semester 2
1
,Inleiding
In deze oefentoets staan oefenvragen die je kunnen helpen bij het
voorbereiden op de kennisscan van semester 2, het zijn allemaal
meerkeuzevragen met de opties A, B of C.
De oefentoets is opgedeeld in 2 delen; het eerste deel met 50
meerkeuzevragen en het 2e (extra) deel met 16 meerkeuzevragen.
In de oefentoets zijn alle vakken van het 1e leerjaar, semester 2 van de
studie Voeding & Diëtetiek (HAN) opgenomen. De antwoordsleutels staan
op de laatste pagina.
2
, 50 Oefenvragen (deel 1)
Sociale Wetenschappen
1. Wat is een directe neurobiologische reactie op acute stress die het
geheugen tijdelijk kan beïnvloeden?
a. Verhoogde dopamineactiviteit in de prefrontale cortex
b. Verminderde hippocampusactiviteit door cortisol
c. Versnelde serotoninesynthese in de amygdala
2. Welke stelling over de James-Lange theorie is correct?
a. Emoties ontstaan gelijktijdig met lichamelijke reacties
b. Lichamelijke reacties zijn een gevolg van emoties
c. Emotie is het gevolg van het waarnemen van lichamelijke reacties
3. Wat beschrijft het "spillover effect" binnen emoties?
a. Emotionele besmetting tussen groepsleden
b. Restemotie uit een eerdere situatie beïnvloedt interpretatie van een
nieuwe
c. Overdracht van emoties van fysieke naar cognitieve processen
4. Welke groep loopt het grootste risico op psychosomatische klachten
bij langdurige stress?
a. Jongvolwassenen met extraverte persoonlijkheden
b. Ouderen met een verhoogde cortisolgevoeligheid
c. Kinderen met een overactieve hypothalamus-hypofyse-bijnier-as
5. Wat is een kenmerkend verschil tussen distress en eustress?
a. Distress verhoogt motivatie, eustress remt deze af
b. Eustress leidt tot betere prestaties bij complexe taken
c. Eustress is positief en heeft een adaptieve functie
6. Welke strategie hoort bij probleemgerichte coping?
a. Acceptatie van emoties
b. Zoeken van sociale steun
c. Plannen van concrete actie
7. Welke hersenstructuur activeert het autonome zenuwstelsel bij
dreiging?
a. Prefrontale cortex
b. Thalamus
c. Amygdala
3