Oefenmoment: donderdag 15 mei 9:00-11:00
Belangrijke dingen oefenmoment:
- Bij het betreden van de pluimveeafdeling staat aangegeven welk dier of hok/ruimte
gebruikt mag worden voor het oefenen.
- Graag 5 minuten voor aanvang aanwezig zijn.
- Wanneer zich onvoorziene omstandigheden/ bijzonderheden voordoen tijdens het
oefenen moet direct contact worden opgenomen met Marc/Freek of de
dierverzorgers.
Van kippen hoef je geen waardes te kennen, daarbij moet je alle grepen van het hanteren en
fixeren kennen en moet je verder de slijmvliezen, de voedingstoestand op korte en lange
termijn en de productiviteitsstatus kunnen beoordelen.
Zie documenten van Merel!!
Stationstoetsen vorige jaren:
- Consult hoge uitval (koppelniveau, kengetallen)/ Pluimvee koppeldiagnostiek
(kengetallen)
- Voedingstoestand
- Respiratie
- Mestonderzoek
- Fixatietechnieken
- Pluimvee slijmvliezen
- Pluimvee voedingstoestand
- Pluimvee productieve staat hen
- Pluimvee mineralisatie graad
Na elk station heel belangrijk:
1. Geef samenvatting van wat je hebt gedaan, gezien en welke conclusies je hebt
getrokken (bv deze kip is aan het leggen of geen afwijkingen in slijmvliezen of je hebt
een laesie gezien)
2. Zet dan pas de kip rustig op een goede manier terug in de doos
Consult hoge uitval (koppelniveau, kengetallen)/Pluimvee
koppeldiagnostiek (kengetallen)
- Bedrijfskenmerken/signalement
o Soort
o Type/ras/merk
, o Geslacht
o Leeftijd
o Herkomst
o Aantal dieren
o Bedrijfsvoering
▪ All-in-all-out?
o Type bedrijf
▪ Vlees of consumptie-eieren
▪ Reproductie of eindbedrijf, opfokbedrijf
o Productiedoel en doelstelling van het bedrijf
▪ Melkproductie, vleesproductie
o Bedrijfshistorie
▪ Bedrijfsverslagen
▪ Gebruikte vaccinaties
▪ Ziekte/infecties/deficiënties/intoxicaties
▪ Uitslagen van diagnostiek uit het verleden
▪ Kengetallen -> ook van vorige koppels
o Vleeskuikens
▪ Gemiddelde groei per dier per dag
▪ Gewicht
▪ Voerconversie (kilo voer per kilo diergewicht)
▪ Uitval, absoluut aantal of percentage, en
verloop
▪ Uniformiteit, welke aangeeft van welke fractie
of welk percentage van de dieren het
lichaamsgewicht binnen bepaalde grenzen valt
▪ ;Dagelijkse voer- en wateropname
o Leghennen
▪ Lichaamsgewicht en de ontwikkeling daarin
▪ Voeropname per dier
▪ Wateropname
▪ Eiproductie en eigewicht
▪ Uitval en verloop
- Anamnese
De klacht
o Iatrope probleem
o Aard
o Duur
o Verloop van de klacht in de koppel/verspreiding
o Groepsgedrag en variatie in ernst/aanwezigheid van de ziekte in bedrijf
o Mortaliteit
, o Prevalentie
o Morbiditeit
Algemeen functioneren
o Voeropname
o Wateropname
o Gpdpd
o Uitval
o Uitwerpselen
Omgevingsfactoren en risicofactoren
o Vaccinaties
o Bio security
Voorgeschiedenis
o Kuikenkwaliteit
o Afleveren/opvang
o Data voerleveranciers
o Verloop ronde tot nu toe
- Bedrijfsinspectie (zie hieronder en vul hier aan)
Het bestaat uit:
1. Inspectie van omgeving waarin de dieren gehouden worden
- Huisvesting
o Leeftijdsindeling
o Hok- en staltype
o Stalbezetting/groepsgrootte/verdeling dieren
- Voeding en water (hoe vinden voerovergangen plaats)
o Wat voor waarnemingen heb je gedaan over het voer van de kippen?
o Hoe is de drinkwatervoorziening?
- Stalklimaat (en de regeling/installatie)
- Hygiëne (fris, bedompt, ammoniaklucht, stof, spinnenwebben)
o Wat vind je van de algemene hygiene in de stal?
- Vergelijking groep met normaalbeeld
o Uniformiteit
o Groepsgedrag
o Voorkeur voor ligplaatsen
2. Algemene indruk van de dieren op koppelniveau, hierbij is het belangrijk om van al
de aspecten zowel het gemiddelde als de uniformiteit in beschouwing te nemen.
Binnenkomst in de stal wordt kenbaar gemaakt om schrikreacties te voorkomen. Dit
zou als resultaat moeten hebben dat je kip je aankijkt en volgt.
, • Gedrag en bewustzijn (zonder aanraking): dromers worden herkend en
afwijkend gedrag opgemerkt. Afwijkende dieren zonderen zich af op een veilige
plek, bewegen minder, lopen minder snel weg bij benaderen en zullen wellicht
minder snel weggaan na te zijn opgeschrikt. Verder staan ze onderaan in de
pikorde.
• Houding en gang (zonder aanraking): afwijkende houding en gang wordt
opgemerkt. De gezonde kip staat met licht gebogen knie en hak symmetrisch
met in vooraanzicht de poten recht onder zich, en draagt de staart, de vleugels
en de kop. De kip loopt en vliegt symmetrisch en laat zich opjagen. Een
afwijkende kip kan een zieke houding tonen: bolzitten. → locomotie
• Verzorgingstoestand: vuile veren (ogen, neus, kontje, borst)
• Respiratie op afstand (zonder aanraking): er wordt kort hard gefloten, zodat de
dieren even stil worden gemaakt. Vervolgens wordt er op afstand geluisterd
naar de ademhalingsgeruisen en de ademhalingsbewegingen worden
geobserveerd. Afwijkingen in de voorste luchtwegen kunnen aanleiding zijn voor
proesten, waarbij een op niezen gelijkend geluid wordt geproduceerd en
tegelijkertijd de kop wordt geschud. Aandoeningen van de diepe luchtwegen
(longen, luchtzak) worden klinisch wel aangeduid met brommen of knorren of
rochelen en gaan dan gepaard met hoorbare ronchi: het dier maakt pompende
bewegingen met het lichaam en vaak is de bek geopend, hetgeen als accessoire
ademhaling is op te batten. Bij aandoeningen van de trachea kan het dier
gapende of kokhalzende bewegingen met kop en hals maken, dit kan duiden op
gaapworm. → respiratie
• IHOSKA + verenkleed (zonder aanraking): hierbij wordt aandacht besteed aan
de kleur en aspect van de kam, het verenkleed, de omgeving van de
lichaamsopeningen en andere sterk opvallende zaken.
• Vier producten van de kip: geluid, veren, mest (blindedarm en hoofddarm mest)
en eieren
- Vergelijking individuele dieren met normaalbeeld
o Hoeveel kippen zijn er ziek?
- Selectie van typische representanten op basis van:
o De klacht
o De algemene indruk
o In het oog springende klinische afwijkingen.
Deze representanten ga je uiteindelijk onderzoeken tijdens je individuele onderzoek. Sectie
op 5 gezonde, 5 zieke en 5 die al dood zijn gegaan.
De Algemene Indruk van de Kip
1. De stal wordt betreden na het zichzelf kenbaar maken om schrikreacties te
voorkomen