onderzoeksmethoden
1. Een experiment is alleen een experiment als er sprake is van
random toewijzing.
Juist /Onjuist
2. Interne validiteit verwijst naar de mate waarin een effect
generaliseerbaar is naar de populatie.
Juist / Onjuist
3. Confounding variabelen vormen een bedreiging voor de interne
validiteit.
Juist / Onjuist
4. Random sampling verhoogt de interne validiteit van een
experiment.
Juist / Onjuist
5. Een quasi-experiment maakt geen gebruik van random
toewijzing.
Juist / Onjuist
6. Een manipulatiecheck is bedoeld om te testen of de
onafhankelijke variabele succesvol is gemanipuleerd.
Juist / Onjuist
7. Externe validiteit is belangrijker dan interne validiteit bij
experimenteel onderzoek.
Juist / Onjuist
8. Placebo-effecten kunnen de interne validiteit van een studie
verstoren.
Juist / Onjuist
, 9. Double-blind designs verminderen kans op bias bij deelnemers
én onderzoekers.
Juist / Onjuist
10. Een controlegroep is verplicht in elk experiment.
Juist / Onjuist
11. Een afhankelijke variabele is datgene wat wordt
gemanipuleerd door de onderzoeker.
Juist / Onjuist
12. De onafhankelijke variabele wordt gecontroleerd of
gemanipuleerd om het effect te meten.
Juist / Onjuist
13. Een construct is direct observeerbaar.
Juist / Onjuist
14. Operationaliseren betekent het meetbaar maken van een
abstract begrip.
Juist / Onjuist
15. De betrouwbaarheid van een meetinstrument zegt iets over de
juistheid van de meting.
Juist / Onjuist
16. Validiteit betekent dat een instrument meet wat het beoogt te
meten.
Juist / Onjuist
17. Cronbach’s alpha meet de validiteit van een vragenlijst.
Juist / Onjuist
18. Een manipulatie is altijd een vorm van operationalisatie.
Juist / Onjuist
19. Nominale variabelen hebben geen vaste volgorde.
Juist / Onjuist