van de distale achterpoot
Voorbereiden
- Gebruik boek, zie document voor pagina's, e module kat en studielandschap
- Opdrachten maken
- Begrippenlijst nakijken
Begrippenlijst
Peroneus longus moet je wel kennen!! Staat schuin maar hoort niet, is wel bachelor stof
voor ons. Het is een buiger van de hak/tarsus.
Aantekeningen PR
Bij voorbeen is extensor elleboog ook extensor van pols als ie over beide gewrichten loopt,
maar bij de achterpoot is de ext van de knie de flexor van de hak en andersom, doordat het
gewricht anders gebouwd is dan voor, door de hoek die in de hak zit.
Mediaal van de tibia loopt huid over bot, dus geen spierbuiken.
Diepe buiger (dan hebben ze het over de m flexor digitorum profundus, dus eigenlijk diepe
teenbuiger) heeft 3 buiken.
Opp buiger hecht distaal aan op femur
De diepe buiger loopt verder naar distaal dan opp en doet vgm hetzelfde als voor dat die de
nagels eruit kan halen bij kat.
Ligament van meniscus niet verwarren met kruisligament!! Kijk goed als ie echt aanhecht
op meniscus is het geen kruislig.
Overzicht zenuwen distale achterpoot
Eigenlijk alleen de n ischiadicus met zn 2 aftakkingen:
1. N tibialis
- Duikt in de p gastrocnemius en innerveert alle spieren aan de caudale zijde. Ligt dus
dieper dan peroneus communis.
2. n peroneus communis
, - Passeert de m gastrocnemius, gaat er dus niet in, aan caudale zijde en gaat zo naar
craniaal om de spieren aan craniolaterale kant te innerveren.
De andere aftakkingen hier weer van hoef je niet te kennen.
Overzicht spieren
Craniolaterale deel
We gaan van craniaal over laterale zijde naar caudaal toe (alles hieronder hh):
- M tibialis cranialis, ligt dus craniaal. Loopt t/m tarsus, doet flexie tarsus/hak, niks
met tenen want gaat niet over die gewrichten
- M ext dig longus: ligt al iets meer richting caudaal, dorsaal van hakgewricht
passeren en aanhechten op distale falanx. Doet buigen hak en strekken tenen
Retinacula ext zag je mooi lopen over de pezen heen, houdt de pezen op hun plek.
- M peroneus longus: loopt lateraal van tibia, naar tarsus.
- M peroneus brevus (hoeven we niet te kennen maar wel handig voor orientatie): als
je m peroneus longus weghaalt zie je deze meteen op tibia liggen, is kort
- M ext dig lateralis: ligt tussen m pernoneus brevus en longus
Caudale deel (ook alles hieronder hh)
- Diepe buiger van achterpoot = m flex dig prof: direct tegen bot, 3 buiken, gaat naar
laatste falanx, doet hak strekken en tenen buigen. Hecht niet aan
Achillespeesformatie, maar loopt wel caudaal van hakgewricht maar dus erlangs,
vgm niet over calcaneus dus.
- M soleus, doet alleen strekken hak
- Opp buiger: hecht aan op prox deel femur, doet hak strekken, ligt tussen laterale en
mediale buik van m gastrocnemius. Deze draait met pees vanaf mediaal naar
calcaneus, naar middelste falanx
- M interosseus: naar eerste teenkootjes = eerste falanxen, bij paard heb je maar 1
eerste falanx dus 1 pees van deze spier hecht erop aan. Bij paard is het ook het
tendo interosseus dus verpeesd, en loopt onder kogel door en samen met m ext dig
longus dat hangmatje vormen voor passief sta-app, zie hieronde.r
Opdrachten
A. Gewrichten
1. Bestudeer de benige onderdelen van het onderbeen, vanaf de distale femur.
Gebruik hiervoor de aanwezige skeletten. Uit twelke onderdelen is het kniegewricht
, opgebouwd. Noem de bot & kraakbeen onderdelen en ligamenten. Maak een
schematische tekening van een craniocaudaal aanzicht.
Condyl is echt bolling caudaal of craniaal en epicondyl zit meer aan zijkant bot vgm->
, • Kniegewricht (articulatio genus; “stifle joint”)
• Fabellae (ossa sesamoidea musculi gastrocnemii)
Zitten caudaal op distale deel femur, zie plaatjes hierboven.
• Patella
Knieschijf, zie plaatjes hierboven.
• Mediale en laterale meniscus
Schijfje kraakbeen in de knie, zie plaatjes hieronder. Lateraal en mediaal heb je er een.
• Ligamenta cruciata genus/ kruisbanden
Caudale en craniale heb je, tussen femur en tibia ->