SOMATISCH-SYMPTOOMSTOORNIS EN VERWANTE STOORNISSEN (SSRD) DSM 5
Kenmerken:
- Lichamelijke klachten die ofwel lijdensdruk teweegbrengen/ dagelijks functioneren sig. verstoren,
- Mét excessieve en disproportionele gedachten, gevoelens en gedragingen over deze klachten
Soorten/ subcategorieën: - nieuw ziektebeeld, sinds DSM5
Somatische symptoomstoornis (SSD); Psychische factoren die somatische
Ziekteangststoornis; aandoeningen beïnvloeden (nieuw!);
Conversiestoornis (functioneel-neurologisch- Nagebootste stoornis (pathomimie,
symptoomstoornis); ‘Münchhausen (by proxy)’)
GESCHIEDENIS
- Mens sana in corpore sano (Romeinen) = gzeonde geest in een gezond lichaam
- Middeleeuwen/renaissance: scheiding lichaam en geest -> biologsche verklaring
• Vermoeidhed na grote prestate bij mannen (bv. ridders/adel…)
• “Wandering womb” (oude Grieken- Hippocrates; 16-17e eeuw)
o Plaats van baarmoeder verklaart ziektes bij vrouwen
o Hysteria (zenuw ziekte) zou ontstaan door ‘reisende baarmoeder’ - "like a living thing inside another
living thing…”. Symptomen afhankelijk van locatie baarmoeder.
- Verlichting/ 17de – 19de eeuw: Medische evolutie + zorgmogelijkheden:
• Korte neurologische interesse, maar geen sterk biologisch model → psychiatrie/psychologie.
• Thomas Sydenham: Hysteria= en vrouwenkwaal, maar een geestelijk symptoom.
o Freud’s theory, ‘free floating consiousness – ‘mind within the mind’ hierop gebaseerd…
▪ Sprak over psychosomatosen1
DSM focus:
- Vroeger: af/ aanwezigheid somatische oorzaak (somatische- en conversie stoornis) & onderliggende psychische oorzaak
(conversie- en pijnstoornis)
DSM3 (1987) DSM4
Somatisatie stoornis of “Briquet’s Stoornissen die de vorm aannemen van een lichamelijke
syndroom” voor het eerst beschreven aandoening, hoewel ze niet worden verklaard door een organisch
(poging een onderscheid te maken tussen ziekteproces of pathofysiologisch mechanisme, maar berusten op
hysterie en conversie). een psychische stoornis.
- DSM5: geen uitspraak somatische vs psychische oorzaak (somatisch-symptoomstoornis) & impact klachten
• Nadruk: bio-psycho-sociaal model in etiologie en behandeling
• Focus: cognities, gevoel, gedrag
• Bruikbaar: niet-GGZ
Psychosomatische klachten2 Somatoforme klachten
Klinisch beeld: somatische klachten Klinisch beeld: somatische klachten
Aantoonbaar verklarend pathofysiologisch substraat, Geen (voldoende ernstig) aantoonbaar pathofysiologisch
m.a.w. structurele schade in het orgaansysteem substraat
Klachten (deels) verklaard door somatische ziekte Klachten niet (voldoende) verklaard door een somatische ziekte
Psychische factoren, negatieve invloed op ontstaan Klachten leiden tot functionele beperking en zijn niet geveinsd
en/of verloop klachten Psychische factoren spelen rol in ontstaan/ verloop klachten
Bv. astma, maagzweren, atopisch eczeem
1
Psychosomatosen= lichamelijke klachten worden veroorzaakt door een kenmerkende persoonlijkheidsstructuur,
neurotisch conflict, verdrongen traumatische ervaring …bv pijn, maagzweer, astma, migraine, conversie…
2
Psychosomatiek/ psychosomatische geneeskunde= ziektebeelden die zich vooral lichamelijk manifesteren, maar
waarbij psychische factoren een duidelijke factor zijn.
, ‘Voldoende verklarend?’
- Vaak: veranderende toestanden, in continuüm,
oorzaak-gevolg moeilijk onderscheid.
- Niet categoriale benadering.
VERANDERING VAN DSM4 NAAR DSM5
ASSESSMENT
- Patiënten perspectief: Vaak overtuigd somatische oorzaak → weerstand tegen psychische hulp.
- Diagnose SSRD (DSM-5): Organisch lijden uitsluiten is niet noodzakelijk (anders dan DSM-IV-TR).
- Diagnostische methoden: (semi-) gestructureerd interview, zelfrapportage vragenlijsten, VAS schaal,
screening angst en depressie.
EPIDEMIOLOGIE
- Door veranderende DSM-criteria (DSM-III → DSM-5) weinig precieze data.
- Grote, moeilijk te behandelen groep in de zorg:
• Behandelingen weinig effectief of zelfs verergering – complex ziektebeeld
o Conversiestoornis → relatief gunstige prognose.
• Vatbaar voor nevenwerkingen.
• Verlies van vertrouwen in artsen => ! Hoe meer vertrouwen in behandeling, hoe meer effect
SSRD
Algemene prevalentie: 5-7% (!!) Culturele factoren:
Conversiestoornis: zeldzaam (<,1%), 11-35% o Waarden, normen en overtuigingen
neurologische ptn, rapporteert medisch onverklaarde klachten. beïnvloeden: interpretatie lichamelijke
Geslachtsverschillen: ♀ >> ♂ klachten en hulpzoekgedrag.
o CVS/ fibromyalgie: 75%, onset: 25-35j o << Chinese, Afrikaanse en Latijns-
Amerikaanse populaties.
o CVS vooral in ontwikkelde landen.
ONBEGREPEN LICHAMELIJKE KLACHTEN – gevaar overdiagnose
- Prevalentie: 85% had afgelopen 2W onbegrepen lichamelijke klacht.
- Huisarts: 30-50% medisch onverklaarbare klachten ( 25% psychosomatiek)
- Specialist: 25-60% medisch onverklaarbare klachten.
- Prognose: na 15m, 75% klacht afgenomen
COMORBIDITEIT
- 30%: angststoornis/ depressie – 1e lijn
- 60%: angststoornis & 30%: persoonlijkheidsstoornis – 2e lijn
ETIOLOGIE
- Bio-psycho-sociaal model
• Samenspel: kwetsbaarheid + uitlokkende + in stand
houdende factoren (biologisch & psychosociaal)