Neurologie
Inhoudsopgave
CVA.........................................................................................................................................................1
Theorie...............................................................................................................................................1
Hypothesen........................................................................................................................................4
Onderzoek..........................................................................................................................................5
Behandeling........................................................................................................................................6
Parkinson................................................................................................................................................8
Theorie...............................................................................................................................................8
Hypothesen........................................................................................................................................9
Onderzoek........................................................................................................................................10
Behandeling......................................................................................................................................13
Dwarslaesie..........................................................................................................................................17
Theorie.............................................................................................................................................17
Hypothesen......................................................................................................................................17
Onderzoek........................................................................................................................................18
Behandeling......................................................................................................................................19
DCD.......................................................................................................................................................21
Theorie.............................................................................................................................................21
Hypothesen......................................................................................................................................23
Behandeling......................................................................................................................................24
Multiple sclerose..................................................................................................................................26
Theorie.............................................................................................................................................26
Hypothesen......................................................................................................................................28
Onderzoek........................................................................................................................................29
Behandeling......................................................................................................................................30
Vragenlijsten.........................................................................................................................................31
Meetinstrumenten...............................................................................................................................32
CVA
Theorie
Ischemisch Cerebrovasculair Accident (iCVA) Hemorragisch Cerebrovasculair Accident (hCVA)
, Herseninfarct Hersenbloeding
Een stelsel van (kleine) slagaders zorgt ervoor Bij een hersenbloeding scheurt een bloedvat
dat zuurstofrijk bloed in alle delen van de zodat bloed in en rondom de hersenen kan
hersenen komt. Bij een herseninfarct raakt stromen. Het bloed drukt een deel van het
zo’n slagader in de hersenen vernauwd of hersenweefsel weg zodat het beschadigd raakt.
verstopt.
Wordt meestal veroorzaakt door Wordt veroorzaakt door een hoge bloeddruk en
atherosclerose: vetachtige stoffen en slagaderverkalking.
bloedstolsel hechten zich vast aan een De zwakke plek in de bloedvatwand kan ook
beschadigd stukje van de bloedvatwand uitgroeien tot een aneurysma heeft een
dunne bloedvatwand, waardoor hij een grotere
hoopt zich zo ver op dat de slagader
kans heeft om te scheuren
dichtslibt of raakt los en blokkeert een
kleinere slagader verderop in de hersenen
Transient Ischaemic Attack (TIA)
Een tijdelijk verminderde bloedtoevoer in de
slagaderen van de hersenen (lichte beroerte)
Wordt veroorzaakt door een bloedstolsel
(embolie) in de slagader
De symptomen duren meestal < 30 minuten,
maar kunnen officieel 24 uur aanhouden
In de eerste drie maanden vindt 80% van het functioneel herstel na een CVA plaats. Er zijn in het
beloop grofweg twee fasen te onderscheiden:
1. De eerste zes maanden na het CVA: wordt gekenmerkt door functioneel herstel, waarbij
initiële stoornissen in functies en beperkingen in activiteiten verminderen of zelfs volledig
verdwijnen
o In deze fase is m.n. het potentieel van het herstel belangrijk
2. De periode na de eerste zes maanden (chronische fase): de nadruk ligt op het identificeren
van patiënten die een grote kans hebben op verder functioneel herstel en het signaleren van
patiënten die “at risk” zijn voor verslechtering
Drie fasen:
- Premobilisatiefase (enkele uren tot vele weken): het medisch beleid is erop gericht de
patiënt in bed te houden
- Mobilisatiefase: functioneel trainen
- Cognitieve revalidatie: gericht op functies zoals aandacht, probleemoplossend vermogen,
plannen, bewustzijn/besef, etc.
, Symptomen Risicofactoren
Sensomotorische stoornissen: BRAVOS (lichamelijke inactiviteit, ongezonde
- Hemiparese voeding)
- Spastisch patroon
- Hypertonie
- Sensibiliteitsuitval
- Coördinatie van bewegen
- Balansproblemen
Neurologische stoornissen: Hypertensie
- Afasie
- Apraxie
- Neglect
- Hemianopsie
- Cognitieve stoornissen
- Aandachts- en concentratiestoornissen
- Gedragsverandering
Sociaal-emotionele stoornissen DM type II
Psychische stoornissen Te hoog cholesterolgehalte
Overgewicht/obesitas
Hart- en vaatziekten
Stoornissen:
Linker hemisfeer Rechter hemisfeer
Afasie Neglect
Agnosie Impulsief gedrag
Hemianopsie Letterlijk nemen van taal
Neglect Verminderd ziekte-inzicht
Apraxie Weinig rekening houden met anderen
Ataxie Hemianopsie
Problemen chronologie Apraxie
Foreign accent syndroom Ataxie
Bewegingsstoornissen
Gevoelsstoornissen
Cognitieve stoornissen
- Afasie: een taalstoornis (géén spraakstoornis) veroorzaakt door hersenletsel waardoor de
communicatie wordt belemmerd
- Agnosie: het onvermogen om dingen te herkennen die via de zintuigen waargenomen
worden (meestal beperkt tot één zintuig)
- Hemianopsie: blindheid van één gezichtsveld veroorzaakt door hersenbeschadiging van de
(zenuwen naar) visuele hersengebieden (dus niet van de ogen)
- Neglect: één lichaamshelft of een deel van de ruimte om iemand heen wordt verwaarloosd
- Apraxie: bewuste handelen kunnen niet meer worden uitgevoerd
o Ideatoir: stoornis in de planning en volgorde
o Ideomotorisch: stoornis in het hanteren van volgorde
- Ataxie: coördinatiestoornis van de actieve bewegingen
, o Cerebellair: probleem met de fijne regeling van de uitvoerende bewegingen
patiënt “mist het doel”; dronkemansgang
o Sensorisch: probleem met het positiegevoel van de ledematen of romp grovere
correcties
Hypothesen
Functie/structuur Activiteiten Participatie
Afasie (bij links CVA) Moeite met transfers Werk/ hobby/sport niet
Agnosie (links) Niet zelfstandig lopen uitvoeren
Hemianopsie (rechts) Niet-zelfstandige toiletgang Deelname in gezin
Neglect Verstoorde slikfunctie Verminderd sociaal contact
Apraxie Niet zelfstandig functioneren
Atactisch looppatroon - Aan-/uitkleden
Sensibiliteitsstoornis - Eten klaarmaken
contralateraal - Toiletgang
Hemiparese contralateraal
Hypotonie (in shock fase)
Hypertonie
Verminderde stabiliteit
Verminderde zitbalans
Verminderde coördinatie
Valgevaarlijk
Verkorte romp/nek aangedane
zijde
Flexie stand elleboog
Sleepvoet/ klapvoet
Hulpmiddel
Verminderde zwaaifase tijdens
het lopen
Verstoorde visus
Dwanghuilen/-lachen (rechts)
Perseveraties
Verstoord ruimtelijk inzicht
Vermoeidheid
Persoonlijk Omgeving
Stress Man/vrouw overbezorgd
Angst recidief Kinderen
Actieve coping Hulp nodig in huishouden
Fase shock Niet gelijkvloers wonen
BRAVOS Gebrek aan sociale steun
Medicatie
Aandachtsproblematiek
Organisatieproblematiek