Leerstof kennistoets 2
Geneeskunde
Psychische stoornis Een psychische stoornis is een syndroom, gekenmerkt door symptomen op
het gebied van de cognitieve functies (denken), de affectieve functie (voelen) en/of de conatieve
functies (willen en doen) van een persoon. Dat leidt tot significantie lijdendruk en/of beperkingen in
het functioneren op sociaal of beroepsmatig gebied of bij andere belangrijke bezigheden.
Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) richt zich op de volgende doelen:
Preventie psychische aandoening
Behandelen en genezen
Integratie samenleving
Bemoeizorg
0 lijn: bemoeizorg GGZ/GGD
1e lijn: POH-GGZ bij huisarts, psychologenpraktijken
2e lijn: PAAZ algemeen ziekenhuis, geestelijke gezondheidszorg
Classificatie indeling DSM- 5
Het doel is om stoornissen op basis van symptomen te clusteren en te beschrijven, met de nadruk op
wetenschappelijke onderbouwing en verbeterde beschrijvingen van deze stoornissen.
Door internationaal dezelfde criteria af te spreken voor psychiatrische aandoeningen wordt
(wetenschappelijk) onderzoek en communicatie duidelijker en betrouwbaarder.
Indeling DSM – 5
20 groepen stoornissen
Neurobiologische ontwikkelingsstoornis Stoornissen in de zindelijkheid
Schizofrenie en psychotische stoornis Slaap – waak stoornissen
Bipolaire stemmingsstoornissen Seksuele difuncties
Depressieve stemmingsstoornis Genderdysforie
Angststoornis Gedragsstoornis
Obsessief compulsieve stoornissen Verslavingsstoornis
Trauma en stress gerelateerde stoornis Neurocognitieve stoornissen
Dissociatieve stoornissen Persoonlijkheidsstoornissen
Eetstoornissen Overige psychische stoornissen
Psychiatrische diagnose, 3 onderzoeksmethoden:
1. Diagnostisch onderzoek
- Gericht vraaggesprek naar belevingswereld
- Identificatie, probleemanamnese, biografie, familie- anamnese psychische toestand.
- Beoordeling cognitieve, affectieve en conatieve functies
2. Lichamelijk en aanvullend onderzoek
- Vb. scan hersenen, infecties
3. Psychologisch onderzoek
- Vb. persoonlijkheidstest, intelligentietest
, Psychische functies en stoornissen
1. Cognitieve functies
Denken
Drie vermogens van het geheugen:
- Inprenting = opnemen van het geheugen
- Retentie = opslaan van informatie
- Reproductie = ophalen
Verdeling tussen korte en langetermijngeheugen
Korte termijn: Info die op dat moment in bewustzijn actief is.
Lange termijn: Gegevens en ervaringen van langere tijd geleden, niet op dat moment actief in
bewustzijn.
2. Affectieve functies
Voelen
3. Conatieve functies
Willen en doen
Non- verbale en verbale motoriek.
Stoornis: Apraxie (vermogen handelingen uit te voeren)
Stoornis: Afasie (taalstoornis)
Motivatie:
Drift: staan onder controle van menselijke wil en is bedwingbaar (stoornis: automutilatie)
Drang: komt voort uit onbedwingbare neiging en daarmee onbedwingbaar (stoornis: gokken)
Dwang: verschilt van drang omdat ongewenst is en geen lustbeleving geeft. Is onbedwingbaar
(stoornis: OCD, autisme)
Angststoornissen
Angststoornissen behoren tot de meest voorkomende psychische aandoeningen, rond de 15 tot
20% van de bevolking – vooral vrouwen – krijgt ooit te maken met angststoornissen.
Wat gebeurt er bij angst?
Verhoogd activiteit amygdala
Kent emoties toe aan waarneming
Amygdala zorgt voor toename adrenaline: stijging van ademhaling, hartslag, spiertonus,
trillen.
Geheugen herkent de ervaring
Prefrontale cortex dooft aangeleerde angstreacties niet goed uit, dit zorgt ervoor dat je
gevoeliger wordt voor angst.
Wat is angst en wanneer is het een stoornis?
Wordt als dreigend ervaren
Een onaangename emotie
Kan stimuleren tot betere prestaties
Geneeskunde
Psychische stoornis Een psychische stoornis is een syndroom, gekenmerkt door symptomen op
het gebied van de cognitieve functies (denken), de affectieve functie (voelen) en/of de conatieve
functies (willen en doen) van een persoon. Dat leidt tot significantie lijdendruk en/of beperkingen in
het functioneren op sociaal of beroepsmatig gebied of bij andere belangrijke bezigheden.
Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) richt zich op de volgende doelen:
Preventie psychische aandoening
Behandelen en genezen
Integratie samenleving
Bemoeizorg
0 lijn: bemoeizorg GGZ/GGD
1e lijn: POH-GGZ bij huisarts, psychologenpraktijken
2e lijn: PAAZ algemeen ziekenhuis, geestelijke gezondheidszorg
Classificatie indeling DSM- 5
Het doel is om stoornissen op basis van symptomen te clusteren en te beschrijven, met de nadruk op
wetenschappelijke onderbouwing en verbeterde beschrijvingen van deze stoornissen.
Door internationaal dezelfde criteria af te spreken voor psychiatrische aandoeningen wordt
(wetenschappelijk) onderzoek en communicatie duidelijker en betrouwbaarder.
Indeling DSM – 5
20 groepen stoornissen
Neurobiologische ontwikkelingsstoornis Stoornissen in de zindelijkheid
Schizofrenie en psychotische stoornis Slaap – waak stoornissen
Bipolaire stemmingsstoornissen Seksuele difuncties
Depressieve stemmingsstoornis Genderdysforie
Angststoornis Gedragsstoornis
Obsessief compulsieve stoornissen Verslavingsstoornis
Trauma en stress gerelateerde stoornis Neurocognitieve stoornissen
Dissociatieve stoornissen Persoonlijkheidsstoornissen
Eetstoornissen Overige psychische stoornissen
Psychiatrische diagnose, 3 onderzoeksmethoden:
1. Diagnostisch onderzoek
- Gericht vraaggesprek naar belevingswereld
- Identificatie, probleemanamnese, biografie, familie- anamnese psychische toestand.
- Beoordeling cognitieve, affectieve en conatieve functies
2. Lichamelijk en aanvullend onderzoek
- Vb. scan hersenen, infecties
3. Psychologisch onderzoek
- Vb. persoonlijkheidstest, intelligentietest
, Psychische functies en stoornissen
1. Cognitieve functies
Denken
Drie vermogens van het geheugen:
- Inprenting = opnemen van het geheugen
- Retentie = opslaan van informatie
- Reproductie = ophalen
Verdeling tussen korte en langetermijngeheugen
Korte termijn: Info die op dat moment in bewustzijn actief is.
Lange termijn: Gegevens en ervaringen van langere tijd geleden, niet op dat moment actief in
bewustzijn.
2. Affectieve functies
Voelen
3. Conatieve functies
Willen en doen
Non- verbale en verbale motoriek.
Stoornis: Apraxie (vermogen handelingen uit te voeren)
Stoornis: Afasie (taalstoornis)
Motivatie:
Drift: staan onder controle van menselijke wil en is bedwingbaar (stoornis: automutilatie)
Drang: komt voort uit onbedwingbare neiging en daarmee onbedwingbaar (stoornis: gokken)
Dwang: verschilt van drang omdat ongewenst is en geen lustbeleving geeft. Is onbedwingbaar
(stoornis: OCD, autisme)
Angststoornissen
Angststoornissen behoren tot de meest voorkomende psychische aandoeningen, rond de 15 tot
20% van de bevolking – vooral vrouwen – krijgt ooit te maken met angststoornissen.
Wat gebeurt er bij angst?
Verhoogd activiteit amygdala
Kent emoties toe aan waarneming
Amygdala zorgt voor toename adrenaline: stijging van ademhaling, hartslag, spiertonus,
trillen.
Geheugen herkent de ervaring
Prefrontale cortex dooft aangeleerde angstreacties niet goed uit, dit zorgt ervoor dat je
gevoeliger wordt voor angst.
Wat is angst en wanneer is het een stoornis?
Wordt als dreigend ervaren
Een onaangename emotie
Kan stimuleren tot betere prestaties