1. Begripsbepaling
Om welke ziekte gaat het? Nederlandse naam, Latijnse naam, eventuele andere
benamingen (in de volksmond).
- In de casus gaat het om ADHD. Dit staat voor Attention Deficit Hyperactivity
Disorder, ook wel aandachts- tekort stoornis met hyperactiviteit.
2. Verspreiding (epidemiologie)
Hoe vaak komt de ziekte voor? Bij welke groepen mensen komt de ziekte voor? In
welke gebieden komt de ziekte voor?
- Volgens het RIVM was dit het aantal mensen tussen de 18 en 44 in 2016 met ADHD.
123.100 mensen
3. Anatomie/ fysiologie
Welke anatomie en welke fysiologie is bij dit ziektebeeld betrokken?
- Signalen tussen hersencellen worden doorgegeven door chemische boodschappers.
Ook wel neurotransmitters genoemd. Het is gebleken dat de neurotransmitters
dopamine en noradrenaline in verminderde hoeveelheid voorkomen in het voorste
gedeelte van de hersenen van ADHD-patiënten, de prefontaalkwabben. Dergelijke
afwijkingen worden veroorzaakt door een verstoring van het evenwicht tussen de
neurotransmitters dopamine en noradrenaline, die een belangrijke rol spelen bij de
overdracht van prikkels in de zenuwcellen. Als deze neurotransmitters niet in balans
zijn, leidt dit tot een gebrekkige informatieverwerking in de aangetaste delen van de
hersenen.
- Dit gaat samen met afwijkende functie van de prefrontaalkwabben en een
verminderde anatomische organisatie van de verbindingen tussen de
prefrontaalkwabben en verschillende dieper gelegen hersenkernen. De voorste
hersenkwabben zijn betrokken bij veel functies die bij ADHD verstoord zijn: het
langdurig behouden van aandacht, het onderdrukken van impulsen en het sturen en
plannen van gedrag.
- Neurotransmitters zijn de signaalstofjes die zenuwimpulsen overdragen tussen
zenuwcellen (neuronen) en/of kliercellen en spiercellen. Je zou het boodschappers
kunnen noemen bestaande uit een chemische substantie. Elke boodschap begint
met een elektrisch signaal.
- Elke zenuwcel heeft een bepaalde elektrische lading die afgevuurd wordt als er een
specifieke grens bereikt is. Daarbij
komen de neurotransmitters vrij.
Neurotransmitters worden in de uiteinden
(synaps) van een zenuwcel gemaakt
en richting het celmembraan van de cel
uitloper, het axon vervoerd. Een deel van de
neurotransmitters is altijd klaar om
uitgescheiden te worden en een deel wordt
opgeslagen in kleine 'zakjes' tot ze gebruikt
kunnen worden.