Osteochondrose
De term osteochondrose wordt gebruikt voor afwijkingen, die verband houden met een
vertraagde differentiatie (rijping) van groeiend kraakbeen (dyschondroplasie) en de daarmee
samenhangende gestoorde endochondrale ossificatie. Dit kan zowel in gewrichtskraakbeen als
in het kraakbeen van de epifysaire schijven voorkomen. Is de afwijking in het gewrichts-
kraakbeen aanwezig en vindt er tevens loslating van een stuk kraakbeen plaats, dan is er sprake
van osteochondrosis dissecans (OCD). Deze losse stukjes kraakbeen komen in het gewricht
terecht (corpora libera of gewrichts-muizen) en kunnen het klinische beeld van een aseptische
artritis geven.
De etiologie van osteochondrose is waarschijnlijk multifactorieel van aard. In ieder geval heeft
osteochondrose een erfelijke component. Bij het paard wordt de erfelijkheidsgraad van
osteochondrose in het spronggewricht geschat op ongeveer 0,25, wat vrij hoog is. Bekend is
ook dat het bij bepaalde rassen veel en bij andere minder voorkomt. Over het algemeen wordt
osteochondrose beduidend meer gezien bij snelgroeiende dieren. Bovendien worden factoren
als standsafwijkingen (vooral ‘koehakkigheid’ = wanneer de hakken dichter bij elkaar staan dan
de voeten (spronggewrichten die niet parallel, maar naar binnen gebogen staan)) en gebrek aan
beweging als risicofactoren aangemerkt.
Osteochondrose komt bij veel diersoorten voor, zoals de hond, het paard, varken en rund (en
ook bij de mens).
,Osteochondrose bij de hond
Voorkomen
Bij de jonge groeiende hond komen verschillende orthopedische problemen voor die allemaal
berusten op een stoornis in de endochondrale ossificatie, hetzij van groeischijfkraakbeen, hetzij
van kraakbeen dat de epifysen bekleedt in de groeifase van het dier. Bij osteochondrose wordt
een stoornis waargenomen in het proces van celrijping (veroudering) van de chondrocyten,
waardoor de apoptosis uitblijft en er daardoor een (veelal lokale) verlenging van de
kraakbeenzuilen ontstaat. Omdat de chondrocyten door diffusie worden gevoed en dit
diffusieproces niet onbeperkt kan verlopen, zullen chondrocyten afsterven. Hierdoor ontstaat
een discontinuïteit in de zuiltjes kraakbeencellen en uiteindelijk een scheur parallel aan de laag
van germinatieve cellen. Deze scheur kan zich voortzetten naar de periferie en dan een
kraakbeenflap veroorzaken. Verdikt kraakbeen (= osteochondrosis) is niet pijnlijk, maar een
losse kraakbeenflap met ontsteking van het subchondrale bot (= osteochondritis dissecans)
geeft wel aanleiding tot pijnlijkheid.
Osteochondrose en osteochondritis dissecans (OCD) treden op in de snelle groeifase (4 tot 6
maanden leeftijd) en kan daarna blijven bestaan. Osteochondrose en OCD komt voor in het
schoudergewricht, vooral bij jonge honden (voornamelijk reuen) van verschillende rassen
(bouvier, Duitse dog, border collie). Osteochondrose leidt niet tot kreupelheid van de
voorpoot, maar OCD wel. De veranderingen zijn altijd gelokaliseerd in het caudocentrale deel
van de humeruskop, meestal bilateraal (Afbeelding 21). In het begin ontstaat er op deze plaats
een verdikt gewrichtskraak-been zodat lokaal het subchondrale bot niet gevormd wordt. Dit is
op een röntgenfoto als indeuking van de normale contour zichtbaar.
Afb 21:
,Ook komen dergelijke veranderingen voor in ->
- Het mediale deel van de humeruscondyl (dus distaal) (labrador, golden retriever,
Newfound-lander), zoals beschreven bij elleboogdysplasie (Zie ‘Elleboogdysplasie‘),
- In het kniegewricht (Duitse dog, rottweiler),
- In de mediale of laterale femurcondyl en
- In de mediale (labrador) of laterale (rottweiler) rolkam van de talus (Afbeelding 22).
- Persistentie van enchondraal kraakbeen in bijvoorbeeld de distale ulna (Zie
‘Ontwikkelingsstoornissen‘), die bij veel groeiende honden van de grote rassen
voorkomt, wordt ook onder osteochondrose gerekend met het radius curvussyndroom
tot gevolg.
, - Ook het loslaten van het processus anconeus (Zie ‘Elleboogdysplasie‘) en een punt van
het sacrum (beide vooral bij Duitse herders, boxers en rottweilers) worden tot
osteochondrose gerekend.
De etiologie van al deze veranderingen bij de hond is complex en waar-schijnlijk multifactorieel.
Gezien het optreden bij verschillende rassen doet een erfelijke predispositie vermoeden. Bij
enkele rassen is aangetoond dat OCD in bepaalde families vaker voorkomt dan in andere.
Voedingsfouten kunnen aan het optreden (of de expressie van de afwijking) ten grondslag
liggen. Een hoge calcium- en fosforinname (zie HC5) of een verhoogd vitamine D-gehalte in het
voer veroorzaakt een gestoorde endochondrale ossificatie met de hierboven genoemde
afwijkingen tot gevolg. Andere predisponerende factoren zijn wellicht snelle groei (vooral
middelgrote en grote rassen), geslacht (vaker bij reuen), mechanische overbelasting, mate van
beweging en de vorm van het gewricht. Opgemerkt moet worden dat bij veel jonge honden
(subklinische) osteochondrotische afwijkingen voorkomen, maar dat alleen de ernstige vormen
tot klinische problemen leiden.
Verschijnselen
Osteochondrose wordt in de regel per toeval ontdekt, omdat het niet tot klinische klachten
aanleiding geeft. Ontwikkelt osteochondrose zich tot de pijnlijke OCD dan zullen fissuren
optreden parallel aan het oppervlak, waardoor uiteindelijk een kraakbeenflap zal ontstaan.
Deze flap kan mineraliseren en als zodanig zichtbaar zijn op een röntgenfoto (maar als niet
geminiraliseerd da zie je kraakbeen ofc niet op röntgen). De irritatie van het gewricht door OCD
zal leiden tot osteoartrose, met het typische kreupelheidsbeeld (startkreupelheid) en met
röntgenologisch waarneembare osteofyten (woekeringen) op de gewrichtsranden.
Osteochondrose van groeischijven kan leiden tot verstoorde (verminderde) lengtegroei en
vooral bij gepaarde botten (in de onderarm en het onderbeen) tot scheefgroei van voorpoten
(radius curvussyndroom) en/of achterpoten aanleiding geven.
Diagnostiek
De diagnose wordt gesteld op basis van het klinisch onderzoek (kreupelheidsonderzoek) en het
röntgenologisch onderzoek. Tevens is een goede voedingsanamnese van belang. Bij het klinisch
onderzoek nemen we waar dat hyperextensie en hyperflexie van aangetaste gewrichten vaak
abnormaal pijnlijk zijn (maar alleen als OCD zich heeft ontwikkeld denk ik dan). Op
röntgenfoto’s is te zien dat vanwege het feit dat kraakbeen is verdikt is en dus geen bot heeft
gevormd tot een afwijkende contour van de botbelijning heeft geleid (waarbij osteochondrose
en osteochondritis dissecans zich identiek kunnen tonen). Een kraakbeenflap is zichtbaar op de
röntgenfoto als zich daarin het proces van endochondrale ossificatie heeft voortgezet of daarin