kennisclips
En boekhoofdstukken van Social cognition 2e editie
(Greifeneder et al., 2018)
Sociale Cognitie 2025 (202100462)
,Inhoud
Week 17 kennisclip 1...................................................................................3
Week 17 kennisclip 3...................................................................................3
Russell (2015)..............................................................................................3
Todorov (2015).............................................................................................4
Week 18 kennisclip hoe mensen kennis structureren deel 1........................5
Week 18 kennisclip hoe mensen kennis structureren deel 2........................5
Week 18 omgaan met onze beperkingen deel 1..........................................6
Week 18 omgaan met onze beperkingen deel 2..........................................7
Week 18 omgaan met onze beperkingen deel 3..........................................7
Schwartz (2004)...........................................................................................8
Schwartz (2007)...........................................................................................8
Week 20 het gebruik van geactiveerde informatie......................................9
Week 20 selectie en reconstructie van informatie.....................................10
Smith (2014)..............................................................................................10
Week 21 taalabstractie..............................................................................11
Week 21 conversationele normen..............................................................12
Week 22 attitudes......................................................................................12
Week 22 indirecte maten...........................................................................13
Bohner & Dickel (2011) attitudes and attitude change..............................13
Week 23 motivatie en zelf-regulatie...........................................................16
Week 23 prosociaal gedrag........................................................................17
Hofmann, Schmeichel & Baddeley (2012)..................................................17
Rand & Nowak (2013)................................................................................18
Hoofdstuk 1................................................................................................21
Hoofdstuk 2................................................................................................21
Hoofdstuk 3................................................................................................22
Hoofdstuk 4................................................................................................23
Hoofdstuk 6................................................................................................24
Hoofdstuk 5................................................................................................24
Hoofdstuk 10..............................................................................................25
Hoofdstuk 9................................................................................................25
,Hoofdstuk 7................................................................................................26
Hoofdstuk 8................................................................................................27
Week 17 kennisclip 1
Bottom up informatie = informatie die binnenkomt via de zintuigen, het begint bij
wat je waarneemt en bouwt van daaruit begrip op
Top down kennis = Kennis, verwachtingen of ervaringen die je al hebt en die
invloed uitoefenen op hoe je informatie waarneemt en interpreteert
Sociale eigenschappen zijn vaak niet direct waarneembaar contructing social
reality
De objectieve werkelijkheid wordt
in een subjectieve werkelijkheid vertaald
Je bestaande kennis verrijkt en beïnvloedt
de constructie van je subjectieve werkelijkheid
Week 17 kennisclip 3
Basic emotion theory 6 basis emoties: blij, boos, verdriet, angst, walging,
verbazing
Altijd directe link tussen interne staat en universele
expressie (tenzij display rule)
BET is verouderd
Informatie wordt uit context gehaald (body), intensiteit uit expressies
Ook interpretatie van milde
expressies zijn context afhankelijk
Russell (2015)
Skeptical view of BET’s prospects
Gebrek aan consistentie
- Mensen tonen niet altijd de verwachte gezichtsuitdrukking lachen
niet alleen maar als ze gelukkig zijn
Contextuele invloed
- Zelfde gezicht in andere situaties verschillende betekenissen
Culturele variatie
, - Uitdrukkingen kunnen anders worden geïnterpreteerd
Methologische beperkingen
- Veel onderzoeken maken gebruik van geposeerde
gezichtsuitdrukkingen/ geforceerde keuzeformats
Todorov (2015)
Mensen schrijven automatisch en snel sociale eigenschappen toe aan gezichten,
zoals betrouwbaarheid of dominantie.
I. Perceptuele determinanten van sociale attributies
Mensen trekken consistente conclusies over iemands persoonlijkheid op
basis van gelaatskenmerken (bijv. vertrouwen, dominantie).
Bepaalde structurele kenmerken zoals een babyface, masculiene
trekken of gelijkenis met emotionele expressies (zoals boosheid of
glimlachen) beïnvloeden hoe we iemand beoordelen.
Er is veel overlap tussen waargenomen eigenschappen; bijvoorbeeld,
mensen die er dominant uitzien worden ook als bedreigend gezien.
II. Niet-perceptuele determinanten
Sociale oordelen worden niet alleen bepaald door wat we zien, maar
ook door ervaring, context, en kennis:
- Typischheid: atypische gezichten worden als minder betrouwbaar
ervaren
- Sociale categorieën: stereotype kennis beïnvloedt oordeelvorming
(etniciteit/geslacht)
- Eerdere associaties: als een gezicht geassocieerd wordt met bepaald
gedrag
- Zelfgelijkenis: gezichten die op onszelf lijken worden als positiever
beoordeeld
III. Gevolgen van sociale attributies
Oordelen op basis van gezichten hebben echte impact op keuzes en
uitkomsten:
- Politiek: kandidaten met ‘competente’ gezichten winnen vaker
verkiezingen
- Rechtspraak: mensen met ‘onbetrouwbare’ of ‘criminele’ gezichten
worden strenger gestraft
- Dating: bepaalde gezichtskenmerken verhogen kans op succes (los van
aantrekkelijkheid)
- Economie: mensen investeren meer geld in gezichten die betrouwbaar
lijken (zelfs als ze weten dat dat gezicht eerder onbetrouwbaar was
IV. Nauwkeurigheid van sociale attributies
Veel van deze oordelen zijn niet accuraat:
- Studies tonen vaak slechts geringe boven-chance voorspellingen.
- Oordelen zijn vaak gebaseerd op oppervlakkige cues zoals leeftijd of
geslacht.
- Mensen gebruiken subtiele gelaatskenmerken te veel en negeren
betrouwbare informatie zoals base-rates.
- Oordelen verschillen sterk afhankelijk van welke foto van iemand je laat
zien—dus zelfs binnen één persoon kunnen oordelen enorm verschillen.
V. Functionele betekenis
Sociale oordelen uit gezichten zijn snel en automatisch—mogelijk nuttig
in evolutionaire zin (zoals gevaar herkennen).
Toch zijn ze vaak onjuiste voorspellers van persoonlijkheid.
Deze oordelen kunnen ook zelfvervullende voorspellingen worden:
mensen gaan zich gedragen zoals van hen wordt verwacht (bv. iemand