- Leefomstandigheden
o Gebruiksdoel
- Voorgeschiedenis
o Eerder ziekten
o Behandeling
o Problemen bij bloedverwanten
Arterieel systeem
- Pols (zie algemeen onderzoek)
o Kwaliteit (gelijkmatigheid (equaliteit), amplitude (kracht), vulling en vorm)
Afhankelijk van:
• Voorwaartse slagvolume LV
• Ejectiesnelheid
• Elasticiteit arteriële vaatbed
• Perifere weerstand
• Polsfrequentie
• Bloeddruk (systolisch/diastolisch)
4