Stappenplan probleem 1 – Staatsrecht.
Welke controlemiddelen zijn er? (vraag 1)
Stap 1 Overzicht:
Vaste en tijdelijke Kamercommissies;
Nota’s;
Recht op inlichtingen:
o Interpellaties;
o Schriftelijke en mondelingen vragen;
Moties;
o Motie van treurnis
o Motie van afkeuring;
o Motie van wantrouwen;
Recht van onderzoek / Wet op de parlementaire enquête;
Stap 2 Onderzoeksvormen parlementaire enquête (Muller, Coenen, Parlementair
onderzoek in ontwikkeling. Beleid en maatschappij.)
Onderzoeksvormen: Toelichting:
Parlementaire enquête De Kamer kan een enquêtecommissie instellen op basis van
art. 140 e.v. RvO en de Wet op de Parlementaire Enquête,
waardoor de enquêtecommissie kan beschikken over
bijzondere onderzoeksbevoegdheden
Mini- of vervolgenquête De Kamer kan besluiten tot het instellen van een
parlementaire enquêtecommissie die als opdracht krijgt na te
gaan wat er in de praktijk van de door de Kamer aanvaarde
aanbevelingen van een eerdere enquête is terecht gekomen
(zie motie Schutte debat Enquêtecommissie
Opsporingsmethoden).
Tijdelijke commissie Kamer stelt tijdelijke onderzoekscommissie in op basis van art.
18 RvO.
Vaste commissie Een vaste commissie van de Kamer steIt zeIf onderzoek in, aI
dan niet met gebruikmaking van externe deskundigen en
ambtelijke staf. Vaste commissies kunnen hoorzittingen,
werkbezoeken en rondetafelgesprekken houden ter uitvoering
van het onderzoek (art. 27 RvO).
Werkgroep
Een vaste commissie benoemt een werkgroep om een
onderzoek uit te voeren; zie voor bevoegdheden vaste
commissie.
Lid-rapporteur Een vaste commissie benoemt een
lid-rapporteur om een onderzoek uit te voeren; zie voor
bevoegdheden vaste commissie.
Extern onderzoek De Kamer kan externen vragen onderzoek te doen:
Rekenkamer
, CPB
SCP
CBS
RPD
Adviescolleges
RIVM
Rathenau-instituut
Commissie van wijzen
Stap 2a Functies van parlementaire onderzoeken (Boon 1982):
Functies enquêtes: Verklaring functies:
1. hefboomfunctie Wantoestanden komen aan het licht waardoor wetgeving
mogelijk wordt.
2. informatiefunctie Mogelijkheid om als parlement nadere informatie te krijgen.
3. controlefunctie Intensivering controle uitvoerende macht
4. springplankfunctie Parlementariërs gebruiken enquêtes voor eigen politieke
carriere.
5. propagandafunctie Gebruik van de enquête om politiek voordeel te halen.
6. symbolische functie Reinigende en legitimerende werking.
Stap 3 Vaste Kamercommissies:
Iedere ministerie, behalve dat van Algemene Zaken, heeft een vaste commissie (art. 16 RvO
TK). Zij wordt ingesteld door de Staten-Generaal (art. 15 RvO TK).
De vaste commissie is belast met het voorbereidend onderzoek van de betreffende
begrotingsontwerpen en andere daarvan afkomstige wetsvoorstellen en stukken. Ze hebben
tevens tot opdracht het bevorderen van een geregelde gedachtewisseling met de regering,
daaronder begrepen het vragen van inlichtingen (art. 27 en 28 RvO TK).
Door deze bezigheden ontwikkelt zo’n commissie een goed beeld en inzicht van het
ministerie. Op deze manier kan er gecontroleerd en eventueel corrigerend beïnvloed
worden.
Stap 3a Tijdelijke Kamercommissies:
Deze kunnen worden ingesteld door de Staten-Generaal voor specifieke onderwerpen (art.
18 RvO TK).
Stap 4 Nota’s:
Een nota is een speciale vorm van overleg tussen de Tweede Kamer en de regering over het
beleid.
Een nota bevat vaak een toelichting op een wetsvoorstel of op de begroting. Daarbij geven
ministers vaak d.m.v. een afzonderlijke nota een uiteenzetting van hun beleidsvoornemens.
De volksvertegenwoordiging wenst te worden ingelicht over de
beleidsvoornemens van een minister en zal aandringen op een schriftelijke
uiteenzetting daarvan.
Welke controlemiddelen zijn er? (vraag 1)
Stap 1 Overzicht:
Vaste en tijdelijke Kamercommissies;
Nota’s;
Recht op inlichtingen:
o Interpellaties;
o Schriftelijke en mondelingen vragen;
Moties;
o Motie van treurnis
o Motie van afkeuring;
o Motie van wantrouwen;
Recht van onderzoek / Wet op de parlementaire enquête;
Stap 2 Onderzoeksvormen parlementaire enquête (Muller, Coenen, Parlementair
onderzoek in ontwikkeling. Beleid en maatschappij.)
Onderzoeksvormen: Toelichting:
Parlementaire enquête De Kamer kan een enquêtecommissie instellen op basis van
art. 140 e.v. RvO en de Wet op de Parlementaire Enquête,
waardoor de enquêtecommissie kan beschikken over
bijzondere onderzoeksbevoegdheden
Mini- of vervolgenquête De Kamer kan besluiten tot het instellen van een
parlementaire enquêtecommissie die als opdracht krijgt na te
gaan wat er in de praktijk van de door de Kamer aanvaarde
aanbevelingen van een eerdere enquête is terecht gekomen
(zie motie Schutte debat Enquêtecommissie
Opsporingsmethoden).
Tijdelijke commissie Kamer stelt tijdelijke onderzoekscommissie in op basis van art.
18 RvO.
Vaste commissie Een vaste commissie van de Kamer steIt zeIf onderzoek in, aI
dan niet met gebruikmaking van externe deskundigen en
ambtelijke staf. Vaste commissies kunnen hoorzittingen,
werkbezoeken en rondetafelgesprekken houden ter uitvoering
van het onderzoek (art. 27 RvO).
Werkgroep
Een vaste commissie benoemt een werkgroep om een
onderzoek uit te voeren; zie voor bevoegdheden vaste
commissie.
Lid-rapporteur Een vaste commissie benoemt een
lid-rapporteur om een onderzoek uit te voeren; zie voor
bevoegdheden vaste commissie.
Extern onderzoek De Kamer kan externen vragen onderzoek te doen:
Rekenkamer
, CPB
SCP
CBS
RPD
Adviescolleges
RIVM
Rathenau-instituut
Commissie van wijzen
Stap 2a Functies van parlementaire onderzoeken (Boon 1982):
Functies enquêtes: Verklaring functies:
1. hefboomfunctie Wantoestanden komen aan het licht waardoor wetgeving
mogelijk wordt.
2. informatiefunctie Mogelijkheid om als parlement nadere informatie te krijgen.
3. controlefunctie Intensivering controle uitvoerende macht
4. springplankfunctie Parlementariërs gebruiken enquêtes voor eigen politieke
carriere.
5. propagandafunctie Gebruik van de enquête om politiek voordeel te halen.
6. symbolische functie Reinigende en legitimerende werking.
Stap 3 Vaste Kamercommissies:
Iedere ministerie, behalve dat van Algemene Zaken, heeft een vaste commissie (art. 16 RvO
TK). Zij wordt ingesteld door de Staten-Generaal (art. 15 RvO TK).
De vaste commissie is belast met het voorbereidend onderzoek van de betreffende
begrotingsontwerpen en andere daarvan afkomstige wetsvoorstellen en stukken. Ze hebben
tevens tot opdracht het bevorderen van een geregelde gedachtewisseling met de regering,
daaronder begrepen het vragen van inlichtingen (art. 27 en 28 RvO TK).
Door deze bezigheden ontwikkelt zo’n commissie een goed beeld en inzicht van het
ministerie. Op deze manier kan er gecontroleerd en eventueel corrigerend beïnvloed
worden.
Stap 3a Tijdelijke Kamercommissies:
Deze kunnen worden ingesteld door de Staten-Generaal voor specifieke onderwerpen (art.
18 RvO TK).
Stap 4 Nota’s:
Een nota is een speciale vorm van overleg tussen de Tweede Kamer en de regering over het
beleid.
Een nota bevat vaak een toelichting op een wetsvoorstel of op de begroting. Daarbij geven
ministers vaak d.m.v. een afzonderlijke nota een uiteenzetting van hun beleidsvoornemens.
De volksvertegenwoordiging wenst te worden ingelicht over de
beleidsvoornemens van een minister en zal aandringen op een schriftelijke
uiteenzetting daarvan.