lOMoARcPSD|10038856
Omgevingsveiligheid
WEEK 1
De fysieke leefomgeving is wettelijk vastgelegd in Artikel 21 Grondwet. Daarin staat ‘De zorg van de
overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het
leefmilieu’.
De overheid moet dus zorgen voor de fysieke leefomgeving zij moet hem beschermen en benutten.
Hiervoor is de Omgevingswet in het leven geroepen.
De fysieke leefomgeving wordt op dit moment geregeld door heel veel regels. Er bestaan nu een
heleboel aparte formele wetten, besluiten en regelingen die de fysieke leefomgeving regelen.
De fysieke leefomgeving gaat over ‘activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de
fysieke leefomgeving’ (Artikel 1.2 lid 1 Omgevingswet).
In artikel 1.2 lid 3 Ow wordt gezegd dat: ‘activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de
fysieke leefomgeving’.
Wat wordt er bedoelt met activiteiten?
- Het wijzigen van onderdelen van de fysieke leefomgeving of het gebruik daarvan. (gebouwen
invoegen, of een gebouw wat een kantoorpand is wijzigen in een hotel).
- Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. (gebruik water en aardgas moeten zo gebruikt
worden dat de fysieke leefomgeving daardoor geen schade ondervindt).
- Activiteiten waardoor emissies, hinder of risico’s worden veroorzaakt (vervuilende stoffen
naar de lucht of bodem door bijvoorbeeld een fabriek, geluidshinder/geurhinder en die
creëren risico’s.
, lOMoARcPSD|10038856
- Het nalaten van activiteiten (dumpen van drugsafval).
- Gevolgen van de mens, voor zover deze wordt of kan worden beïnvloed door of via
onderdelen van de fysieke leefomgeving (gezondheids gevolgen). De mens zelf is geen
onderdeel van de fysieke leefomgeving. (bijvoorbeeld corona, q-koorts).
Het doel van de omgevingswet, artikel 1.3 Ow:
Het is belangrijk dat ten allen tijde je zaken doorvoert of dingen wijzigt het doel van de wet voor
ogen houdt.
‘Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de
bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang:
a) Bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede
omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsiek waarde van de natuur, en
b) Doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van
maatschappelijke behoeften.
(Meestal tweestrijd tussen natuur en maatschappelijke behoeften).
Wie regelt de fysieke leefomgeving?
- Rijk
- Provincies
- Gemeenten
- Waterschappen
c) =
- Ieder overheidsorgaan heeft zijn specifieke rol/bevoegdheid is het organiseren van de
fysieke leefomgeving. Deze rol/bevoegdheid is afgestemd op de taak van dat
overheidsorgaan.
- Ieder overheidsorgaan moet deze rol/bevoegdheid uitoefenen met ‘het oog op de doelen
van de wet’ (art. 2.1 lid 1 Ow).
- Ieder overheidsorgaan houdt ‘rekening met de samenhang van de relevante onderdelen en
aspecten van de fysieke leefomgeving en van de rechtstreeks daarbij betrokken belangen’
(art. 2.1 lid 2 Ow). Je moet rekening houden met heel veel belanghebbenden, zoals
bedrijven, bewoners en projectontwikkelaars.
De Omgevingswet zegt dat de gemeente meestal zelf beslist over alles wat te maken heeft met de
leefomgeving, zoals bouwen, verkeer en natuur. Maar als het om iets gaat dat belangrijk is voor de
provincie of de landelijke overheid, en de gemeente kan dat niet goed regelen, dan nemen zij het
over. Het idee is: de gemeente regelt het, behalve als het echt niet anders kan. De omgevingswet
biedt instrumenten om de fysieke leefomgeving te organiseren. De overheid is daarvoor
verantwoordelijk en heeft daarvoor instrumenten, het wordt vooral decentraal geregeld.
, lOMoARcPSD|10038856
Rijksregels of provinciale regels;
Basisregels waar iedereen zich aan moet houden. Denk bijv. hoe omgaan met natuur, waterbeheer.
Hoe de luchtvervuiling berekent wordt.
1. Omgevingsvisie (beleid van rijk, provincie en gemeente):
Meer hoe ze invulling gaan geven op die basis en hoe ze daar tegen aan kijken.
Aanvullend op basisregels en geldt enkel voor overheidsorgaan die het beleid opstelt. Provincies
hebben bijvoorbeeld allemaal andere visies over stikstof.
3. Decentrale regels; Omgevingsplan
Maakt een functie/activiteit mogelijk, bijvoorbeeld recreatiegebied of industriegebied daar komt
veiligheid aan bod.
5. Omgevingsvergunning
Kan nodig zijn om een functie/activiteit die op grond van het
omgevingsplan kan worden gerealiseerd concreet toe te
staan. Met een vergunning wordt getoetst of dat past in het
omgevingsplan. En in de vergunning kunnen eisen worden
gesteld specifiek voor die activiteiten of die functie.
Bijvoorbeeld een bouwvergunning, natuurvergunning en
milieuvergunning.
Zo’n omgevingsplan dat heeft veelal een gemeentelijk niveau en heette tot nu toe altijd een
bestemmingsplan. Je hebt ook nog provinciale omgevingsverordeningen en waterschap
verordeningen waar ook decentrale regels in worden opgenomen.
We concentreren ons op het omgevingsplan, dat een centrale rol inneemt in de organisatie van de
fysieke leefomgeving.
Je hebt (internationale) Rijksregels en provinciale regels die worden vertaald naar het omgevingsplan
of naar de omgevingsvergunning. Bij een omgevingsplan kun je denken aan dat je bij de gemeente
werkt en dat je daar een omgevingsplan moet gaan maken waar je dus toetst aan
, lOMoARcPSD|10038856
rijksregels/provinciale regels en je eigen ideeën gaat opschrijven als gemeente. Maar het dus zijn dat
je een industrie gebied wil verruimen omdat je wil dat daar meer industrie komt te staan. Of het
afbouwen van industrie. Die veranderingen die in de omgeving plaatsvinden moet je dan vastleggen
in zo’n omgevingsplan. Het kan ook zijn dat je bij een bedrijf werkt die juist veranderingen wil
doorvoeren of dat je een nieuw bedrijf wil oprichten. Op zo’n moment heb je een vergunning nodig
of een verandering van een vergunning en die ga je aanvragen waarbij je dus ook duidelijk maakt
wat de effecten zijn voor de leefomgeving. De omgevingsvergunning wordt getoetst aan het
omgevingsplan en uiteindelijk gaat de gemeente beslissen of dat kan of niet kan. En er wordt
getoetst of alles in overeenstemming is met de rijksregels.
Omgevingsveiligheid
Balans tussen activiteiten met gevaarlijke stoffen en het benutten van de fysieke leefomgeving.
Scenario’s met gevaarlijke stoffen met dodelijk effect buiten een inrichting of transportas.
Risicobronnen in gevaarlijke stoffen:
- Gebruik/opslag/productie gevaarlijke stoffen.
- Transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen of via land/water/lucht.
Grondslag omgevingsveiligheid:
- Risicobenadering = risico x Effect. Daar gingen we altijd van uit.
Omgevingsveiligheid
WEEK 1
De fysieke leefomgeving is wettelijk vastgelegd in Artikel 21 Grondwet. Daarin staat ‘De zorg van de
overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het
leefmilieu’.
De overheid moet dus zorgen voor de fysieke leefomgeving zij moet hem beschermen en benutten.
Hiervoor is de Omgevingswet in het leven geroepen.
De fysieke leefomgeving wordt op dit moment geregeld door heel veel regels. Er bestaan nu een
heleboel aparte formele wetten, besluiten en regelingen die de fysieke leefomgeving regelen.
De fysieke leefomgeving gaat over ‘activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de
fysieke leefomgeving’ (Artikel 1.2 lid 1 Omgevingswet).
In artikel 1.2 lid 3 Ow wordt gezegd dat: ‘activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de
fysieke leefomgeving’.
Wat wordt er bedoelt met activiteiten?
- Het wijzigen van onderdelen van de fysieke leefomgeving of het gebruik daarvan. (gebouwen
invoegen, of een gebouw wat een kantoorpand is wijzigen in een hotel).
- Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. (gebruik water en aardgas moeten zo gebruikt
worden dat de fysieke leefomgeving daardoor geen schade ondervindt).
- Activiteiten waardoor emissies, hinder of risico’s worden veroorzaakt (vervuilende stoffen
naar de lucht of bodem door bijvoorbeeld een fabriek, geluidshinder/geurhinder en die
creëren risico’s.
, lOMoARcPSD|10038856
- Het nalaten van activiteiten (dumpen van drugsafval).
- Gevolgen van de mens, voor zover deze wordt of kan worden beïnvloed door of via
onderdelen van de fysieke leefomgeving (gezondheids gevolgen). De mens zelf is geen
onderdeel van de fysieke leefomgeving. (bijvoorbeeld corona, q-koorts).
Het doel van de omgevingswet, artikel 1.3 Ow:
Het is belangrijk dat ten allen tijde je zaken doorvoert of dingen wijzigt het doel van de wet voor
ogen houdt.
‘Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de
bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang:
a) Bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede
omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsiek waarde van de natuur, en
b) Doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van
maatschappelijke behoeften.
(Meestal tweestrijd tussen natuur en maatschappelijke behoeften).
Wie regelt de fysieke leefomgeving?
- Rijk
- Provincies
- Gemeenten
- Waterschappen
c) =
- Ieder overheidsorgaan heeft zijn specifieke rol/bevoegdheid is het organiseren van de
fysieke leefomgeving. Deze rol/bevoegdheid is afgestemd op de taak van dat
overheidsorgaan.
- Ieder overheidsorgaan moet deze rol/bevoegdheid uitoefenen met ‘het oog op de doelen
van de wet’ (art. 2.1 lid 1 Ow).
- Ieder overheidsorgaan houdt ‘rekening met de samenhang van de relevante onderdelen en
aspecten van de fysieke leefomgeving en van de rechtstreeks daarbij betrokken belangen’
(art. 2.1 lid 2 Ow). Je moet rekening houden met heel veel belanghebbenden, zoals
bedrijven, bewoners en projectontwikkelaars.
De Omgevingswet zegt dat de gemeente meestal zelf beslist over alles wat te maken heeft met de
leefomgeving, zoals bouwen, verkeer en natuur. Maar als het om iets gaat dat belangrijk is voor de
provincie of de landelijke overheid, en de gemeente kan dat niet goed regelen, dan nemen zij het
over. Het idee is: de gemeente regelt het, behalve als het echt niet anders kan. De omgevingswet
biedt instrumenten om de fysieke leefomgeving te organiseren. De overheid is daarvoor
verantwoordelijk en heeft daarvoor instrumenten, het wordt vooral decentraal geregeld.
, lOMoARcPSD|10038856
Rijksregels of provinciale regels;
Basisregels waar iedereen zich aan moet houden. Denk bijv. hoe omgaan met natuur, waterbeheer.
Hoe de luchtvervuiling berekent wordt.
1. Omgevingsvisie (beleid van rijk, provincie en gemeente):
Meer hoe ze invulling gaan geven op die basis en hoe ze daar tegen aan kijken.
Aanvullend op basisregels en geldt enkel voor overheidsorgaan die het beleid opstelt. Provincies
hebben bijvoorbeeld allemaal andere visies over stikstof.
3. Decentrale regels; Omgevingsplan
Maakt een functie/activiteit mogelijk, bijvoorbeeld recreatiegebied of industriegebied daar komt
veiligheid aan bod.
5. Omgevingsvergunning
Kan nodig zijn om een functie/activiteit die op grond van het
omgevingsplan kan worden gerealiseerd concreet toe te
staan. Met een vergunning wordt getoetst of dat past in het
omgevingsplan. En in de vergunning kunnen eisen worden
gesteld specifiek voor die activiteiten of die functie.
Bijvoorbeeld een bouwvergunning, natuurvergunning en
milieuvergunning.
Zo’n omgevingsplan dat heeft veelal een gemeentelijk niveau en heette tot nu toe altijd een
bestemmingsplan. Je hebt ook nog provinciale omgevingsverordeningen en waterschap
verordeningen waar ook decentrale regels in worden opgenomen.
We concentreren ons op het omgevingsplan, dat een centrale rol inneemt in de organisatie van de
fysieke leefomgeving.
Je hebt (internationale) Rijksregels en provinciale regels die worden vertaald naar het omgevingsplan
of naar de omgevingsvergunning. Bij een omgevingsplan kun je denken aan dat je bij de gemeente
werkt en dat je daar een omgevingsplan moet gaan maken waar je dus toetst aan
, lOMoARcPSD|10038856
rijksregels/provinciale regels en je eigen ideeën gaat opschrijven als gemeente. Maar het dus zijn dat
je een industrie gebied wil verruimen omdat je wil dat daar meer industrie komt te staan. Of het
afbouwen van industrie. Die veranderingen die in de omgeving plaatsvinden moet je dan vastleggen
in zo’n omgevingsplan. Het kan ook zijn dat je bij een bedrijf werkt die juist veranderingen wil
doorvoeren of dat je een nieuw bedrijf wil oprichten. Op zo’n moment heb je een vergunning nodig
of een verandering van een vergunning en die ga je aanvragen waarbij je dus ook duidelijk maakt
wat de effecten zijn voor de leefomgeving. De omgevingsvergunning wordt getoetst aan het
omgevingsplan en uiteindelijk gaat de gemeente beslissen of dat kan of niet kan. En er wordt
getoetst of alles in overeenstemming is met de rijksregels.
Omgevingsveiligheid
Balans tussen activiteiten met gevaarlijke stoffen en het benutten van de fysieke leefomgeving.
Scenario’s met gevaarlijke stoffen met dodelijk effect buiten een inrichting of transportas.
Risicobronnen in gevaarlijke stoffen:
- Gebruik/opslag/productie gevaarlijke stoffen.
- Transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen of via land/water/lucht.
Grondslag omgevingsveiligheid:
- Risicobenadering = risico x Effect. Daar gingen we altijd van uit.