Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 84 pages
Summary

samenvatting module 3 geriatie

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 84 pages

In deze samenvatting heb ik de volledige inhoud van module 3 van geriatrie uitgewerkt, inclusief aanvullende aantekeningen uit de les. De samenvatting bevat de volgende onderdelen: - HCO algemene geriatrie dementie - HCO algemene geriatrie depressie- ziekte van parkinson - HCO algemene geriatrie delier - HCO algemene geriatrie visus - gehoorproblemen - HCO CGA - HCO ergotherapie bij personen met dementie: deel 1 - HCO ergotherapie bij personen met dementie: deel 2 - PRA inleefmoment dementie - ZST + HCO ouder worden met een verstandelijke beperking

Content preview

Examen: geriatrie
HCO 1: algemene geriatrie dementie
Leerdoelen:
 kent de symptomen van dementie
 kent de verschillende vormen van dementie en kan de specifieke
kenmerken benoemen
 weet hoe men de diagnostiek bij dementie uitvoert
 kent het klinisch verloop bij de verschillende vormen van dementie
 weet welke behandeling men voorstelt bij personen met dementie

epidemiologie:
 Leeftijd als risicofactor
 Vergrijzing van de bevolking
 Exponentiële toename vanaf 65 jaar
 Impact op levensverwachting


Defenitie:
 Dementie is een syndroom veroorzaakt door een
hersenaandoening.
 Meestal chronisch of progressief van aard.
 Verstoort meerdere corticale hersenfuncties:
o Geheugen
o Denken
o Oriëntatie
o Begripsvermogen
o Rekenen
o Taal
o Beoordelingsvermogen
 Geen verminderde bewustzijnstoestand.
 Gaat vaak gepaard met of wordt voorafgegaan door:
o Verminderde emotionele controle
o Veranderingen in sociaal gedrag
o Verminderde motivatie




DSM: Diagnostic and statistical manual of mental
disorders:
n Classificatie voor psychische stoornissen
n Versie 5 is de meest recente versie
n Term “dementie” wordt vervangen door “majeure
neurocognitieve stoornis”
n Milde neurocognitieve stoornis wordt toegevoegd

, n Dememtie kan en zal nog gebruikt worden:
 Ingebakken in onze conversatie
 Eenvoudig te begrijpen voor iedereen



Diagnostic criteria:
 Er is spraken van een achteruitgang in het denkvermogen op één
of meerdere gebieden (zoals aandacht, geheugen, taal of sociale
vaardigheden…) vastgesteld op basis van:
1. Bezorgdheid van de persoon zelf, iemand uit de
omgeving of een arts over deze achteruitgang
2. Aantoonbare verslechtering in cognitieve testen of een
andere medische beoordeling
Diagnostische criteria (DSM-IV):
1. Aantoonbare geheugenstoornis
2. Minstens één van de volgende:
• Afasie
• Apraxie
• Agnosie
• Gestoord executief functioneren (abstract denken,
oordeelsvermogen,…)
• Verandering ten opzichte van vroeger – duidelijke
invloed op werk, dagelijkse taken en sociale activiteiten.
• Dit gebeurt niet alleen tijdens een delier, maar ook
wanneer het bewustzijn helder is.

Aan alle cirteria moet worden voldaan!


Symptomen:
Eerst wordt het kortetermijn geheugen aangetast, daarna langetermijn
Geheugenstoornissen:
 Kortetermijngeheugen – moeite met het onthouden van nieuwe
informatie (= gestoorde inprenting).
 Vooral recente feiten gaan moeilijker.
 Dit heeft invloed op:
o Het terugvinden van dingen.
o Het aanleren van nieuwe vaardigheden.



 Langetermijngeheugen
o Vergeten van bekende, vanzelfsprekende dingen of personen
o Mensen weten niet meer met we ze getrouwd zijn, herkennen
hun kinderen niet meer, gaan hun woning niet meer
herkennen…
Stoornissen in het taalgebruik (afasie)
= Minder goed in staat om taal te begrijpen en te gebruiken.

,  Woordvindingsmoeilijkheden  gebruiken vaak het woord “eeuhh”
 woordenschat wordt kleiner
 minder vlot spreken
 onsamenhangend spreken
 Moeite met het begrijpen van anderen
 Problemen met lange, complexe zinnen
 geen mogelijkheden meer tot het voeren van gesprekken (wartaal –
stilzwijgen
 lezen en schrijven gaat wegvallen


BELANGRIJK: De zorgverlener past zijn taal aan door kortere zinnen te
gebruiken en dubbele zinnen te vermijden. Als iemand je niet begrijpt,
probeer dan een ander woord te gebruiken.


Stoornissen in het herkennen (agnosie)
 Moeite met het herkennen personen, voorwerpen, plaatsen of
geluiden
 desoriëntatie in persoon, tijd en ruimte
 fout inschatten van afstanden
 verstoring dag/nachtritme
 Moeite met zichzelf herkennen
Stoornissen in het handelen (apraxie)
 verkeerd of niet uitvoeren van dagelijkse en/of routinehandelingen
vb. kleden, persoonlijke hygiëne, maaltijden,...
Stoornissen in executief (praktisch) functioneren
 moeite met beoordelen, abstract denken en situaties inschatten
 problemen met concentratie, rekenen, plannen en organiseren

Personen met dementie, gaan in
hun beginperiode vaak post-its of
briefjes gebruiken om dingen niet
te vergeten




Vormen van dementie:
n Alzheimerdementie (50-60%)
n Vasculaire dementie (10-20%)
n Lewy bodydementie (10-20%)
n Frontotemporale dementie
n (Ziekte van Parkinson)

, Ziekte van alzheimer:
Macroscopisch: er is een algemene afname van hersenweefsel (=
globale atrofie)
Microscopisch:
 neurofibrillaire kluwens in de cellen
 amyloïdplaques tussen de cellen
 afname van neuronen

pathofysiologisch: daling neurotransmitters, vooral acetylcholine

macroscopisch:
Mensen met alzheimer hebben
een verlies en verkleining van
hersenweefsel vooral in de
gebieden die het geheugen en
taal regelen

 dit verklaart waarom mensen
met alzheimer moeite hebben
met onthouden en en
communiceren

Normaal: geeft normale
hersenactiviteit aan

Alzheimer: verminderde
hersenactiviteit aan de achterkant van
de hersenen




Microscopisch:
Normale hersenen:
 Gezonde neuronen zonder
verstoringen
 Zenuwcellen communiceren efficiënt
met elkaar

Alzheimer:
 Amyloïde plaques: ophopingen van
eiwitfragmenten tussen zenuwcellen
 Neurofibrillaire kluwens:
verstrengelde vezels

Table of contents

  1. 01 Leerdoelen: 1
  2. 02 epidemiologie: 1
  3. 03 Defenitie: 1
  4. 04 DSM: Diagnostic and statistical manual of mental disorders: 1
  5. 05 Diagnostic criteria: 2
  6. 06 Diagnostische criteria (DSM-IV): 2
  7. 07 Symptomen: 2
  8. 08 Vormen van dementie: 3
  9. 09 Ziekte van alzheimer: 4
    1. macroscopisch: 4
    2. Microscopisch: 4
    3. Pathofysiologisch: 5
  10. 10 Vasculaire neurocognitieve stoornis: 5
  11. 11 Lew body dementie: 6
  12. 12 Frontotemporale neurocognitieve stoornis: 6
  13. 13 Verschillen tussen verschillende vormen: 7
  14. 14 Diagnose: 7
  15. 15 Klinisch verloop: 8
  16. 16 Behandeling: 8
  17. 17 Leerdoelen: 8
  18. 18 Typen stemmingsstoonissen: 8
  19. 19 Depressie bij ouderen: 9
  20. 20 Prevalentie van majeure depressie: 9
  21. 21 DSM - 5 criteria voor depressieve stoornis: 9
  22. 22 Etiologie 10
    1. Biologische factoren: 10
    2. Sociale factoren: 10
    3. Psychologische factoren: 11
  23. 23 Ouderen versus jongeren: 11
  24. 24 Diagnose: 11
  25. 25 Ernst van depressie: 12
  26. 26 Redenen voor onderdiagnose en onderbehandeling: 12
  27. 27 Gevolgen: 13
  28. 28 Majeure Depressie: Post-MI Overleving: 13
  29. 29 Suïcide bij ouderen: 13
  30. 30 behandeling: 14
  31. 31 Behandeling: 14
  32. 32 omgaan met depressieve ouderen: 14
  33. 33 Leerdoelen: 15
  34. 34 EPIDEMIOLOGIE: 15
  35. 35 ETIOLOGIE & PATHOFYSIOLOGIE: 15
  36. 36 Defenitie: 15
  37. 37 Symptomatologie: 16
  38. 38 Motorische symptomen: 17
  39. 39 Dementie bij ziekte van Parkinson: 18
  40. 40 UPDRS: Unified Parkinson's Disease Rating Scale: 18
  41. 41 Diagnose: 18
  42. 42 Complicaties van de behandeling: 19
  43. 43 Niet-medicamenteuze behandeling: 19
  44. 44 Evolutie: 20
  45. 45 Leerdoelen: 20
  46. 46 inleiding: 20
  47. 47 Verwarring omtrent terminologie: 20
  48. 48 Negatieve gevolgen voor de patiënt: 20
  49. 49 Negatieve gevolgen voor de familie 21
  50. 50 Negatieve gevolgen voor de zorgverleners 21
  51. 51 Negatieve gevolgen voor de maatschappij 21
  52. 52 Diagnostische criteria: 21
    1. CRITERIA 1: Bewustzijnsstoornis met verminderd vermogen de aandacht ergens op te richten, vast te houden of te wisselen 22
    2. CRITERIA 2: Verandering in cognitie of de ontwikkeling van een waarnemingsstoornis die niet beter verklaard wordt door een reeds gekende of zich instellende dementie 22
    3. CRITERIA 3: De stoornis ontwikkelt zich op korte tijd en neigt ertoe in de loop van de dag te fluctueren: 23
    4. CRITERIA 4: . De anamnese, het lichamelijk onderzoek of de labo-uitslagen bevatten aanwijzingen dat de stoornis veroorzaakt is door één of meerdere lichamelijke aandoeningen, geneesmiddelenintoxicatie of onttrekking van medicatie of alcohol 23
  53. 53 Belang van voorbestemmende factoren: 23
  54. 54 Belang van voorbestemmende factoren: 24
  55. 55 Mogelijke bijkomende symptomen zonder diagnostische waarde: 24
  56. 56 Verschijningsvormen van delirium: 24
    1. Hyperactief delier: 25
    2. Hypoactief delier: 25
  57. 57 Diagnose: 25
    1. Hoe werkt de score bij de DOS-schaal? 25
    2. Wat betekent de score? 25
  58. 58 Niet-medicamenteuze aanpak Communicatie: 25
  59. 59 Niet-medicamenteuze aanpak Omgeving: 26
  60. 60 Niet-medicamenteuze aanpak Familie: 26
  61. 61 Leerdoelen: 27
  62. 62 Dementie: 27
  63. 63 Waaom is het behandelen van BPSD belangrijk? 27
  64. 64 Symptomatologie: 27
  65. 65 Symptomatologie bij Alzheimer: 28
  66. 66 Wanen: 28
  67. 67 Hallucinaties: 28
  68. 68 Depressie: 28
  69. 69 Apathie: 29
  70. 70 Angst: 29
  71. 71 Dolen: 29
  72. 72 Agitatie: 29
  73. 73 Tips: 30
  74. 74 Impact van de mantelzorger: 30
  75. 75 Therapie: 30
  76. 76 Mogelijke oorzaken van moeilijk hanteerbaar gedrag: 30
  77. 77 pijn: 31
  78. 78 Oorzaken van pijn bij ouderen: 31
  79. 79 Behandeling van pijn bij ouderen: 31
  80. 80 TIPS: Beoordeling van pijn bij dementie: 32
  81. 81 Valkuilen bij beoordeling van pijn: 32
  82. 82 Tips en tricks: 32
  83. 83 Therapie: 32
  84. 84 Niet-farmacologische behandeling: 32
  85. 85 Betrek familie en mantelzorg: 33
  86. 86 Medicatiegevoelige symptomen 33
  87. 87 Niet-medicatiegevoelige symptomen: 33
  88. 88 Leerdoelen: 34
  89. 89 Prevalentie van gehoorverlies neemt toe met de leeftijd: 34
  90. 90 Redenen waarom mensen geen oorapparaat gebruiken: 34
  91. 91 Gehoorverlies in het woonzorgcentrum: 35
  92. 92 Persoonlijke overtuigingen en verwachtingen: 36
  93. 93 Hoortechnologie: 36
  94. 94 Gehoorverlies in het woonzorgcentrum: 37
  95. 95 Impact van gehoorverlies op gezondheid: 37
  96. 96 Gehoorverlies en cognitie: 38
  97. 97 Longitudinale studie: 38
  98. 98 Digit symbol substitution test (DSS) 38
  99. 99 Snelheid van cognitieve achteruitgang per jaar: 39
  100. 100 Overtuiging dat testen moeilijk is … 39
  101. 101 Gebrek aan bewijs van efficiëntie: 39
  102. 102 Leerdoelen: 40
  103. 103 gevolgen van veroudering: 40
    1. 1. Gezichtsscherpte 40
    2. 2. Contrastgevoeligheid: 40
    3. 3.Gezichtsveld: 40
    4. 4.Kleurendiscriminatie: 41
    5. 5.Donkeradaptatie: 41
  104. 104 Voornaamste oorzaken van slechtziendheid of blindheid 41
    1. 1. Maculadegeneratie: 41
    2. 3. Cataract: 44
    3. 4. Diabetische retinopathie: 46
  105. 105 Leerdoelen: 47
  106. 106 De fraile ouder: 48
  107. 107 Frailty syndroom (fried – criteria): 48
  108. 108 Kenmerken van een geriatrische patiënt: 49
    1. Kenmerk 1: Beperkte homeostase 49
    2. Kenmerk 2: Actieve polypathologie: 49
    3. Kenmerk 3: Atypische klinische beelden: 49
    4. Kenmerk 4: Verstoorde farmacokinetiek: 49
    5. Kenmerk 5: Gevaar voor functionele achteruitgang: 49
    6. Kenmerk 6: Gevaar voor deficiënte voeding: 50
    7. Kenmerk 7: Tendens tot inactiviteit en bedlegerigheid: 50
    8. Kenmerk 8: Risico op hospitalisatie, heropname en opname in een instelling: 50
    9. Kenmerk 9: Psychosociale problemen: 50
  109. 109 HET ZORGPROGRAMMA GERIATRIE: 50
    1. Hospitalisatie geriatrie (G-bedden): 50
    2. Interne liasion geriatrie (niet-G bedden): 51
    3. Geriatrisch dagziekenhuis: 51
    4. Geriatrisch consult: 51
    5. Externe liaison geriatrie: 51
    6. CGA: COMPREHENSIVE GERIATRIC ASSESSMENT: 52
  110. 110 Waarom wordt een CGA gebruikt? 52
  111. 111 Aandachtspunten CGA: 52
  112. 112 Bij ziekenhuis opname: 53
    1. Stap 1: screening 53
    2. Stap 2: CGA 53
    3. Stap 3: diepgaand assessment: 54
  113. 113 Screeningsinstrumenten: 54
    1. Fysieke bilan: 54
    2. Functioneel bilan: 55
    3. Cognitief bilan: 56
    4. Emotioneel bilan: 57
    5. Sociaal bilan: 57
  114. 114 Effectiviteit van CGA? 58
  115. 115 BELRAI: 58
  116. 116 In verschillende settings bruikbaar 58
  117. 117 Uitgebreide set aan gegevens: 59
  118. 118 Ondersteunen van een kwaliteitsvol zorgproces: 59
  119. 119 BelRAI – screener: 59
  120. 120 Wat is de meerwaarde van de BelRAI? 59
  121. 121 Wat is belRAI niet? 60
  122. 122 Leerdoelen: 60
  123. 123 6 fundamenten van kwalititeitsvolle zorg en dementie: 61
    1. Persoonlijke en maatschappelijke beeldvorming 61
    2. Normalisatie 61
    3. Autonomie in geborgenheid 61
    4. Afgestemde zorg 61
    5. Mantelzorgers 61
    6. Professionele zorgverleners en vrijwilligers 61
  124. 124 Persoonlijke en maatschappelijke beeldvorming: 61
  125. 125 Cijfers en feiten: 61
  126. 126 NEURODEGENERATiEVE STOORNISSEN: 61
    1. Dementie, een neurodegeneratieve stoornis: 61
    2. 3 types NCD: 62
    3. ADL-triade: 62
  127. 127 Symptomen: 63
  128. 128 Beleving staat centraal: 63
  129. 129 Jongdementie: 64
    1. Impact van jongdementie: 64
  130. 130 Diagnose: 64
  131. 131 Gevolgen van dementie: 65
    1. Moeilijkheden met de aandacht: 65
    2. Beperkingen in het geheugen: 65
    3. Taalstoornis: 65
    4. Beperkingen in executieve functies: 65
    5. Dagelijkse handelingen worden moeilijk: 65
    6. Decorumverlies: 66
  132. 132 Fasen van denentie: 66
    1. Communicatie – ongedacht de fase: 66
    2. Fasen van dementie: 66
  133. 133 Milde dementie: 66
    1. Beleving: bedreigde-ik (Rien Verdult): 67
    2. Begeleiding milde dementie: 67
    3. Communicatie milde dementie: 67
    4. Realiteitsoriënterende training, of beter: houding 68
    5. Reminiscentie: 68
  134. 134 Matige dementie: 68
  135. 135 Beleving: verdwaalde-ik (Rien Verdult): 68
    1. Begeleiding: matige dementie: 69
    2. Communicatie: matige dementie: 69
  136. 136 Ernstige dementie: 69
    1. Beleving: verborgen-ik (Cora Van der Kooij): 69
    2. Begeleiding: ernstige dementie: 70
    3. Communicatie: ernstige dementie: 70
    4. Beleving: verzonken-ik (Rien Verdult) 70
    5. Begeleiding verzonken -ik: 70
    6. Communicatie: verzonken – ik: 70
  137. 137 Normalisatie: 71
  138. 138 Oefening normalisatie: 71
    1. Foto 1: ziekenhuiskamer 71
    2. Foto 2: huisdier toegenlaten is assisentiewoningen en WZC: 72
    3. Foto 3: 72
    4. Foto 4: mensen met kauw en slik problemen, moeten gemixte consistentie eten 72
    5. Foto 5: 73
    6. Foto 6: WZC waar zorgverleners geen beroepskledij dragen 73
    7. Foto 7: zorgverleners proberen mensen met dementie vaker te betrekken bij het daglijks leven: koken, planten water geven… 73
  139. 139 Leerdoelen: 74
  140. 140 Stellingen: 74
  141. 141 Symptomen herkennen: 75
  142. 142 Inleven: 76
  143. 143 Wat is een verstandelijke beperking? 76
  144. 144 Model verstandelijke beperking: 76
  145. 145 Burgerschapsparadigma 78
  146. 146 Ageing in place: 78
  147. 147 Gezond ouder worden: 79
  148. 148 Hoe de kwaliteit van leven verhogen? 79
  149. 149 Community based werken: 80
  150. 150 Goud – onderzoek 80
  151. 151 Trainingsnoden van begeleiders 80
  152. 152 Aandachtspuntenlijst veroudering bij mensen met Verstandelijke beperking: 81
  153. 153 Extra info cursus: 81
    1. Ouder worden 81
    2. Dagritme en werk: 82
    3. Jij en de mensen om je heen: 82
    4. Bewegen: 82
    5. voeding: 82
  154. 154 Woodclap: 83
  155. 155 Oplossingen woodclap: 83

Document information

Study
Uploaded on
June 25, 2025
Number of pages
84
Written in
2024/2025
Type
Summary
$23.14

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
debaetstinne
4.5
(2)
Sold
9
Followers
1
Items
31
Last sold
4 months ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions