vascularisatie proximale achterpoot
Tip van Noor: gebruik boek op de Drive waarin dissectie kat staat uitgelegd, staan handige
plaatjes in. The Dissection of Vertebrates : A Laboratory Manual Via Worldcat.
Lees ook miss dissectieprotocol Lenet want die is ook goed.
De musculatuur van de achterpoot wordt geïnnerveerd vanuit de plexus lumbosacralis.
Het proximaal verloop van enkele zenuwen is goed in beeld te brengen in de kat. Enkele
andere zenuwen kennen een zeer diep verloop en dient u te bestuderen in de preparaten
aanwezig in de snijzaal. Gevolg van beschadiging en functieverlies van deze zenuwen dient
u m.b.v. een innervatieschema en de functies van verschillende spiergroepen te
beredeneren. Vascularisatie van de achterpoot treedt via de lacuna vasorum et
musculorum uit van de buikholte naar de achterpoot en heeft een duidelijke implicatie in
de uitvoering van het lichamelijk onderzoek bij de hond en de kat.
Ik heb gevraagd wat die implicatie is, hij zei dat ze wrrs meer de structuren bedoelen die
erdoorheen lopen, dus dat de a femoralis wordt gebruikt om de de pols op te meten.
De v saphena wordt gebruikt om bloed af te nemen bij hond/kat. Net als v cephalica uit
PR2.
Nog van PR2
1
,Doen de spieren in onderste blok hierboven dan niet ook flexie of extensie elleboog want ze
lopen over dat gewricht toch? Dus moet je dat ook zeggen op tt of niet omdat dat niet hun
bel functie is? Net als dat de ext carpi ulnaris tot een digit loopt, dus wel over de
metacarpophalangeale en Interphalangeale gewrichten loopt maar doen die dan ook
extensie van vingers? Lijkt niet zo op schema. -> even gekeken naar een preparaat, en denk
dat ie niet zoveel doet met kniegewricht omdat hij alleen helemaal aan distale deel femur
aanhecht aan laterale epicondyl dus niet veel kracht uitoefent op dat gewricht.
Voorbereiding
• Veterinary Anatomy of Domestic Animals, König 7th edition -> bel plaatjes hierondr
geplakt, maar voor bv andree diersoorten wel echt handig om nog te bekijken!
H 5.1 t/m 5.1.3
H 5.2.1 en 5.2.2
H 5.3 tot blz 293 ‘muscles of the stifle
H 15.2 vanaf femoral nerve t/m 575
• https://media.vet.uu.nl/zelfstudies/locomotie-kat
• Opdrachten
• Begrippenlijst: let op vgm zijn deze schuine masterstof!!!
Opdrachten
A. Heupgewricht
1. Bestudeer de benige en fibreuze onderdelen van het heupgewricht in de skeletten.
Identificeer ook de onderdelen en uitsteeksels van de bekkenbeenderen. Hoe kan je
je oriënteren op het heupgewricht, bijvoorbeeld voor het uitvoeren van de Ortolani-
test?
De Ortolani-test is een klinische test die wordt gebruikt om de aanwezigheid van
heupdysplasie of een heupluxatie bij zuigelingen te beoordelen. Het is een van de
belangrijkste testen die worden uitgevoerd om de heupontwikkeling van pasgeborenen te
controleren, met name om te zoeken naar een zogenaamde heupontwrichting of
heupinstabiliteit, wat kan leiden tot heupafwijkingen zoals ontwikkelingsheupdysplasie
(DDH).
Bekkenbeenderen = ossa coxae:
2
,Plaatje hierboven en beneden: os ilium ▪ tuber coxae ▪ os pubis ▪ os ischii (ischium) ▪
trochanter major (‘large trochanter of femur’, deze voel je aan zijkant heup, zie ook plaatj
hierbeneden, zit niet in acetabulum), en femur is bovenbeen van achterbeen bot zie
hierboven
1. Os sacrum
2. Os ilium
3. Os ischium
4. Os pubis
5. Symphisis
3
, 6. Acetabulum
7. Foramen obturatum
8. Staartbeen/stuit/os coccygis/coccyx
4