De natuur van mensen
Bronvermelding
Titel : De natuur van mensen
Druk : 1
Auteur : R. Loeffen
Uitgever : Boom Lemma uitgevers
ISBN (boek) : 9789047300274
Aantal hoofdstukken (boek) : 6
Aantal pagina’s (boek) : 149
De inhoud van dit uittreksel is met de grootste zorg samengesteld. Incidentele onjuistheden kunnen niettemin voorkomen. Je
dient niet aan te nemen dat de informatie die Students Only B.V. biedt foutloos is, hoewel Students Only B.V. dat wel nastreeft.
Dit uittreksel is voor persoonlijk gebruik en is bedoeld als wegwijzer bij het originele boek. Wij raden aan altijd het bijbehorende
studieboek te kopen en dit uittreksel als naslagwerk erbij te houden. In dit uittreksel staan diverse verwijzingen naar het studieboek
op basis waarvan dit uittreksel is gemaakt.
Dit uittreksel is een uitgave van Students Only B.V. Copyright © 2012 StudentsOnly B.V. Alle rechten voorbehouden. De uitgever
van het studieboek is op generlei wijze betrokken bij het vervaardigen van dit uittreksel. Voor vragen kun je je per email wenden
tot .
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Een verklaring vanuit het fundament 3
Hoofdstuk 2 De rol van de biologische factor in verschillende levensfasen 5
Hoofdstuk 3 De delicate biochemische balans bij normaal gedrag 8
Hoofdstuk 4 Bioagogische interventies 10
Hoofdstuk 5 Bioagogische methoden en technieken 13
Hoofdstuk 6 Epiloog 15
© Students Only B.V. – Alle rechten voorbehouden.
Bron : De natuur van mensen – R. Loeffen
, Hoofdstuk 1 Een verklaring vanuit het fundament
1.1 Wat is het menselijke genoom?
Alle menselijke genetische informatie samen wordt het genoom genoemd. In iedere cel van ons
lichaam zit DNA, deze bestaat uit 23 sets chromosomen. De laatste set bepaalt je geslacht, XX
staat voor de vrouw en XY voor de man. Mensen hebben ongeveer 23000 genen die specifieke
eigenschappen bezitten zoals bijvoorbeeld uiterlijke kenmerken. Het DNA heeft een aantal
kenmerken die zich miljarden jaren geleden al ontwikkeld hebben en nog steeds voortbestaan. Een
voorbeeld hiervan is een eiwit in de ogen waarmee we kunnen zien. Andere kenmerken die het
DNA ontwikkelt zijn nog relatief nieuw.
De vorming van DNA komt tot stand door vier materialen, deze zijn basen guanine (G), thymine
(T), adenine (A) en cytosine (C) die samen een soort code vormen. Eicellen en zaadcellen hebben
beide zo’n code, en die worden samengebracht bij de bevruchting. Hierdoor ontstaat een dubbele
spiraal die weer nieuw DNA vormt uit de overgeërfde kenmerken van je ouders. Behalve de goede
kenmerken van DNA die bijvoorbeeld onze vorm bepaalt (twee benen, twee armen, een neus etc.),
worden er ook fouten gemaakt binnen deze codes. Deze fouten kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen
dat je Alzheimer krijgt of het syndroom van Down.
Steeds meer chromosomen worden gedecodeerd waardoor er meer bekend wordt over ziektes, waar
binnen de chromosomen zich bevinden en hun erfelijkheid.
1.2 Het endocriene stelsel
Het endocriene stelsel is een verzameling van alle hormoonklieren, in deze klieren worden hormonen
uitgescheiden in de bloedbaan van het lichaam om voor opwinding te zorgen op een bepaalde plek.
De belangrijkste hormoonklieren zijn :
• De hypothalamus: vasopressine (territoriumdrift) en oxytocine (verliefdheid).
• De pijnappelklier: geslachtshormonen, melatonine (slaaphormoon).
• De hypofyse: is de regelaar van het hormonale stelsel, scheidt hormonen af die andere
hormonen aansturen. (Bijvoorbeeld het groeihormoon en hormonen die de schildklier seinen
om op zijn beurt hormonen af te scheiden zoals thyroxine, de controle over vasopressine en
oxytocine, etc.).
• De schildklier: regulering van de stofwisseling.
• De alvleesklier: spijsverteringsenzymen, regulering van bloedsuikerspiegel in samenwerking
met de hypothalamus.
• De bijnieren: adrenaline en noradrenaline, corticosteroïden (ontstekingsremmers),
geslachtshormonen (aanvulling van de hormonen afgegeven door de testes en de eicellen).
• De testes: testosteron .
• De eicellen in de eierstokken: oestron, oestradiol, progesteron (gevoel van rust, liefde en
bescherming).
(Zie : hfst. 1; blz. 19; De natuur van mensen; Loeffen).
1.3 Het zenuwstelsel
Je lichaam geeft constant prikkels door, bijvoorbeeld door het gevoel van honger. De signalen
worden doorgegeven via neuronen die aan het begin en einde een opvangpunt hebben, de receptor.
Tussen twee receptoren moet de signalen een kleine opening oversteken, deze opening heet een
synaps. De neurotransmitters worden bewaard in de synaptische blaasjes, deze komen vrij als een
signaal moet worden doorgestuurd. De neurotransmitters worden in de synaptische spleet
© Students Only B.V. – Alle rechten voorbehouden. 3
Bron : De natuur van mensen – R. Loeffen
Bronvermelding
Titel : De natuur van mensen
Druk : 1
Auteur : R. Loeffen
Uitgever : Boom Lemma uitgevers
ISBN (boek) : 9789047300274
Aantal hoofdstukken (boek) : 6
Aantal pagina’s (boek) : 149
De inhoud van dit uittreksel is met de grootste zorg samengesteld. Incidentele onjuistheden kunnen niettemin voorkomen. Je
dient niet aan te nemen dat de informatie die Students Only B.V. biedt foutloos is, hoewel Students Only B.V. dat wel nastreeft.
Dit uittreksel is voor persoonlijk gebruik en is bedoeld als wegwijzer bij het originele boek. Wij raden aan altijd het bijbehorende
studieboek te kopen en dit uittreksel als naslagwerk erbij te houden. In dit uittreksel staan diverse verwijzingen naar het studieboek
op basis waarvan dit uittreksel is gemaakt.
Dit uittreksel is een uitgave van Students Only B.V. Copyright © 2012 StudentsOnly B.V. Alle rechten voorbehouden. De uitgever
van het studieboek is op generlei wijze betrokken bij het vervaardigen van dit uittreksel. Voor vragen kun je je per email wenden
tot .
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Een verklaring vanuit het fundament 3
Hoofdstuk 2 De rol van de biologische factor in verschillende levensfasen 5
Hoofdstuk 3 De delicate biochemische balans bij normaal gedrag 8
Hoofdstuk 4 Bioagogische interventies 10
Hoofdstuk 5 Bioagogische methoden en technieken 13
Hoofdstuk 6 Epiloog 15
© Students Only B.V. – Alle rechten voorbehouden.
Bron : De natuur van mensen – R. Loeffen
, Hoofdstuk 1 Een verklaring vanuit het fundament
1.1 Wat is het menselijke genoom?
Alle menselijke genetische informatie samen wordt het genoom genoemd. In iedere cel van ons
lichaam zit DNA, deze bestaat uit 23 sets chromosomen. De laatste set bepaalt je geslacht, XX
staat voor de vrouw en XY voor de man. Mensen hebben ongeveer 23000 genen die specifieke
eigenschappen bezitten zoals bijvoorbeeld uiterlijke kenmerken. Het DNA heeft een aantal
kenmerken die zich miljarden jaren geleden al ontwikkeld hebben en nog steeds voortbestaan. Een
voorbeeld hiervan is een eiwit in de ogen waarmee we kunnen zien. Andere kenmerken die het
DNA ontwikkelt zijn nog relatief nieuw.
De vorming van DNA komt tot stand door vier materialen, deze zijn basen guanine (G), thymine
(T), adenine (A) en cytosine (C) die samen een soort code vormen. Eicellen en zaadcellen hebben
beide zo’n code, en die worden samengebracht bij de bevruchting. Hierdoor ontstaat een dubbele
spiraal die weer nieuw DNA vormt uit de overgeërfde kenmerken van je ouders. Behalve de goede
kenmerken van DNA die bijvoorbeeld onze vorm bepaalt (twee benen, twee armen, een neus etc.),
worden er ook fouten gemaakt binnen deze codes. Deze fouten kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen
dat je Alzheimer krijgt of het syndroom van Down.
Steeds meer chromosomen worden gedecodeerd waardoor er meer bekend wordt over ziektes, waar
binnen de chromosomen zich bevinden en hun erfelijkheid.
1.2 Het endocriene stelsel
Het endocriene stelsel is een verzameling van alle hormoonklieren, in deze klieren worden hormonen
uitgescheiden in de bloedbaan van het lichaam om voor opwinding te zorgen op een bepaalde plek.
De belangrijkste hormoonklieren zijn :
• De hypothalamus: vasopressine (territoriumdrift) en oxytocine (verliefdheid).
• De pijnappelklier: geslachtshormonen, melatonine (slaaphormoon).
• De hypofyse: is de regelaar van het hormonale stelsel, scheidt hormonen af die andere
hormonen aansturen. (Bijvoorbeeld het groeihormoon en hormonen die de schildklier seinen
om op zijn beurt hormonen af te scheiden zoals thyroxine, de controle over vasopressine en
oxytocine, etc.).
• De schildklier: regulering van de stofwisseling.
• De alvleesklier: spijsverteringsenzymen, regulering van bloedsuikerspiegel in samenwerking
met de hypothalamus.
• De bijnieren: adrenaline en noradrenaline, corticosteroïden (ontstekingsremmers),
geslachtshormonen (aanvulling van de hormonen afgegeven door de testes en de eicellen).
• De testes: testosteron .
• De eicellen in de eierstokken: oestron, oestradiol, progesteron (gevoel van rust, liefde en
bescherming).
(Zie : hfst. 1; blz. 19; De natuur van mensen; Loeffen).
1.3 Het zenuwstelsel
Je lichaam geeft constant prikkels door, bijvoorbeeld door het gevoel van honger. De signalen
worden doorgegeven via neuronen die aan het begin en einde een opvangpunt hebben, de receptor.
Tussen twee receptoren moet de signalen een kleine opening oversteken, deze opening heet een
synaps. De neurotransmitters worden bewaard in de synaptische blaasjes, deze komen vrij als een
signaal moet worden doorgestuurd. De neurotransmitters worden in de synaptische spleet
© Students Only B.V. – Alle rechten voorbehouden. 3
Bron : De natuur van mensen – R. Loeffen