VERBINTENISSEN.
INLEIDING
HOOFDSTUK 1
1. CONTRACTBEGRIP
Contract is niet gelijk aan contractueel document.
Contract of overeenkomst kan ook de wilsovereenkomst zijn.
Contractueel document is dan het op papier zetten en mogelijks afdwingbaar maken van de
wilsovereenkomst. Dit document is slechts manier om overeenkomst aan te tonen.
2. CONTRACT ALS INDIVIDUEEL EN MAATSCHAPPELIJK INSTRUMENT.
Doel contract= mensen samenbrengen
Contracten worden gebruikt om beleidsdoelstellingen te halen. Bv. Contracten bij huur,
huurprijs mag pas omhoog na bereiken bepaalde drempel in waarde om zo stabiliteit te
verzekeren.
Ook kartelen tegenwerken of bepaalt machtsmisbruik vanuit een wetgeverspositie (zie
arbeidscontracten bv.).
Contractenrecht uit respect voor de ander alsook beschermen zwakkere partij.
3. CONTRACT ALS BOUWSTEEN VAN PRIVAATRECHTELIJK VERMOGENSRECHT.
Vertrekpunt is vermogen: elke persoon heeft 1 vermogen. Zie uitz. Advocaat die tijdelijk
vermogen vasthoudt om door te storten.
1
,Vermogen vormt een algemene genoegdoening voor de schuldeiser indien niet-nakoming van de
verbintenis.
Als niet genoeg vermogen wordt in principe ‘a rato’ verdeeld onder schuldeisers
(pondspondsgewijze). Dit met uitzondering van voorrang, zie bv. Hypotheek. Hou ook rekening
met onbeslagbare goederen.
Contractenrecht biedt zekerheden tegen schadeveroorzakende handelingen. Gebeurt meestal
volgens schending van de zorgvuldigheidsnorm maar ook via de onrechtvaardige verrijking.
4. ALGEMEEN VERSUS BIJZONDER CONTRACTENRECHT, SECTORALE
CONTRACTREGULERINGEN EN CONTRACTMODELLEN
Algemeen contractenrecht bevat algemene regels toepasselijk op contracten.
Bijzonder contractenrecht zijn regels die afwijken van de algemene of erop voortbouwen.
Heel wat van deze bijzondere wetten zijn opgenomen in economisch recht?
Ook verbintenissen in bijzondere rechtstakken zoals arbeidsrecht, familierecht.
Ook nog contract Sui Generis, dit wil zeggen soort contract op zich.
Contracten worden meer en meer sectoraal geregeld, denk bv. Aan energiesector etc.
Transnationale organisaties werken vaak contractsjablonen uit voor bepaalde sectoren. Vb. de
FIDIC heeft diverse contractsjablonen ontworpen die gangbaar zijn in de bouwsector.
5. INTERNATIONALISERING, EUROPEANISERING ETC.
Boek gaat vooral over nationaal contractenrecht maar dit kan niet los worden gezien van
internationalisering. Boek 5 is vooral geïnspireerd op ook andere landen. We spreken hierbij
vooral over onze buurlanden.
Eu-recht is hier ook belangrijk aangezien EIU verdragen een rechtstreekse invloed hebben op
onze rechtsorde, alsook richtlijnen en verordeningen etc. De PECL was een verzameling van
Europese beginselen van contractenrecht met als doen een Europees burgerlijk wetboek te
2
,ontwikkelen. Alle pogingen leverden uiteindelijk geen wetgevend resultaat op. Toch niet zonder
impact, terug te vinden in nationale codificaties doorheen de tijd.
Ook gewesten hebben bepaalde bevoegdheden op vlak van contractenrecht.
HOOFDSTUK 2
A. STRUCTUUR
Structuur boek 5 – titel 2: bronnen van verbintenissen
Contracten: art. 5.4 -5.124 BW
(On)rechtmatige daad Rechtmatig
vertrouwen
Eenzijdige rechtshandelingen: art. 5.125 – 5.126 BW Oneigelijke
contracten
- Zaakwaarneming: art. 5.128 – 5.132 BW
- Onverschuldigde betaling: art. 5.133 – 5.143 BW
- Ongerechtvaardigde verrijking: art. 5.135 – 5.137 BW
B. AARD
Art. 5.3 regel over dwingend of suppletief recht.
3 bemerkingen op art 5.3
1. Niet duidelijk bij elke bepaling of ervan kan worden afgeweken.
2. Het volstaat niet om de tekst/regel te raadplegen om door te hebben als het om
dwingend recht gaat
3. Sommige bepalingen kunnen gedeeltelijk dwingend recht of openbare orde zijn?
3
, C. DOELSTELLINGEN EN MEERWAARDE VAN BOEK 5 BW.
Nieuw wetboek bevat 6 doelstellingen:
1. Symboliek
Wijzigingen vereisen niet noodzakelijk een nieuw wetboek, vooral symbolische
doelstelling: niet meer werken met een wetboek uit de napoleontische tijd.
2. Codificatie en stabiliteit
Belangrijkste ontwikkeling is codificatie van belangrijke rechtsleer en rechtspraak.
Rechters kunnen niet meer om rechtspraak en rechtsleer heen door te zeggen dat deze
geen wettelijke grondslag heeft aangezien deze nu zijn verwerkt in BW.
3. Rechtszekerheid, grotere toegankelijkheid en flexibiliteit
3.1 Rechtszekerheid wordt bereikt door codificeren rechtspraak en rechtsleer
3.2 In die zin neemt de toegankelijkheid voor de burger (jurist) toe.
3.3 Flexibiliteit komt tot uiting doordat diverse formuleringen herhaaldelijk voorkomen.
4. Modernisering van begrippen en regels
Geen grote noemenswaardige veranderingen op vlak van begrippen
Afschaffing regel die zegt dat verbintenissen geen afbreuk mogen doen aan openbare
orde.
Veel veranderingen bij vernietiging sanctie.
5. Nieuw evenwicht, maar welk?
Volgens toelichting is er nieuw evenwicht tussen wilsautonomie en rechter als behoeder
van zwakke partij. Er wordt echter niet vermeld in welke richting het evenwicht gaat.
Zie bv. Imprevisieregel: in voordeel zwakkere partij.
Vernieuwing van eenzijdige sancties: versterken dan weer de afdwingbaarheid.
Onduidelijk welke richting het nieuw evenwicht dus uitgaat.
6. Grotere concurrentiekracht
4
, Zal hier hoogstwaarschijnlijk niet toe leiden doordat B2B wetten niet me zijn vernieuwd.
Boeken 1 en 5 zijn geschreven vanuit een grote kennis van het verbintenissenrecht dus
zeker niet meer toegankelijk.
Wel zal het Belgische recht nu meer aandacht krijgen in de rechtsvergelijking.
D. ALGEMENE INTERPRETATIEHULPMIDDELEN
1. Parlementaire voorbereiding: omvat ook tal van referenties naar rechtsleer en
rechtspraak.
2. Sets van beginselen uit Weens koopverdrag en andere internationale bronnen. Zie
Boven: internationalisering.
E. WERKING IN DE TIJD
Oud contract is contract voor 1 januari 2023 (oud recht van
toepassing)
2 uitzonderingsregels aan beide kanten
I.v.m. oud recht (linkerkant foto)
1. Een ‘oud’ contract heeft vaak toekomstige gevolgen, hierbij is
ook het oud recht van toepassing. Zelfs als deze van openbare
orde of van dwingend recht zijn. (Suppletief recht: partijen
kunnen er zelf voor kiezen om op oud contract, nieuw recht toe
te passen).
2. Toekomstige rechtshandelingen met betrekking tot oude
contracten blijven gelden volgens het oude recht.
i.v.m. nieuw recht (rechterkant foto)
5
, 1. Als het antwoord op een vraag onder het oude recht betwist werd kunnen rechters zich
laten inspireren door het nieuwe recht. Nieuw recht vatbaar voor anticipatieve
toepassing. De rechtmatige verwachtingen mogen wel niet worden beschaamd. Bv.
Rechters die plots tegen een leer ingaan die al een eeuw gebruikt wordt door een
anticipatieve toepassing van de imprevisieregel.
DEEL 1: CONTRACTVRIJHEID, GEBONDENHEID EN BEPERKINGEN
HOOFDTUK 1: FUNDAMENTELE RECHTEN
1. ELKEEN KAN FUNDAMENTELE RECHTEN UITOEFENEN VIA
RECHTSHANDELINGEN EN ANDERE GEDRAGINGEN
Diverse gedragswijzen om fundamentele rechten uit te oefenen: rechtsfeiten
Men kan ook rechtsgevolgen beogen: rechtshandeling (art.1.3 BW). Kan zowel gesteld worden
door natuurlijke als door rechtspersonen.
Kan via overeenkomst (tussen meerdere personen) of eenzijdig (individu).
Eenzijdige rechtshandeling is veel meer dan bron van verbintenissen, men kan ook andere
rechtsgevolgen beogen.
2. BEPERKT IN AFWEGING VAN BELANGEN EN WAARDEN.
Fundamentele rechten van de ene kunnen haaks staan op die van de andere.
Om deze op een zo evenwichtig mogelijke manier te laten gelden mag de overheid beperkingen
opleggen, denk aan coronacrisis (verticaal).
Openbare orde of verbod op rechtsmisbruik als inperking tussen burgers (horizontaal).
Belangenafweging gebeurt ofwel door wet ofwel door rechter.
3. OOK CONTRACTVRIJHEID AAN BEPERKINGEN ONDERWORPEN
Uitganspunt contractenrecht: wat niet verboden is, is toegelaten.
Alle beperkingen volgen hierna in Deel 1 hoofdstuk 4.
6