Bijzonder strafrecht
College 1: inleiding 06-02-2025
Definitiebepaling:
- Bijzonder strafrecht = Al het materiële en formele strafrecht buiten de wetboeken WvSr en
WvSv
- Dus ook lokaal strafrecht, zoals bepaling in gemeentewet. Gaat dan wel om overtredingen,
niet om misdrijven. Het lokale strafrecht komt in dit vak niet aan bod.
- In de strafrechtspraktijk wordt een andere definitie gehanteerd
- Vandaag focus op het materieel strafrecht
Stelling om te bespreken:
- Het recht vormt de samenleving OF de samenleving vormt het recht beiden deels waar,
maar iig is het zo dat de geschiedenis het recht vormt. Binnen die geschiedenis zijn er ook
toevalligheden die maken dat het recht wordt zoals het wordt.
Historische context:
- Waarom hebben we strafrechtelijke codificaties?
- Op welke wijze is dat terug te zien in Sr?
- Welke positie nemen bijzondere wetten in tov Sr en Sv?
Tot 1795 NL een republiek der 7 verenigde Nederlanden: provincies en gebieden die een
samenwerkingsverband hadden. Vertegenwoordigers kwamen samen in de Staten-Generaal om
afspraken te maken. Iedere provincie was soeverein. Deze vorm zorgde voor
rechtsverscheidenheid en rechtsonzekerheid. Er was geen goed beeld van wat het geldende recht
was, maar men kreeg het niet voor elkaar om hier iets aan te doen.
Intussen in FA belangrijke discussies: over verhouding tussen overheid en burger. FA was een
absolute monarchie, dus geen goede verhouding, maar kwamen verlichte denkers die zich verzette
tegen het ancien regime (Rousseau, Bentham, Beccaria). Aanhanger van het sociaal contract. Deze
ideeën hadden belangrijke implicaties voor het strafrecht: Vrijheid & dus bescherming van de
burger tegen de machtige overheid niet alleen strafvorderlijke consequenties (bv. legaliteit,
rechtsgelijkheid wat leidde tot het codificatiebeginsel en geen straf zonder schuld), maar ook
materieelrechtelijke consequenties.
In 1783 barste de vulkaan op IJsland uit. Zonlicht bereikte door de rook een jaar lang de aarde niet.
gewassen groeide daardoor niet. in FA was dat een groot probleem, dus men trok van het
platteland naar de steden. Dat leidde tot de Franse revolutie. Macht verplaatste zich en er werd
een samenleving gevestigd waarbinnen het volk een belangrijke stem zou hebben: werd een
mensenrechtenverdrag opgesteld die als kader diende voor de grondwet. Zaten veel verlichte
ideeën in van Rousseau: wet is de uitkomst van de wil van het volk (artikel 6 GW van die tijd)= de
samenleving vormt het recht.
Dan in 1799 grijpt Napoleon de macht. Hij gebruikte het recht als een instrument om zijn macht te
behouden. Napoleon wilde algemene wetboeken = codificatie. De Nederlandse gebieden werden
door de Franse troepen veroverd. Napoleon bepaalde daar dat NL ook de codificatiebepaling moest
hanteren. In NL werd de Franse manier van werken met het recht geïmplementeerd. In 1806 wordt
NL het koninkrijk. Broer van Napoleon word koning. Hij wilde koninkrijk autonomie geven en dus
Nederlandstalige wetboeken maken: dus ook crimineel wetboek. Dat gebeurde ook. In 1811 wordt
,dat wetboek weer afgeschaft, door Napoleon, omdat hij vond dat zijn centrale macht verloor. Dus
werd het Franse wetboek van Sr en Sv weer ingevoerd. In 1813 trekt Napoleon zich terug, maar
zijn gedachtegoed over het recht blijft in NL. Er ontstonden pogingen om een eigen wvsr in te
voeren. Ons strafrecht is dus heel direct beïnvloedt door het Franse strafrecht.
Waarom hebben wij een codificatiesysteem?
- Praktisch-politiek: centraliseren van het recht en dus de macht
- Politiek-theoretisch: burgerlijke vrijheid (utilitarisme)
- Praktisch-juridisch: systematisering van het recht
In 1886 invoering wetboek van strafrecht. Daarvoor gold het slecht vertaalde wetboek van FA dat
werd aangevuld met nieuwe wetten. Dat zie je terug in ons huidige wetboek. Het is een
pragmatisch boek geworden. Bepaalde beginselen staan bv niet gecodificeerd of heel summier. De
praktijk krijgt dus veel ruimte om verder in te vullen.
Positie WvSr t.o.v. het strafrecht buiten het wetboek
- Art. 107 GW: de wet regelt het burgerlijk recht, het strafrecht en het burgerlijk en
strafprocesrecht in algemene wetboeken, behoudens de bevoegdheid tot regeling van
bepaalde onderwerpen in afzonderlijke wetten commuun= alles wat in de algemene
wetboeken staat, bijzonder= alles wat buiten de algemene wetboeken is geregeld.
- Bij de invoering van WvSr werd alles afgeschaft, behalve militair strafrecht, fiscaal
strafrecht en overtredingen
- Art 91 Sr: algemene bepalingen boek 1 sr ook van toepassing op strafrecht buiten wetboek
van strafrecht, tenzij de formele wet anders bepaalt
Hoe zit het met WvSv?
- Bevat geen duidelijk equivalent van 91 sr. geldt zoiets dergelijks dan wel voor Sv? Ja, niet
expliciet, maar wel impliciet. WvSv is bedoelt als een algemene en systematische regeling,
blijkt uit MvT.
Waarom groeide het bijzonder strafrecht dan zo snel na 1886?
- Klassieke school is tot 1889 dominant overheid is nachtwaker, de focus ligt op
strafrechtelijke daden. De nadruk lag op algemene regels.
- Daarna kwam de moderne school meer focus op de dader, nadruk op maatwerk.
Overheid gaat meer ordenen: bestuursrecht in opkomst. De samenleving wordt gevormd
door het recht.
Direct na 1886 verdwijnt de nadruk op het codificatie ideaal meer naar de achtergrond.
- Toen WO1: NL neutraal, maar capitulerende Duitsers in NL die hun wapens daar lieten. Dus
werd er in hele korte tijd een vuurwapenwet ingevoerd, omdat men bang was wat de
gewone burger met die wapens zou doen.
- Economische recessie: strafbaarstellingen mbt economisch leven
- WO2: geldt veel duits recht en wordt veel economisch strafrecht ingevoerd. Is nu de wet op
economische delicten.
Je ziet dus dat historische gebeurtenissen leiden tot bijzonder strafrecht
Tussenconclusie:
, - Bijzonder strafrecht vormt een uitzondering op de commune strafrecht zou op basis van
artikel 107 GW bescheiden moeten zijn, maar is inmiddels een heel groot deel van ons Sr
geworden.
- Bijzonder strafrecht is volgzaam tov het commune strafrecht artikel 91 Sr zegt van wel,
maar klopt niet
Conclusie:
het bijzonder strafrecht heeft zich ontwikkeld tot een volwaardig deelgebied van het
strafrecht, met een deels eigen dynamiek, deels eigen karakter en deels eigen vorming
Het bijzonder strafrecht is de status “uitzondering” volledig ontgroeid
Dit rechtvaardigt een afzonderlijke studie naar de vormgeving van het
straf(proces)recht in de bijzondere wetten
Te beginnen bij vormgeving van de strafbaarstellingen
College 2: legaliteit en wederrechtelijkheid in het bijzonder strafrecht 13-02-2025
Wederrechtelijkheid:
- Formele wederrechtelijkheid= wederwettelijkheid alles wat een overtreding vormt van
wat er in de wet staat. Hierin zie je een link met het legaliteitsbeginsel, omdat je voor
wederrechtelijkheid moet weten wat er in de wet staat.
- Materiele wederrechtelijkheid (veearts arrest bewust koeien laten besmetten om het
welzijn van de dieren te vergroten, dus handelen in strijd met de wet voor het doel wat de
norm nastreefde)
Rechtvaardigingsgronden ontbreken van materiële wederrechtelijkheid
Ruimte achter de norm
Is de ruimte in het bijzonder strafrecht groter dan in het commune strafrecht?
In de eerste plaats kan je stellen dat als de ruimte achter de norm wordt ingevuld
met een rechtsbelang dat het zomaar kan zijn dat naarmate de rechtsbelangen
verder afstaan van de maatschappelijke moraal dat je vaker wederwettelijk
handelt, maar niet materieel wederrechtelijk. Voorbeeld: als je iemand dood dan is
er geen discussie of je materieel wederrechtelijk hebt gehandeld. Deze norm ligt
dicht bij de ideeën vanuit de maatschappij: je mag niet doden, dus commuun recht
sluit hier dicht op aan. Als je kijkt naar de normen van het bijzondere strafrecht dan
ligt dit anders. Bv een milieudelict, volgt niet uit de samenlevingsmoraal, maar
meer vanuit een ordening.
- Het is de taak van de wetgever om strafrechtelijke normen zo scherp mogelijk te
beschrijven zodat de grens tussen strafbaar en niet-strafbaar gedrag zo helder mogelijk
is dus het legaliteitsbeginsel is nauw verbonden met wederrechtelijkheidsbeginsel.
- Je ziet ook een duidelijk mensbeeld dat aan de basis ligt van ons strafrechtelijk systeem.
Ze komen in deze beginselen heel duidelijk aan de orde, namelijk: de mens is een rationeel
handelend mens die met de overheid een sociaal contract is aangegaan en moet een
rationele afweging maken mbt zijn gedrag. Dus hoe beter de normen, hoe beter de mens in
staat is zijn gedrag aan te passen.
Context legaliteitsbeginsel: fundamentele grondslagen achter het legaliteitsbeginsel:
- Schuldgezichtspunt je kunt pas iemand bestraffen als die schuld heeft en een keuze
heeft gehad om zich op een bepaalde manier te gedragen. Het is dan van belang dat
diegene op de hoogte is wat er wel en niet mag.
, - Wetsbegrip alleen de wet is de aangewezen plek om te bepalen wat strafbaar is en wat
niet. de wet moet algemene regels bevatten die op iedereen in gelijke zin toegepast kan
worden= gelijkheidsideaal. Die algemene regel wordt verbijzondert in een concrete
strafzaak.
- Mensbeeld: ‘homo economicus’
Daardoor wet als sturend instrument van een samenleving kan je pas doen als de
wet voldoende duidelijk is.
Daardoor komen ook strafdoelen in beeld: de consequentie van de keuze voor
overtreding volgt daaruit.
- Rechtstaatgedachte: de wet drukt uit onder welke omstandigheden de overheid
strafrechtelijk mag ingrijpen
- Vrijheidsbegrip: alles wat niet verboden is, is toegestaan
- Rechtszekerheid: meest abstracte en overkoepelende beginsel
Wettelijke grondslagen legaliteitsbeginsel:
- Art. 1 Sr
- Art. 1 Sv
- Art. 16 GW
- Art. 7 EVRM hier zit een tenzij clausule in. Zie lid 2: kan bijvoorbeeld worden gebruikt mbt
oorlogstribunalen. Interessant hieraan is dat legaliteit niet allesomvattend is en dus ook
gezond verstand gebruikt moet worden. Het is bv zo evident dat genocide verboden is dat
je dit niet in de wet hoeft op te nemen.
- Art. 15 IVBPR
- Art. 49 Handvest grondrechten EU
Inhoud materieelrechtelijk legaliteitsbeginsel: deelnormen:
- Lex scripta: codificatie als ultieme vorm van legaliteit. Codificatie is de ultieme
verwezenlijking van het lex scripta beginsel.
- Verbod van terugwerkende kracht pas strafbaar vanaf het moment dat het in de wet
staat. Hierdoor moet een rechter ook terughoudend zijn met zijn interpretatieruimte.
- Analogieverbod/ verbod van extensieve interpretatie
- Lex certa:
Normen moeten zo helder mogelijk worden opgeschreven
Ook uitstraling naar strafvorderlijke mogelijkheden
Hoe bepaal je of daaraan voldaan is? Waar liggen de grenzen van het lex certa
beginsel? Kijken naar jurisprudentie over het lex certa beginsel. Dat is eigenlijk de
enige manier. Beperking hiervan is dat je opzoek gaat naar gevallen waarin het
minimum gezocht wordt, wat een norm komt niet voor de rechter als de norm klip en
klaar is. dus je gaat vooral de ondergrens vinden van het beginsel. Je vindt dan niet
wanneer de maximale duidelijkheid wordt bereikt.
Context legaliteitsbeginsel: uitdagingen:
- Technische en sterk veranderende materie bv de manier om je bedrijf in te richten zodat
je voldoet aan alle milieu normen, komt er dan een nieuwe regel dan moet je mogelijk alles
weer omgooien. 2 manieren om daar mee om te gaan:
Zo algemeen mogelijke norm maken maar dat is in strijd met lex certa
College 1: inleiding 06-02-2025
Definitiebepaling:
- Bijzonder strafrecht = Al het materiële en formele strafrecht buiten de wetboeken WvSr en
WvSv
- Dus ook lokaal strafrecht, zoals bepaling in gemeentewet. Gaat dan wel om overtredingen,
niet om misdrijven. Het lokale strafrecht komt in dit vak niet aan bod.
- In de strafrechtspraktijk wordt een andere definitie gehanteerd
- Vandaag focus op het materieel strafrecht
Stelling om te bespreken:
- Het recht vormt de samenleving OF de samenleving vormt het recht beiden deels waar,
maar iig is het zo dat de geschiedenis het recht vormt. Binnen die geschiedenis zijn er ook
toevalligheden die maken dat het recht wordt zoals het wordt.
Historische context:
- Waarom hebben we strafrechtelijke codificaties?
- Op welke wijze is dat terug te zien in Sr?
- Welke positie nemen bijzondere wetten in tov Sr en Sv?
Tot 1795 NL een republiek der 7 verenigde Nederlanden: provincies en gebieden die een
samenwerkingsverband hadden. Vertegenwoordigers kwamen samen in de Staten-Generaal om
afspraken te maken. Iedere provincie was soeverein. Deze vorm zorgde voor
rechtsverscheidenheid en rechtsonzekerheid. Er was geen goed beeld van wat het geldende recht
was, maar men kreeg het niet voor elkaar om hier iets aan te doen.
Intussen in FA belangrijke discussies: over verhouding tussen overheid en burger. FA was een
absolute monarchie, dus geen goede verhouding, maar kwamen verlichte denkers die zich verzette
tegen het ancien regime (Rousseau, Bentham, Beccaria). Aanhanger van het sociaal contract. Deze
ideeën hadden belangrijke implicaties voor het strafrecht: Vrijheid & dus bescherming van de
burger tegen de machtige overheid niet alleen strafvorderlijke consequenties (bv. legaliteit,
rechtsgelijkheid wat leidde tot het codificatiebeginsel en geen straf zonder schuld), maar ook
materieelrechtelijke consequenties.
In 1783 barste de vulkaan op IJsland uit. Zonlicht bereikte door de rook een jaar lang de aarde niet.
gewassen groeide daardoor niet. in FA was dat een groot probleem, dus men trok van het
platteland naar de steden. Dat leidde tot de Franse revolutie. Macht verplaatste zich en er werd
een samenleving gevestigd waarbinnen het volk een belangrijke stem zou hebben: werd een
mensenrechtenverdrag opgesteld die als kader diende voor de grondwet. Zaten veel verlichte
ideeën in van Rousseau: wet is de uitkomst van de wil van het volk (artikel 6 GW van die tijd)= de
samenleving vormt het recht.
Dan in 1799 grijpt Napoleon de macht. Hij gebruikte het recht als een instrument om zijn macht te
behouden. Napoleon wilde algemene wetboeken = codificatie. De Nederlandse gebieden werden
door de Franse troepen veroverd. Napoleon bepaalde daar dat NL ook de codificatiebepaling moest
hanteren. In NL werd de Franse manier van werken met het recht geïmplementeerd. In 1806 wordt
NL het koninkrijk. Broer van Napoleon word koning. Hij wilde koninkrijk autonomie geven en dus
Nederlandstalige wetboeken maken: dus ook crimineel wetboek. Dat gebeurde ook. In 1811 wordt
,dat wetboek weer afgeschaft, door Napoleon, omdat hij vond dat zijn centrale macht verloor. Dus
werd het Franse wetboek van Sr en Sv weer ingevoerd. In 1813 trekt Napoleon zich terug, maar
zijn gedachtegoed over het recht blijft in NL. Er ontstonden pogingen om een eigen wvsr in te
voeren. Ons strafrecht is dus heel direct beïnvloedt door het Franse strafrecht.
Waarom hebben wij een codificatiesysteem?
- Praktisch-politiek: centraliseren van het recht en dus de macht
- Politiek-theoretisch: burgerlijke vrijheid (utilitarisme)
- Praktisch-juridisch: systematisering van het recht
In 1886 invoering wetboek van strafrecht. Daarvoor gold het slecht vertaalde wetboek van FA dat
werd aangevuld met nieuwe wetten. Dat zie je terug in ons huidige wetboek. Het is een
pragmatisch boek geworden. Bepaalde beginselen staan bv niet gecodificeerd of heel summier. De
praktijk krijgt dus veel ruimte om verder in te vullen.
Positie WvSr t.o.v. het strafrecht buiten het wetboek
- Art. 107 GW: de wet regelt het burgerlijk recht, het strafrecht en het burgerlijk en
strafprocesrecht in algemene wetboeken, behoudens de bevoegdheid tot regeling van
bepaalde onderwerpen in afzonderlijke wetten commuun= alles wat in de algemene
wetboeken staat, bijzonder= alles wat buiten de algemene wetboeken is geregeld.
- Bij de invoering van WvSr werd alles afgeschaft, behalve militair strafrecht, fiscaal
strafrecht en overtredingen
- Art 91 Sr: algemene bepalingen boek 1 sr ook van toepassing op strafrecht buiten wetboek
van strafrecht, tenzij de formele wet anders bepaalt
Hoe zit het met WvSv?
- Bevat geen duidelijk equivalent van 91 sr. geldt zoiets dergelijks dan wel voor Sv? Ja, niet
expliciet, maar wel impliciet. WvSv is bedoelt als een algemene en systematische regeling,
blijkt uit MvT.
Waarom groeide het bijzonder strafrecht dan zo snel na 1886?
- Klassieke school is tot 1889 dominant overheid is nachtwaker, de focus ligt op
strafrechtelijke daden. De nadruk lag op algemene regels.
- Daarna kwam de moderne school meer focus op de dader, nadruk op maatwerk.
Overheid gaat meer ordenen: bestuursrecht in opkomst. De samenleving wordt gevormd
door het recht.
Direct na 1886 verdwijnt de nadruk op het codificatie ideaal meer naar de achtergrond.
- Toen WO1: NL neutraal, maar capitulerende Duitsers in NL die hun wapens daar lieten. Dus
werd er in hele korte tijd een vuurwapenwet ingevoerd, omdat men bang was wat de
gewone burger met die wapens zou doen.
- Economische recessie: strafbaarstellingen mbt economisch leven
- WO2: geldt veel duits recht en wordt veel economisch strafrecht ingevoerd. Is nu de wet op
economische delicten.
Je ziet dus dat historische gebeurtenissen leiden tot bijzonder strafrecht
Tussenconclusie:
, - Bijzonder strafrecht vormt een uitzondering op de commune strafrecht zou op basis van
artikel 107 GW bescheiden moeten zijn, maar is inmiddels een heel groot deel van ons Sr
geworden.
- Bijzonder strafrecht is volgzaam tov het commune strafrecht artikel 91 Sr zegt van wel,
maar klopt niet
Conclusie:
het bijzonder strafrecht heeft zich ontwikkeld tot een volwaardig deelgebied van het
strafrecht, met een deels eigen dynamiek, deels eigen karakter en deels eigen vorming
Het bijzonder strafrecht is de status “uitzondering” volledig ontgroeid
Dit rechtvaardigt een afzonderlijke studie naar de vormgeving van het
straf(proces)recht in de bijzondere wetten
Te beginnen bij vormgeving van de strafbaarstellingen
College 2: legaliteit en wederrechtelijkheid in het bijzonder strafrecht 13-02-2025
Wederrechtelijkheid:
- Formele wederrechtelijkheid= wederwettelijkheid alles wat een overtreding vormt van
wat er in de wet staat. Hierin zie je een link met het legaliteitsbeginsel, omdat je voor
wederrechtelijkheid moet weten wat er in de wet staat.
- Materiele wederrechtelijkheid (veearts arrest bewust koeien laten besmetten om het
welzijn van de dieren te vergroten, dus handelen in strijd met de wet voor het doel wat de
norm nastreefde)
Rechtvaardigingsgronden ontbreken van materiële wederrechtelijkheid
Ruimte achter de norm
Is de ruimte in het bijzonder strafrecht groter dan in het commune strafrecht?
In de eerste plaats kan je stellen dat als de ruimte achter de norm wordt ingevuld
met een rechtsbelang dat het zomaar kan zijn dat naarmate de rechtsbelangen
verder afstaan van de maatschappelijke moraal dat je vaker wederwettelijk
handelt, maar niet materieel wederrechtelijk. Voorbeeld: als je iemand dood dan is
er geen discussie of je materieel wederrechtelijk hebt gehandeld. Deze norm ligt
dicht bij de ideeën vanuit de maatschappij: je mag niet doden, dus commuun recht
sluit hier dicht op aan. Als je kijkt naar de normen van het bijzondere strafrecht dan
ligt dit anders. Bv een milieudelict, volgt niet uit de samenlevingsmoraal, maar
meer vanuit een ordening.
- Het is de taak van de wetgever om strafrechtelijke normen zo scherp mogelijk te
beschrijven zodat de grens tussen strafbaar en niet-strafbaar gedrag zo helder mogelijk
is dus het legaliteitsbeginsel is nauw verbonden met wederrechtelijkheidsbeginsel.
- Je ziet ook een duidelijk mensbeeld dat aan de basis ligt van ons strafrechtelijk systeem.
Ze komen in deze beginselen heel duidelijk aan de orde, namelijk: de mens is een rationeel
handelend mens die met de overheid een sociaal contract is aangegaan en moet een
rationele afweging maken mbt zijn gedrag. Dus hoe beter de normen, hoe beter de mens in
staat is zijn gedrag aan te passen.
Context legaliteitsbeginsel: fundamentele grondslagen achter het legaliteitsbeginsel:
- Schuldgezichtspunt je kunt pas iemand bestraffen als die schuld heeft en een keuze
heeft gehad om zich op een bepaalde manier te gedragen. Het is dan van belang dat
diegene op de hoogte is wat er wel en niet mag.
, - Wetsbegrip alleen de wet is de aangewezen plek om te bepalen wat strafbaar is en wat
niet. de wet moet algemene regels bevatten die op iedereen in gelijke zin toegepast kan
worden= gelijkheidsideaal. Die algemene regel wordt verbijzondert in een concrete
strafzaak.
- Mensbeeld: ‘homo economicus’
Daardoor wet als sturend instrument van een samenleving kan je pas doen als de
wet voldoende duidelijk is.
Daardoor komen ook strafdoelen in beeld: de consequentie van de keuze voor
overtreding volgt daaruit.
- Rechtstaatgedachte: de wet drukt uit onder welke omstandigheden de overheid
strafrechtelijk mag ingrijpen
- Vrijheidsbegrip: alles wat niet verboden is, is toegestaan
- Rechtszekerheid: meest abstracte en overkoepelende beginsel
Wettelijke grondslagen legaliteitsbeginsel:
- Art. 1 Sr
- Art. 1 Sv
- Art. 16 GW
- Art. 7 EVRM hier zit een tenzij clausule in. Zie lid 2: kan bijvoorbeeld worden gebruikt mbt
oorlogstribunalen. Interessant hieraan is dat legaliteit niet allesomvattend is en dus ook
gezond verstand gebruikt moet worden. Het is bv zo evident dat genocide verboden is dat
je dit niet in de wet hoeft op te nemen.
- Art. 15 IVBPR
- Art. 49 Handvest grondrechten EU
Inhoud materieelrechtelijk legaliteitsbeginsel: deelnormen:
- Lex scripta: codificatie als ultieme vorm van legaliteit. Codificatie is de ultieme
verwezenlijking van het lex scripta beginsel.
- Verbod van terugwerkende kracht pas strafbaar vanaf het moment dat het in de wet
staat. Hierdoor moet een rechter ook terughoudend zijn met zijn interpretatieruimte.
- Analogieverbod/ verbod van extensieve interpretatie
- Lex certa:
Normen moeten zo helder mogelijk worden opgeschreven
Ook uitstraling naar strafvorderlijke mogelijkheden
Hoe bepaal je of daaraan voldaan is? Waar liggen de grenzen van het lex certa
beginsel? Kijken naar jurisprudentie over het lex certa beginsel. Dat is eigenlijk de
enige manier. Beperking hiervan is dat je opzoek gaat naar gevallen waarin het
minimum gezocht wordt, wat een norm komt niet voor de rechter als de norm klip en
klaar is. dus je gaat vooral de ondergrens vinden van het beginsel. Je vindt dan niet
wanneer de maximale duidelijkheid wordt bereikt.
Context legaliteitsbeginsel: uitdagingen:
- Technische en sterk veranderende materie bv de manier om je bedrijf in te richten zodat
je voldoet aan alle milieu normen, komt er dan een nieuwe regel dan moet je mogelijk alles
weer omgooien. 2 manieren om daar mee om te gaan:
Zo algemeen mogelijke norm maken maar dat is in strijd met lex certa