Gezichtsveldonderzoek
Een gezichtsveldonderzoek wordt uitgevoerd om eventuele gezichtsvelddeffecten op te sporen. Deze
test wordt voor het linker en rechter oog apart gedaan. Bekend is dat patiënt die niet vertrouwd zijn
met het onderzoek, het vaak minder goed uitvoeren dan patiënten die dit wel zijn.
Voor het uitvoeren van het onderzoek kijkt de patiënt in een bol met één oog afgedekt. Er wordt
recht vooruit gekeken naar een vast punt, hierbij worden op verschillende plekken in de bol lichtjes
geprojecteerd. Als deze lichtjes gezien worden bij het kijken naar het vaste punt dient de patiënt op
een knop te drukken. De plaats van het lichtje en intensiteit wordt bepaald door een computer, deze
houdt ook bij of de patiënt gedurende het onderzoek recht vooruit blijft kijken en of de aandacht
erbij blijft
Het gezichtsveld kan worden weergegeven als een driedimensionale structuur die lijkt op een heuvel
van toenemende gevoeligheid. De gezichtsscherpte is het scherpst aan de top van de heuvel en
neemt geleidelijk af naar de periferie.
Er zijn verschillende algoritme die het gezichtsveld kunnen testen:
- Threshold : wordt gebruikt voor een gedetailleerde beoordeling van het gezichtsveld. Eerste
wordt er een stimulans gegeven die hoger is dan de verwachte intensiteit; als deze wordt
geizen wordt hij verlaagt totdat hij niet meer wordt gezien. Hierna wordt de stimulans weer
verhoogd tot hij weer gezien wordt.
- Suprathreshold : er wordt getest om te controleren of een proefpersoon stimuli kan zien die
door een normale persoon van dezelfde leeftijd kan worden gezien.
- Fast algoritme : kortere testtijden. Maakt gebruik van database van normale en
glaucomateuze velden om drempelwaarden te schatten en rekening houdt met de responsen
tijdens de test om tot aangepast schattingen te komen gedurende de hele test.
Test patronen:
- Glaucoom
o Centrale gebied is van belang
Belangrijkste defecten worden op 30° te zien
o 24-2 glacuoom georiënteerd patroon. 24 staat voor de mate waarin het veld aan de
temporale zijde wordt getest.
o 10-2 wordt gebruikt om een centraal gebied met een straal van 10° te beoordelen.
Glaucoom defecten kunnen hier een bedreiging vormen voor het centrale
zicht.
Betrouwbaarheid:
- Fixation losses gedurende het onderzoek worden stimuli bij de blinden vlek
geprojecteerd, als deze niet worden waar genomen is er een juist fixatie.
o Abnormaal > 25%
- False positive als patiënt wel op de klikker drukt, maar er geen stimuli wordt aangeboden
terwijl de eerder aangeboden stimuli niet gezien werd. Als patiënten maar blijven drukken =
happy trigger
o Onbetrouwbaar > 15% - 20%
- False negative Patiënt reageert niet op stimuli die hij eerder wel heeft gezien.
o Onbetrouwbaar >20 % -30% tenzij er veel uitval is.
Een gezichtsveldonderzoek wordt uitgevoerd om eventuele gezichtsvelddeffecten op te sporen. Deze
test wordt voor het linker en rechter oog apart gedaan. Bekend is dat patiënt die niet vertrouwd zijn
met het onderzoek, het vaak minder goed uitvoeren dan patiënten die dit wel zijn.
Voor het uitvoeren van het onderzoek kijkt de patiënt in een bol met één oog afgedekt. Er wordt
recht vooruit gekeken naar een vast punt, hierbij worden op verschillende plekken in de bol lichtjes
geprojecteerd. Als deze lichtjes gezien worden bij het kijken naar het vaste punt dient de patiënt op
een knop te drukken. De plaats van het lichtje en intensiteit wordt bepaald door een computer, deze
houdt ook bij of de patiënt gedurende het onderzoek recht vooruit blijft kijken en of de aandacht
erbij blijft
Het gezichtsveld kan worden weergegeven als een driedimensionale structuur die lijkt op een heuvel
van toenemende gevoeligheid. De gezichtsscherpte is het scherpst aan de top van de heuvel en
neemt geleidelijk af naar de periferie.
Er zijn verschillende algoritme die het gezichtsveld kunnen testen:
- Threshold : wordt gebruikt voor een gedetailleerde beoordeling van het gezichtsveld. Eerste
wordt er een stimulans gegeven die hoger is dan de verwachte intensiteit; als deze wordt
geizen wordt hij verlaagt totdat hij niet meer wordt gezien. Hierna wordt de stimulans weer
verhoogd tot hij weer gezien wordt.
- Suprathreshold : er wordt getest om te controleren of een proefpersoon stimuli kan zien die
door een normale persoon van dezelfde leeftijd kan worden gezien.
- Fast algoritme : kortere testtijden. Maakt gebruik van database van normale en
glaucomateuze velden om drempelwaarden te schatten en rekening houdt met de responsen
tijdens de test om tot aangepast schattingen te komen gedurende de hele test.
Test patronen:
- Glaucoom
o Centrale gebied is van belang
Belangrijkste defecten worden op 30° te zien
o 24-2 glacuoom georiënteerd patroon. 24 staat voor de mate waarin het veld aan de
temporale zijde wordt getest.
o 10-2 wordt gebruikt om een centraal gebied met een straal van 10° te beoordelen.
Glaucoom defecten kunnen hier een bedreiging vormen voor het centrale
zicht.
Betrouwbaarheid:
- Fixation losses gedurende het onderzoek worden stimuli bij de blinden vlek
geprojecteerd, als deze niet worden waar genomen is er een juist fixatie.
o Abnormaal > 25%
- False positive als patiënt wel op de klikker drukt, maar er geen stimuli wordt aangeboden
terwijl de eerder aangeboden stimuli niet gezien werd. Als patiënten maar blijven drukken =
happy trigger
o Onbetrouwbaar > 15% - 20%
- False negative Patiënt reageert niet op stimuli die hij eerder wel heeft gezien.
o Onbetrouwbaar >20 % -30% tenzij er veel uitval is.