Familierecht
Week 1
Literatuur: Hoofdstuk 1 en 2 van het boek 'Praktisch personen- en
familierecht’.
Lesdoelen
1. De student kent de basisbegrippen uit het personen- en familierecht.
De basisbegrippen zijn juridisch persoon, bloed- en
aanverwantschap, woonplaats, registers burgerlijke stand en
geboorte- en overlijdensakte.
2. De student is in staat om in een eenvoudige casus het naamrecht
toe te passen.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen en naamrecht
Het Nederlandse rechtssysteem kan worden ingedeeld in het
publiekrecht en privaatrecht.
Publiekrecht: De overheid heeft altijd een rol in relatie tot burgers of
bedrijven. Deze rol kan worden uitgeoefend op nationaal niveau,
bijvoorbeeld door de regering of het OM, of op lokaal niveau door de
gemeente. Hieronder vallen strafrecht, staatsrecht en bestuursrecht.
Privaatrecht: ziet op alle juridische betrekkingen tussen personen
onderling, waarbij de
overheid in beginsel geen rol speelt. Wordt ook wel burgerlijk- of civiel
recht genoemd.
Privaatrecht
- Personen- en familierecht
- Vermogensrecht
Goederenrecht
Verbintenissenrecht
Publiekrecht
- Strafrecht
- Staatsrecht
- Bestuursrecht
Natuurlijk persoon: mensen van vlees en bloed
Rechtspersoon: bijvoorbeeld bedrijven, een stichting of een vereniging.
1.1Juridische persoon
De wet geeft geen definitie van dit begrip.
,Persoon: degene die drager van rechten en verplichtingen kan zijn. Dat
kunnen hebben
wordt ook wel rechtsbevoegdheid genoemd.
Rechtsbevoegdheid wil zeggen bevoegdheden die iemand heeft op
basis van de wet.
Volgens art. 1:1 lid 1 BW is iedereen in Nederland rechtsbevoegd, en op
gelijke wijze.
Gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod, art. 1 GW.
Grondwet: hoogste nationale wet in Nederland bevat de grondrechten
van elke persoon die zich in Nederland bevindt.
Begin persoonlijkheid: het zijn van een persoon begint bij de geboorte
van een kind. Het kind moet levend ter wereld komen. Art. 1:2 BW-> een
kind dat dood ter wereld komt, wordt geacht nooit te hebben bestaan.
Sinds 2019 is het wel mogelijk de geboorte van een levenloos kind officieel
te laten opnemen in de Basisregistratie Personen (BRP).
Belang kind: art. 1:2 BW bepaalt dat een ongeboren kind als geboren
wordt aangemerkt, als het belang van dat kind daarom vraagt. Wanneer is
daarvan sprake?
In bepaalde situaties kan een kinderbeschermingsmaatregel al nodig zijn
voordat een kind is geboren. Bijvoorbeeld als een alleenstaande moeder
zichzelf en haar kind in gevaar brengt door drugsgebruik. De rechter kan
dan ondertoezichtstelling uitspreken over het ongeboren kind.
Er wordt in de praktijk een jeugdzorgwerker aangesteld die samen met de
moeder
afspraken, gericht op het voorkomen of beperken van beschadiging van
het ongeboren kind. Een andere situatie waarin het belang van een
ongeboren kind is om als geboren te worden beschouwd, is bij een
nalatenschap. Om als erfgenaam te worden aangemerkt, moet iemand
bestaan. Met behulp van art. 1:2 BW kan een ongeboren kind toch
erfgenaam zijn als hij levend ter wereld komt. De rechtsbevoegdheid van
het kind heeft terugwerkende kracht, het kind heeft al recht op de erfenis
voordat het geboren is.
Einde persoonlijkheid: als iemand overlijdt
1.2Bloed- en aanverwantschap
1.2.1 Bloedverwantschap
Duidt op de relatie tussen personen op basis van de geboorte uit bepaalde
ouders. Ook wel biologisch bloedverwantschap.
Juridisch bloedverwantschap: meeromvattend. Ontstaat bijvoorbeeld
wanneer een man een kind erkent van wie hij niet de biologische vader is.
Bij adoptie ontstaat er bloedverwantschap tussen de adoptieouders en het
geadopteerde kind (art. 1:229 BW).
,Juridisch bloedverwantschap wil dus zeggen het bestaan van een
juridische relatie tussen personen, vaak aangeduid als familierechtelijke
betrekking.
Elke geboorte wordt als ware tussen 2 personen in staat als graad
aangemerkt. Het gaat om de afstand in aantal geboorten tussen 2
personen.
Bloedverwantschap in de rechte linie: een verwantschap tussen 2
personen die als het ware boven of onder elkaar staan.
Bloedverwantschap in zijlinie: om de verwantschap met een
oom/tante, broer/zus, of
neef/nicht te bepalen moeten we eerst opklimmen tot de
gemeenschappelijke stamvader of
-moeder. Daarbij telt elke geboorte als een graad. Vervolgens moeten we
afdalen naar de oom/tante, broer/zus of neef/nicht in kwestie, waarbij elke
geboorte weer geteld moet worden.
Waarom is het van belang om de graad van bloedverwantschap vast te
stellen?
Het speelt een rol in het erfrecht. De graad van verwantschap met een
overleden
persoon bepaalt bijvoorbeeld of iemand als erfgenaam wordt aangemerkt
en
recht heeft op (een deel van) de erfenis.
Verwantschap kan een beletsel zijn om met iemand te trouwen. Art. 1:41
BW
bepaalt dat een huwelijk niet mag worden gesloten tussen bloed- en
aanverwanten in de eerste en tweede graad.
1.2.2 Aanverwantschap
Juridische relatie: wanneer een persoon met iemand trouwt, ontstaat er
een juridisch relatie tussen die persoon en de bloedverwanten van een
ander. Deze relatie wordt in art. 1:3 lid 1 BW aanverwantschap genoemd.
Voor een geregistreerd partnerschap geldt hetzelfde. Voor de berekening
van de graden van aanverwantschap geldt dezelfde methode als die voor
bloedverwantschap.
Wanneer iemand aanverwant is, dan leidt dit tot bepaalde bevoegdheden
in zaken die gaan over gezag en voogdij, alsook verplichtingen in
alimentatiezaken. Art. 1:3 lid 3!
1.3Familie- en gezinsleven
1.3.1 Art. 8 EVRM
In art. 8 EVRM is het recht op familie- en gezinsleven vastgelegd: eenieder
heeft recht op
respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en
zijn correspondentie.
, Family life: uit art. 8 EVRM volgt dat iedereen recht heeft op respect voor
zijn familie- en
gezinsleven. Ongerechtvaardigde inmenging in de uitoefening van dit
recht door
overheidsorganen is niet toegestaan.
Het gaat om en nauwe persoonlijke betrekking met een ander, vaak een
kind. Daarmee
wordt ook de band tussen grootouders, ander bloedverwanten of niet-
bloedverwanten
bedoeld. Denk bijvoorbeeld aan de relatie tussen pleegouders en hun
pleegkind.
Samenwoning is geen vereiste maar wel een indicatie.
EHRM: in 1979 deed het Europees Hof voor de Rechten van Mens een
belangrijke uitspraak over family life. De uitspraak is bekend geworden als
het Marckx-arrest. Deze uitspraak heeft ertoe geleid dat de Belgische
wetgeving op dit punt is aangepast, maar ook voor het Nederlandse
familierecht is het van groot belang geweest. Met name in kwesties over
het recht op omgang, ouderlijk gezag na scheiding, uitoefenen van gezag
door ongehuwde ouders, kinderbeschermingsmaatregelen en de
rechtspositie van pleegouders.
1.3.2 Situaties van family life
Tussen echtgenoten (samenwonen is geen vereiste)
Tussen een man en een vrouw die een relatie hebben de vergelijkbaar is
met een
huwelijk (samenwoning is geen vereiste)
Tussen ouders en een uit hun huwelijk geboren kind (vanaf het moment
van
geboorte, samenwoning is geen vereiste)
Tussen ongehuwde, langdurig samenwonende ouders en hun kind
Tussen moederen kind
Tussen de man die het kind heeft erkend en het kind
Tussen de biologische vader en het kind (er moet sprake zijn van
bijkomende
omstandigheden, zoals: samenleving of omgang met het kind, verzorging
van het
kind, een relatie met de moeder)
Tussen naaste bloedverwanten en het kind (er moet een nauwe
persoonlijke
betrekking bestaan)
Tussen pleegouders op opvangouders en kind
Tussen een niet-biologisch ouder kind
Aangezien er geen definitie is wordt de vraag of er sprake is van family life
vaak aan de
rechter voorgelegd.
Gehuwden