14-9-2020
Inhoud
• Neurofysiologie van bewegen
o Sensomotorische kring
o Motorische banen
o Feedback en feedforward
• Neurologische functiestoornissen
o SSSS
• Klinische beelden
o Cortex cerebri
o Ruggenmerg
o Basale kernen
o Cerebellum
Functionele anatomie hersenen
• Grote hersenen
o Hersenschors (cortex cerebri)
o Basale kernen
o Limbisch systeem
• Tussenhersenen
o Thalamus
o Hypothalamus
o Hypofyse
• Kleine hersenen
• Hersenstam
Sensomotorische kring
Motivatie
• S1:
o Tastsensoren in je hand
• Limbisch systeem (L):
o Honger
• Prefrontale cortex:
o Naar school gaan (M3)
Sensomotorische kring
• Centrale zenuwstelsel (CZS)
o Centraal Motorisch Neuron (CMN)
▪ cortex cerebri / hersenschors
o Perifeer Motorisch Neuron (PMN)
▪ medulla spinalis / ruggenmerg
,Uitvoering Sensomotorische Kring
• Facilitatie en inhibitie PMN
o (alpha- en gammaneuronen)
• Tractus corticospinalis (piramidebaan)
o Direct
• Overig
o Indirect, via o.a. hersenstam (FR)
Tractus corticospinalis
• Direct naar ruggenmerg (interneuronen)
o Lateralis: 85% gekruist, naar heup, schouder en extremiteiten (10% direct naar hand)
o Anterior: 15% ongekruist, naar axiale spieren (nek en romp)
• Overige banen uit hersenstam/ basale kernen ongekruist en indirect naar axiale spieren
Terugkoppeling
• Bijsturing via somatosensorische cortex (S1)
o Feedback (spin zit nog steeds op je hand)
• Bijsturing via cerebellum
o Feedback: vergelijkt instructies met effect (langzaam)
o Feedforward: onderschept instructies en stelt bij op basis van verwachting (snel):
spin loopt naar je onderarm
Neurologische functiestoornissen
• Spierkracht
• Spiertonus
• Sturing
• Sensibiliteit
Cortex cerebri: sensibiliteit
• Homunculus (gekruist)
• Distaal (meer uitval dan) > proximaal
• Min symptomen (veel uitval)
Cortex cerebri: spiertonus
Spasticiteit
• Reflexactiviteit (spanning in rust)
• Versterkt bij verhoogde activatie en beweging
• Antizwaartekrachtspieren
o Flexie arm
o Extensie been
• Synergievorming (patroon gekoppeld aan beweging)
, Cortex cerebri: sturing
• Ontremming reflexen ruggenmerg
o Pathologische of primitieve reflexen
• Verminderde sturing
o Combinatie kracht, tonus en reflexen (selectiviteit)
o Fijne motoriek (tractus corticospinalis)
Ruggenmerg: spierkracht en sensibiliteit
• Volledig of gedeeltelijk
• Op en onder niveau laesie:
o Spierkracht: Parese/paralyse
o Sensibiliteit: Plus en min symptomen (kan beide zijn)
Ruggenmerg: spiertonus en sturing
• Hypotonie & hyporeflexie (slappe parese)
o Spinale shock: uitval sturing vanuit cortex
• Secundair hypertonie & hyperreflexie
o Geen inhibitie uit cortex
o Geen synergievorming
Soms een spiertrilling door reflexboog: clonus
Extrapiramidaal systeem
Motorische functies “apart” van piramidebaan (tractus corticospinalis)
• Basale kernen
• Afdalende banen uit hersenstam (bulbospinale banen)
Paleoniveau: ouder systeem, vroeg ontwikkeld (motoriek jonge kinderen)
Basale kernen
• Centrale positie motoriek
o Invloed op hersenstam en ruggenmerg (houding/tonus)
o Invloed op motorische cortex (initiatie, planning en programmering)
o Invloed op frontale cortex (cognitie, emotie en motivatie)
• Faciliteren en inhiberen
• Onbewuste, aangeleerde bewegingspatronen (= automatisch bewegen)
Basale kernen: klinisch beeld (Spiertonus & sturing)
• Hypokinetisch rigide beeld
o Gehele lichaam stijf en traag
o Automatisch bewegen verstoord
• Hyperkinetisch beeld
o Te veel & ongestuurde bewegingen