Dia 2
Voor eerste PR niet zelf handleiding schrijven
Handleiding is voldaan/niet voldaan. Er wordt niet gekeken naar inhoud voor beoordeling. 4
PR waarvoor je protocol moet schrijven.
Ziekteleer is heel belangrijk dit blok!! Voor tt ook.
Studielandschap: bij C26e en eigen kast en boven ook voor GD en bij paardendeel ook.
Dia 3
Responsie: bv foto en benoemen, hoe wordt het geïnnerveerd, wat gebeurt er als deze het
niet meer doet, wat is structuur met zelfde functie in het achterbeen of met
tegenovergestelde functie...
Dia 4
Bij practica ook kijken naar paardenpreparaten bv want je dissecteert kat maar er zijn ook
preparaten van andere dieren die je ook moet kennen!
Dia 5
Dezelfde kleuren = hetzelfde bij dus verschillende dieren
Het maakt echt uit of je op 2 of 4 benen staat. Bv als je op 2 benen staat is het handig als je
lieskanalen dicht zijn, anders liggen je darmen tussen je knieen. En als je op 4 benen staat
moeten je benen allevier bv ong even lang zijn
Dia 6
Functie voorbeen = opvangen schokken
Als je met gestrekte voorbenen van een sprong landt, doet dat pijn aan gewrichten, dus
impact van aanraken grond probeer je op te vangen door de gewrichten en spieren heen
Hoe voorbeen vastzit aan romp is handig hiervoor. Als je springt en dan landt, raak je eerst
met voorpoten de grond, je romp is trager dus die zakt beetje tussen voorbenen door
verder naar beneden. En daarna richt ie weer op. Doordat schouderblad zonder benige
verbinding aan de borstholte vastzit (synsarcosis), dus alleen met spieren vastzit, zorgt die
spierophanging ervoor dat je kan uitrekken dus met je lichaam tussen je schouderbladen
en voorpoten door naar beneden, en als contractie dan komt lichaam weer omhoog in juist
,positie, schouderblad zit dus alleen met spieren vast aan de romp. Als je gaat landen, en je
zakt erdoorheen, en je zou sleutelbeenderen hebben, dan zouden die gelijk breken. Dus
alle viervoeters die niet handig zijn, hebben (bijna) geen sleutelbeen, zodat die niet kunnen
breken.
Als je alleen vastzit met spieren en je moet heel hard rennen, dan kan je aanduwen met
achter maar voor moet ook meedoen. Achterhand gaat helemaal onder lichaam voor grote
stap, dat kan omdat het flexibel is want alleen met spieren vast. Sleutelbeen zou dan in de
weg zitten want je kan dan maar tot bepaalde afstand naar voren gaan met achterbenen,
dus afh van lengte sleutelbeen, dat is nog een reden dan sleutelbeen hebben als viervoeter
niet handig is.
Zijdelings afgeplatte thorax: dat is meeste essentiële. Als je met dorsoventraal afgeplatte
thorax op 4 benen zou staan, dan is de beweeglijkheid die je kan maken bij stappen zetten
niet afh van lengte sleutelbeen want je beweegt vanuit je schoudergewricht (vgm is het
juist dat dit is bij zijdelings afgeplatte thorax). Omdat mn schouderblad op mn rug ligt kan
ik m niet gebruiken in de lengte van mn been. Reikwijdte is niet zo groot. Als je lateraal
afgeplatte borsthote hebt, kan je je schouderblad die toch al alleen maar vastzat met
spieren, gebruiken om mn been te verlengen, zodat mn voorbeen net zo lang gaat worden
als achterbeen. Als het dier gaat bewegen, doet ie dat niet alleen maar vanuit
schoudergewricht maar door schouderblad te kantelen. Dus dit is 1 van de manieren om te
zorgen dat voor- en achterbeen min of meer zelfde lengte krijgen. Shouderbladen liggen er
dan zijdelings langs
Verbonden d.m.v. synsarcosis: zie hierboven, syn is samen en sarcosis is vlees dus een
samenraapsel van vlees, dat is spier, dus de spierige verbinding van schouderblad met
romp noemen we de synsarcose. Zie PR1. Synsarcosis zorgt voor mobiliteit, flexibiliteit en
bescherming
Verlenging i.v.m. efficiëntie -> je benen zo lang mogelijk maken dus zoals hoefdier op
nagels staan, zodat de stappen zo groot mogelijk kunnen en je met zo min mogelijk
stappen zo ver mogelijk kan komen = efficiënt. Waar pols zit bij paard is voorknie, hij zit ong
halverwege been, dus alles eronder is hand/voet als je vergelijkt met mens
Olifant doet hetzelfde, verlengt ook zn benen, maar als hij zn voet en hand verlengt zakt hij
door benen heen, dus vergeleken met paard zit hak en pols vlak boven teentjes, dus heeft
juist grote bovenarmen en –benen.
Reductie in beweging (schoudergewricht, elleboog) -> je hoeft niet te bewegen in alle
gewrichten, alleen rechtuitlopen is belangrijk, ze bewegen allemaal in sagittale vlak. Er
,komen ook vergroeiingen, mn bij paard in elleboog, die kunnen alleen scharnieren en
kunnen niet draaien (vgm suppenatie pronatie) zoals honden en mensen.
Aantal tenen: niet bij carnivoren, maar die lopen ook niet de hele dag, alleen af en toe
jagen, maar hoefdieren moeten groot deel van de dag lopen, staan, dus door dit verschil in
functie van dieren ziet het bouwplan er anders uit
Dia 7 bouw achterbeen: stuwing
Achteras aandrijvers, ze duwen hard tegen de grond aan. Je moet ook met voorkant wel
duwen anders ga je over de kop, maar de stuwing komt mn van achteren! Bij paardrijden: je
wilt kont eronder hebben, buiging. Dan wil je geen verbinding met allemaal spieren want
dat gaat dempen. Dan wordt kracht niet optimaal doorgegeven. Je wilt niet zoals bij landen
dempen en kracht verdelen, maar bij naar voren rennen wil je zo min mogelijk verlies van
kracht. Achter is een goed strak functioneren heupgewricht, afh van diersoort meer of
minder beweging erin, paard kan theoretisch gezien niet zijwaarts lopen bv, maar hond kan
veel meer beweging doen bv voor plassen reu
SI-gewricht, het ileosacraal gewricht, dat is degene die erg strak en stijf zit en bijna geen
beweeglijkheid. Als dier in partu is wel wat meer. Maar dus om te zorgen dat je de wrijvings-
en dempingsvrij krachten doorstuwt
Reductie: als je lichtere voeten hebt, kan je makkelijker het been voortbewegen. Reductie
kuitbeen = fibula, en reductie ondervoet is vgm door minder metacarpalen en falangen.
Dia 8
Pijlen: de verlenging van onderbeen
Pijl rechts in plaatje rechts: carpus, andere pijl is hak. Alles eronder is voet/hand
Dia 9
Carnivoren: teengangers gaan op laatste kootje staan
Topteengangers: hoefdieren, staan echt op nagel
Wij hebben hele zool nodig op 2 benen om stabiliseren
Dia 10
Links plaatje zie je in cirkel de pols, plaatje rechts is foutje cirkel moet hoger ong bij de
helft. Dat is dus die aanpassing
Dia 11
, Vissen maken undulerende bewegingen
Reptielen: ook undulerende bewegingen, zie spoor van slang.
Reptielen met poten maken ook undulerende beweging, draaien om afzetpunt heen. Afh
van hoe soepel je bent in de rug kan je grotere stappen maken.
Krokodil: als hij prooi ziet, kan hij wel poten rechtop doen en snel naar voren, maar
normaal doet hij het dus undulerend. Je draait om je romp soort van heen
Dia 12
Rug min of meer stijf houden en benen doen het werk, dat is anders dan eerst (vgm nu juist
rug flexie extensie doen als hulp). Reikwijdte van benen bepaalt paslengte. Nog aanpassing
voor paslengte: Paard gooit ook kont eronder, bekken nog onderdeel van achterbenen,
waardoor je zover mogelijk met achterbenen onder lichaam kan komen en grotere afzet en
verder komen
Dia 13
Reptielen staan met poten naar zijkant, bij zoogdieren is dat aangepast, poten onder
lichaam en er heeft draaiing plaatsgevonden van versch extremiteiten. Mn die draaiing zien
we embryonaal terug. Eerst ontwikkelen we plat en daarna komen poten erbij en moeten
we draaiing maken. Voor- en achterpoten draaien anders: elleboog draait naar achteren,
maar bij achterpoten staan knielen en hak andersom gericht tov voorbenen. Gevolg voor
naamgeving spieren!
Dia 15
Buigen en strekken bij voor- en achterbenen, denk daarover na
Somieten naast de neurale buis
Appendiculair (=ledematen): het ledemaatskelet ontstaat uit laterale plaatmesoderm, zie
ook in plaatje
Dia 16
Somieten bestaan uit 3 onderdelen ->
1. sclerotoom werden de wervels
2. Myotoom: spiermassa
3. Dermatoom: onderhuidse bindweefsel
Als je uit zelfde blokje spier en wervel laat ontstaan, kan je niet bewegen, dus die zitten los.